top of page

Keer terug naar Christus, waak voor menselijke tradities.

3 dagen geleden
23 minuten om te lezen

Wanneer menselijke tradities de plaats van Gods Woord innemen

Er bestaat een groot gevaar wanneer mensen gewend raken aan bepaalde gebruiken, gewoonten, kerkelijke opvattingen of menselijke verklaringen en deze uiteindelijk gaan behandelen alsof ze rechtstreeks uit de Bijbel komen.


De Bijbel waarschuwt hiervoor. In Kolossenzen 2:8 wordt gezegd dat wij erop moeten letten dat niemand ons gevangenneemt door filosofieën, misleiding en menselijke overleveringen die niet overeenkomstig Christus zijn. Het probleem is dus niet dat iedere menselijke gewoonte automatisch verkeerd is. Het probleem ontstaat wanneer menselijke ideeën de plaats innemen van wat God heeft gezegd.


Jezus Christus Zelf waarschuwde hiervoor. Hij sprak over mensen die menselijke voorschriften leerden alsof het geboden van God waren. Daardoor konden menselijke tradities zelfs het Woord van God krachteloos maken.


Markus 7:7-8, 13


Daarom is een belangrijke vraag niet:


“Wat doet mijn kerk?”


maar:


“Wat heeft God gezegd?”


Een andere belangrijke vraag is niet:


“Wat heb ik altijd geleerd?”


maar:


“Kan ik wat ik geloof vanuit de Schrift aantonen?”


En ook niet:


“Hoeveel mensen geloven dit?”


maar:


“Is dit overeenkomstig het Woord van God?”


De gelovigen in Berea kregen zelfs lof omdat zij dagelijks de Schriften onderzochten om te controleren of hetgeen hun werd geleerd werkelijk overeenkwam met Gods Woord (Handelingen 17:11). Het aannemen van onderwijs en het toetsen van onderwijs horen dus bij elkaar.


De Bijbel moet het uitgangspunt zijn

De Schrift zegt dat alle Schrift door God is ingegeven en nuttig is voor onderwijs, terechtwijzing, verbetering en opvoeding in de rechtvaardigheid (2 Timotheüs 3:16-17).


Dat betekent dat menselijke titels, diploma's, kerkelijke structuren, tradities en gewoonten nooit de uiteindelijke maatstaf kunnen zijn voor wat waar is.


Dat betekent niet dat onderwijs, studie of kennis nutteloos zijn. De Bijbel spreekt juist positief over wijsheid, kennis en het leren onderscheiden van goed en kwaad.


Salomo zegt:


“Verwerf wijsheid, verwerf inzicht.” Spreuken 4:5


Maar menselijke kennis moet onder Gods Woord blijven staan. Paulus waarschuwt immers ook dat kennis zonder de juiste houding kan leiden tot hoogmoed (1 Korinthe 8:1).


Een mens kan veel weten en toch iets verkeerd begrijpen. Nicodemus was een ontwikkeld en gerespecteerd persoon binnen zijn gemeenschap, maar toen Jezus Christus over de wedergeboorte sprak, begreep hij aanvankelijk niet wat Jezus Christus bedoelde (Johannes 3:1-10).


Daar ligt een belangrijke les.


Kennis alleen maakt iemand niet geestelijk.


Een titel maakt iemand niet heilig.


Een opleiding maakt iemand niet automatisch tot iemand die Gods Woord juist uitlegt.


Een grote kerkgemeente bewijst op zichzelf niet dat een leerstelling waar is.


De maatstaf blijft het Woord van God.


Menselijke traditie kan heel vroom lijken

Een traditie hoeft er niet verkeerd uit te zien om gevaarlijk te zijn.


Dat is juist het moeilijke.


Een menselijke gewoonte kan eerbiedig, indrukwekkend en oud zijn. Mensen kunnen haar al generaties lang volgen. Er kunnen duizenden mensen aan deelnemen. Er kunnen gebouwen, liederen, kleding, rituelen en vaste gebruiken omheen ontstaan.


Maar ouderdom maakt een traditie niet automatisch tot een gebod van God.


Jezus Christus sprak hierover toen Hij de religieuze leiders van Zijn tijd aansprak. Zij hadden tradities waaraan zij vasthielden, maar sommige daarvan kwamen in conflict met Gods gebod.


Jezus Christus zei dat zij het gebod van God terzijde schoven om hun traditie vast te houden (Markus 7:9).


Daarom moet iedere traditie worden onderzocht.


Niet met de vraag:


“Hoe lang bestaat dit al?”


maar:


“Waar staat dit in Gods Woord?”


Niet:


“Hoeveel kerken doen dit?”


maar:


“Wat leert de Schrift?”


Niet:


“Wie heeft dit vroeger zo geleerd?”


maar:


“Wat zegt de Bijbel?”


Een naam of kerkelijke stroming is geen bewijs van waarheid

In de Bijbel zien we niet dat iemand door het dragen van een bepaalde religieuze naam automatisch rechtvaardig wordt verklaard.


Mensen kunnen zichzelf allerlei namen geven. Maar de Bijbel roept ons op om ons geloof en onze levenswandel te onderzoeken.


Paulus schrijft:


“Onderzoek uzelf of u in het geloof bent.”


2 Korinthe 13:5


Daarom is het niet voldoende om te zeggen:


“Ik ben christen.”


De vraag is:


Volg ik Christus werkelijk?


Jezus Christus zei:


“Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.”


Johannes 14:15


Het gaat dus niet alleen om wat iemand zegt te geloven, maar ook om gehoorzaamheid aan God.


Jakobus zegt dat iemand die alleen hoort maar niet doet, zichzelf misleidt (Jakobus 1:22).


Dat is een ernstige waarschuwing.


De mens moet niet God naar zijn beeld maken

Er bestaat een gevaar dat mensen hun geloof aanpassen aan wat zij zelf prettig vinden.


Men kan bijvoorbeeld zeggen:


“God begrijpt het wel.”


“God kijkt alleen naar mijn hart.”


“Het maakt niet uit hoe je het doet.”


“Alle kerken zijn hetzelfde.”


“Iedereen heeft zijn eigen waarheid.”


“God zal nooit streng zijn.”


Maar dergelijke uitspraken moeten eveneens aan de Schrift worden getoetst.


De Bijbel zegt dat Gods gedachten hoger zijn dan onze gedachten en Zijn wegen hoger dan onze wegen (Jesaja 55:8-9).


Wij mogen God daarom niet veranderen zodat Hij bij onze voorkeuren past.


De opdracht is juist om ons te laten veranderen zodat wij in overeenstemming komen met Zijn wil.


Paulus schrijft:


“Word niet gelijkvormig aan deze wereld, maar word veranderd door de vernieuwing van uw denken.” Romeinen 12:2


Dit betekent ook dat geloof niet mag worden opgebouwd rond wat in de Nederlandse samenleving populair, normaal of sociaal geaccepteerd is. Als de Bijbel iets anders leert, behoort een gelovige Gods Woord te onderzoeken en daarnaar te leven, ook wanneer dat tegen de algemene cultuur ingaat (Exodus 23:2; Romeinen 12:2; Handelingen 5:29).


"Iedereen doet het zo" is geen Bijbelse maatstaf

Een veelgehoord excuus is:


“Maar bijna iedereen doet het zo.”


Dat argument vinden we nergens als maatstaf voor waarheid.


Noach bouwde de ark terwijl de wereld om hem heen niet luisterde (Hebreeën 11:7; Genesis 6:5-22).


Elia stond tegenover een groot aantal profeten van Baäl (1 Koningen 18:19-39).


Jezus Christus Zelf waarschuwde dat de brede weg niet automatisch de juiste weg is (Mattheüs 7:13-14).


Daarom bepaalt het aantal mensen dat iets gelooft niet of het waar is.


Een leugen wordt niet waar doordat een miljoen mensen haar geloven.


En Gods waarheid wordt niet onwaar doordat maar weinig mensen haar gehoorzamen.


Als honderd mensen gezamenlijk een verkeerde route nemen, verandert het aantal wandelaars de bestemming niet. Een route moet worden gecontroleerd aan de hand van het juiste vertrekpunt en de juiste kaart. Voor een christen is Gods Woord de maatstaf waarmee de geestelijke route moet worden gecontroleerd (Psalm 119:105; Johannes 17:17).


"Maar mijn ouders hebben mij dit geleerd"

Ook dit is een veelgehoord argument.


“Mijn ouders geloofden dit.”


“Mijn grootouders deden dit.”


“Zo ben ik opgevoed.”


Daarvoor moeten wij respect hebben, maar familiegewoonten zijn geen vervanging voor Gods Woord.


Iedere generatie moet zelf God zoeken.


Deuteronomium 6:6-7 laat zien dat ouders Gods woorden aan hun kinderen moeten doorgeven. Maar dat betekent niet dat kinderen menselijke tradities blind moeten volgen.


Jezus Christus zei:


“Volg Mij.”


Mattheüs 4:19


Niet:


“Volg uitsluitend wat uw familie altijd heeft gedaan.”


Timotheüs kende de heilige Schriften vanaf zijn jeugd (2 Timotheüs 3:15). Dat laat juist zien hoe belangrijk het is dat mensen van jongs af aan Gods Woord leren kennen.


"Maar onze kerk doet dit al honderden jaren"

Ook ouderdom is geen bewijs.


Een leerstelling moet niet worden beoordeeld op basis van leeftijd, maar op basis van overeenstemming met de Schrift.


Jeremia waarschuwde al dat mensen konden zeggen:


“De tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE zijn deze!”


terwijl hun levenswandel niet overeenkwam met Gods wil (Jeremia 7:4-11).


Het gebouw was echt.


De religieuze woorden waren echt.


De geschiedenis was echt.


Maar dat betekende niet dat God hun ongehoorzaamheid goedkeurde.


Hetzelfde principe geldt vandaag.


Een kerkgebouw is geen bewijs.


Een lange geschiedenis is geen bewijs.


Een bekende naam is geen bewijs.


Een grote menigte is geen bewijs.


Het Woord van God moet de maatstaf blijven.


"Maar de voorganger heeft ervoor gestudeerd"

Een opleiding kan iemand kennis geven.


Een opleiding kan iemand leren lezen, onderzoeken, talen bestuderen en historische bronnen vergelijken.


Maar een diploma is geen openbaring van God.


De Bijbel zegt niet dat iemand door het behalen van een diploma automatisch geestelijk gezag ontvangt.


De Schrift leert dat Gods Woord door God is ingegeven (2 Timotheüs 3:16), en dat heilige mensen van God spraken zoals zij door de Heilige Geest werden gedreven (2 Petrus 1:20-21).


Dat betekent echter niet dat iedere vorm van onderwijs verkeerd is.


Lucas was bijvoorbeeld arts (Kolossenzen 4:14), en Paulus was opgeleid en kon zijn kennis gebruiken in gesprekken en verkondiging (Handelingen 17:16-34; Handelingen 22:3).


Het probleem is dus niet kennis.


Het probleem is wanneer menselijke kennis boven Gods Woord wordt geplaatst.


Daarom moet een Bijbelse gemeente zowel nederigheid als onderzoek stimuleren: niemand behoort zijn persoonlijke uitleg boven de Schrift te plaatsen, maar niemand behoort ook bang te zijn om de Schrift zorgvuldig te bestuderen (2 Timotheüs 2:15; Handelingen 17:11; 1 Thessalonicenzen 5:21).


Niet alles wat mensen over de Bijbel zeggen, staat in de Bijbel

Er is ook een verschil tussen:


  1. wat de Bijbel daadwerkelijk zegt;

  2. wat logisch uit verschillende teksten kan worden afgeleid;

  3. historische informatie buiten de Bijbel;

  4. menselijke traditie;

  5. persoonlijke uitleg.


Deze zaken mogen niet zomaar door elkaar worden gehaald.


Een voorbeeld is wanneer mensen zeer precieze gegevens geven over gebeurtenissen waarover de Bijbel zelf geen precieze informatie geeft.


Als de Bijbel een bepaald detail niet noemt, moeten wij voorzichtig zijn om dat detail niet als een Bijbels feit te presenteren.


De Schrift waarschuwt tegen het toevoegen aan Gods woorden (Deuteronomium 4:2; Spreuken 30:5-6; Openbaring 22:18-19).


Een gezonde Bijbelstudie zegt daarom ook soms: “De Schrift zegt dit niet.” Dat is geen gebrek aan geloof. Het is juist eerbied voor Gods Woord om onderscheid te maken tussen wat geschreven staat en wat mensen erbij hebben verteld.


De profeten worden in de Bijbel niet "groot" en "klein" genoemd

De Bijbel spreekt over Gods profeten als Zijn heilige profeten.


Lukas 1:70 spreekt over Gods heilige profeten die vanaf het begin hebben gesproken.


De Schrift gebruikt niet de indeling “grote profeten” en “kleine profeten” als een geestelijke rangorde.


Daarom moet men voorzichtig zijn met menselijke indelingen.


Wanneer mensen bepaalde boeken voor praktische studie in categorieën indelen, hoeft dat op zichzelf geen probleem te zijn. Maar een menselijke indeling mag nooit worden voorgesteld alsof God Zelf die rangorde heeft ingesteld.


Hetzelfde geldt voor veel andere indelingen.


Een menselijke indeling kan praktisch zijn.


Maar praktisch betekent niet automatisch goddelijk.


Geen privé-uitleg boven de Schrift

2 Petrus 1:20-21 leert dat profetie niet voortkwam uit de wil van de mens, maar dat heilige mensen van God spraken zoals zij door de Heilige Geest werden geleid.


Daarom moet iemand die de Bijbel uitlegt voorzichtig zijn.


Niemand behoort te zeggen:


“Dit is waar omdat ik het zeg.”


De vraag moet zijn:


“Waaruit blijkt dit in de Schrift?”


De Bijbel moet met de Bijbel worden vergeleken.


Een moeilijke tekst mag daarom niet worden gebruikt om een andere duidelijke tekst weg te drukken. Wanneer twee Bijbelgedeelten schijnbaar met elkaar botsen, hoort de eerste reactie niet te zijn dat één tekst moet verdwijnen, maar dat beide teksten zorgvuldig moeten worden onderzocht totdat duidelijk wordt hoe zij in het geheel van de Schrift passen (2 Timotheüs 3:16-17; Handelingen 17:11).


De wedergeboorte: "U moet opnieuw geboren worden"

Een van de belangrijkste onderwerpen is de wedergeboorte.


Jezus Christus sprak hierover met Nicodemus in Johannes 3.


Nicodemus was een religieuze leider en kwam bij Jezus Christus met erkenning voor wat Jezus Christus deed. Maar Jezus Christus richtte het gesprek niet op Nicodemus' positie.


Jezus Christus zei:


“Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.”

Johannes 3:3


Nicodemus dacht aanvankelijk lichamelijk. Jezus Christus sprak echter geestelijk.


Daarom legde Jezus Christus verder uit:


“Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.” Johannes 3:5


Jezus Christus maakte duidelijk dat het hier niet om een lichamelijke geboorte ging.


Het gaat om een geestelijke verandering.


"Ik geloof toch in Jezus Christus?"

Een veelgehoord antwoord is:


“Maar ik geloof toch in Jezus Christus? Is dat dan niet voldoende?”


Geloof in Jezus Christus is absoluut noodzakelijk.


Zonder geloof is het onmogelijk God te behagen (Hebreeën 11:6).


Maar de Bijbel beschrijft geloof niet als een lege uitspraak zonder gehoorzaamheid.


Jakobus zegt dat geloof zonder werken dood is (Jakobus 2:17).


Jezus Christus zei:


“Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader.” Mattheüs 7:21


Daarom moet geloof zichtbaar worden in gehoorzaamheid.


"Ik heb mijn hand opgeheven en een gebed uitgesproken"

Een ander veelgehoord antwoord is:


“Ik heb ooit mijn hand opgeheven en een gebed uitgesproken om Jezus Christus aan te nemen.”


Gebed is Bijbels.


Bekering is Bijbels.


Belijdenis is Bijbels.


Geloof is Bijbels.


Maar de vraag blijft: wat leert de Schrift over de volledige reactie op het evangelie?


In Handelingen 2 werd na de prediking gevraagd:


“Wat moeten wij doen?”


Petrus antwoordde:


“Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van de zonden.” Handelingen 2:37-38


Hier zien wij dus bekering en doop terugkomen in de reactie op het evangelie.


Bekering betekent werkelijk omkeren

Bekering is meer dan zeggen:


“Het spijt me.”


Ware bekering houdt een verandering van richting in.


Johannes de Doper sprak over vruchten die bij bekering passen (Mattheüs 3:8).


Paulus verkondigde bekering tot God en geloof in Jezus Christus (Handelingen 20:21).


Wanneer iemand werkelijk begrijpt dat zijn leven tegen Gods wil ingaat, hoort dat niet alleen verdriet op te leveren, maar ook een verandering van levenswandel.


Een dief die zegt:


“Het spijt me”


maar daarna doorgaat met stelen, heeft niet laten zien dat hij werkelijk van richting is veranderd.


Zacheüs liet bij zijn bekering zien dat zijn houding tegenover geld en bezit veranderde (Lukas 19:1-10).


Bekering raakt daarom het hart én het gedrag.


"God kent mijn hart"

Dit argument wordt vaak gebruikt:


“God kent mijn hart.”


Dat is waar.


God kent het hart van ieder mens (1 Samuël 16:7; Psalm 139:1-4).


Maar deze waarheid kan niet worden gebruikt als excuus voor ongehoorzaamheid.


God kent het hart juist beter dan wijzelf.


David bad:


“Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart.” Psalm 139:23-24


Hij vroeg God niet om zijn fouten te verbergen, maar om hem te onderzoeken en op de goede weg te leiden.


Daarom betekent “God kent mijn hart” niet: “God accepteert alles wat ik doe.” Het betekent juist dat God zowel onze woorden als onze motieven en levenswandel kent (Jeremia 17:10; Hebreeën 4:13).


De Bijbelse weg van bekering en doop

Handelingen 2:38 is duidelijk:


Bekering.


Doop.


De naam van Jezus Christus.


Vergeving van zonden.


Dezelfde lijn zien we terug in Handelingen 8:12-17, Handelingen 10:44-48, Handelingen 19:1-6 en Handelingen 22:16.


De doop wordt in de Bijbel niet als een onbelangrijk ritueel behandeld.


Paulus verbindt de doop met Christus' dood en opstanding in Romeinen 6:3-4.


Daarom moet de doop serieus worden genomen.


"De manier waarop je gedoopt bent maakt niet uit"

Ook dit is een veelgehoord argument.


Toch moeten we de Bijbelse teksten zorgvuldig bekijken.


Jezus Christus gaf Zijn discipelen opdracht om te dopen in Mattheüs 28:19.


In Handelingen zien we dat de apostelen mensen doopten in verband met de naam van Jezus Christus (Handelingen 2:38; 8:16; 10:48; 19:5).


Deze teksten moeten samen worden bestudeerd.


In plaats van één tekst tegen een andere uit te spelen, is het verstandiger om te onderzoeken hoe Mattheüs 28:19 en de voorbeelden in Handelingen samenhangen. Het Nieuwe Testament gebruikt zowel de opdracht van Jezus Christus als de daadwerkelijke apostolische verkondiging en dooppraktijk. De Bijbel mag daarom niet worden gedwongen om zichzelf tegen te spreken.


De Heilige Geest

De Bijbel spreekt ook uitgebreid over de Heilige Geest.


Jezus Christus beloofde de Heilige Geest (Johannes 14:16-17; Johannes 16:7-13).


Op Pinksteren werden de gelovigen vervuld met de Heilige Geest en begonnen zij te spreken in andere talen zoals de Geest hun gaf uit te spreken (Handelingen 2:1-4).


Talen worden ook genoemd in Handelingen 10:44-48 en Handelingen 19:1-6.


Tegelijkertijd leert Paulus dat er verschillende geestelijke gaven zijn en dat niet iedere gelovige dezelfde gave ontvangt (1 Korinthe 12:4-11, 28-30).


Daarom moeten deze teksten gezamenlijk worden bestudeerd.


Het Bijbelse onderscheid tussen de gave van het spreken in talen en de verschillende geestelijke gaven is belangrijk. 1 Korinthe 12:30 stelt bijvoorbeeld de vraag of allen in talen spreken, terwijl Handelingen laat zien dat het spreken in talen bij bepaalde momenten van vervulling met de Geest voorkomt. De Schrift vraagt daarom om zorgvuldig onderscheid en niet om losse teksten tegenover elkaar te plaatsen.


"Iedere religie is hetzelfde"

Ook dit is een veelgehoorde uitspraak:


“Iedere religie dient uiteindelijk dezelfde God.”


Maar Jezus Christus Zelf zei:


“Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.”

Johannes 14:6


Petrus verklaarde eveneens dat er onder de hemel geen andere naam is gegeven waardoor mensen zalig moeten worden (Handelingen 4:12).


Daarom kan een christen niet simpelweg zeggen dat iedere religieuze leerstelling automatisch hetzelfde is.


Verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen kunnen verschillende opvattingen hebben over God, Jezus Christus, zonde, verlossing, gebed en het eeuwige leven.


Die verschillen moeten eerlijk worden onderzocht aan de hand van de Bijbel.


"God kijkt niet naar de naam van de kerk"

Dat is gedeeltelijk waar in de zin dat een kerknaam iemand niet redt.


Maar dat betekent niet dat iedere leerstelling daarom gelijkwaardig is.


De Bijbel zegt dat wij moeten toetsen.


1 Johannes 4:1 zegt dat wij niet iedere geest moeten geloven, maar de geesten moeten beproeven.


Paulus zegt:


“Onderzoek alles, behoud het goede.” 1 Thessalonicenzen 5:21


De vraag moet dus zijn:


Wat leert deze gemeenschap?


Wat wordt verkondigd over Jezus Christus?


Wat wordt geleerd over zonde en bekering?


Wat wordt geleerd over heiligheid?


Wat wordt geleerd over gehoorzaamheid?


Komt het overeen met de Schrift?


Heiligheid is geen optie

God zei in Leviticus:


“U moet heilig zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben heilig.” Leviticus 19:2


Petrus haalt dit principe aan voor gelovigen in het Nieuwe Testament:


“Word heilig in heel uw levenswandel.” 1 Petrus 1:15-16


Heiligheid betekent niet dat iemand zichzelf door eigen kracht volmaakt maakt.


Het betekent dat iemand zich aan God toewijdt en zijn leven steeds meer onder Gods wil brengt.


Paulus roept gelovigen op hun lichaam aan God te wijden als een levend offer (Romeinen 12:1).


"God is liefde, dus alles is toegestaan"

Dit is misschien één van de bekendste excuses.


“God is liefde.”


Dat is waar.


1 Johannes 4:8 zegt dat God liefde is.


Maar dezelfde Bijbel leert ook dat God heilig en rechtvaardig is.


Gods liefde betekent daarom niet dat Hij zonde goedkeurt.


Jezus Christus was vol genade en waarheid (Johannes 1:14).


Hij vergaf zondaars, maar riep hen ook op om niet verder in zonde te leven.


In Johannes 8:11 zei Jezus Christus tegen de vrouw die beschuldigd werd:


“Ga heen en zondig niet meer.”


Genade is dus geen toestemming om bewust in zonde te blijven.


Paulus vraagt:


“Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt?”


Zijn antwoord is duidelijk:


“Volstrekt niet!” Romeinen 6:1-2


"Ik ben nu eenmaal zo"

Ook dit klinkt vertrouwd.


“Ik ben zo opgevoed.”


“Zo ben ik.”


“Ik kan er niets aan doen.”


“Dit is gewoon mijn karakter.”


Maar het evangelie spreekt over verandering.


Paulus schrijft:


“Als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping.” 2 Korinthe 5:17


Dat betekent niet dat iemand na bekering nooit meer strijd kent.


De Bijbel beschrijft juist geestelijke strijd (Galaten 5:16-17).


Maar de richting van het leven hoort te veranderen.


Ware bekering heeft gevolgen

Wanneer iemand werkelijk tot God keert, verandert dat hoe hij met andere mensen omgaat.


De Bijbel zegt:


“Wie stal, moet niet meer stelen, maar arbeiden en delen met wie gebrek heeft” (Efeze 4:28).


Wie liegt, moet de waarheid spreken (Efeze 4:25).


Wie bitterheid en boosheid koestert, moet deze dingen afleggen (Efeze 4:31-32).


Wie vroeger vijandschap kende, moet leren liefhebben (Mattheüs 5:44).


Dit is geen oppervlakkige verandering.


Het evangelie verandert het hart en vervolgens de levenswandel.


Zelfs ernstige zonden moeten worden verlaten

De Bijbel spreekt ernstig over moord, seksuele zonde, diefstal, bedrog, hebzucht, dronkenschap, haat en andere werken van het vlees (Galaten 5:19-21; 1 Korinthe 6:9-10).


Maar tegelijkertijd verkondigt de Bijbel hoop.


Paulus schrijft:


“En sommigen van u zijn dat geweest.” 1 Korinthe 6:11


Dat is een krachtige boodschap.


Iemand hoeft niet voor altijd vast te blijven zitten in zijn oude leven.


God kan vergeving schenken.


God kan veranderen.


God kan reinigen.


God kan iemand een nieuw leven geven.


Kan iemand die verschrikkelijke dingen heeft gedaan nog vergeving ontvangen?

De Bijbel geeft daarop een hoopvol antwoord.


David beging ernstige zonden, waaronder overspel en het regelen van de dood van Uria (2 Samuël 11).


Toch zien we in Psalm 51 een diep berouwvol gebed.


De Bijbel verheerlijkt Davids zonde niet.


Maar de Bijbel laat wel zien dat echte bekering en Gods barmhartigheid werkelijk bestaan.


Paulus noemt zichzelf zelfs een vervolger van de gemeente en iemand die gelovigen vervolgde (1 Timotheüs 1:13-16).


Hij ontving genade.


Dat betekent niet dat iemand de gevolgen van zijn daden altijd ontloopt.


David ondervond ernstige gevolgen van zijn zonde (2 Samuël 12:9-14).


Vergeving betekent dus niet noodzakelijk dat alle aardse gevolgen verdwijnen.


Maar God kan wel de zondaar vergeven die werkelijk tot Hem keert.


"Mijn zonde is te groot"

Dit is een ander gevaarlijk excuus.


Iemand kan denken:


“God zal mij nooit vergeven.”


Maar de Bijbel zegt:


“Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” 1 Johannes 1:9


Jesaja roept de goddeloze op om zijn weg te verlaten en tot de HEERE terug te keren, omdat Hij rijkelijk vergeeft (Jesaja 55:6-7).


De boodschap van het evangelie is daarom niet:


“Je bent te slecht.”


De boodschap is:


Bekeer u en keer terug tot God.


"Ik wacht nog even"

Ook uitstel kan een vorm van ongehoorzaamheid worden.


Mensen zeggen:


“Later.”


“Als ik ouder ben.”


“Eerst wil ik mijn leven op orde krijgen.”


“Misschien volgend jaar.”


Maar Jakobus zegt:


“U weet niet wat er morgen gebeuren zal.” Jakobus 4:14


Paulus zegt:


“Zie, nu is het de aangename tijd; zie, nu is het de dag van het heil.”

2 Korinthe 6:2


Niemand heeft de garantie van morgen.


Religie zonder gehoorzaamheid

Het is mogelijk om religieus te zijn zonder werkelijk naar God te luisteren.


Jezus Christus waarschuwde tegen mensen die Hem met hun lippen eren terwijl hun hart ver van Hem verwijderd is (Markus 7:6).


Daarom gaat het niet om uiterlijk vertoon.


Niet om hoe luid iemand zingt.


Niet om hoe vaak iemand “Halleluja” zegt.


Niet om hoeveel Bijbelverzen iemand kan citeren.


Niet om hoeveel mensen iemand kent.


Het gaat om een leven dat onder Gods Woord wordt gebracht.


Jakobus zegt dat zuivere godsdienst zichtbaar wordt in het zorgen voor mensen in nood en in het bewaren van zichzelf van de wereld (Jakobus 1:27).


Wat betekent dit voor de Nederlandse samenleving?

In Nederland leven mensen met verschillende religies, overtuigingen en levensbeschouwingen naast elkaar. Dat betekent dat een christen niet geroepen is om anderen met geweld of dwang te veranderen. Jezus Chrsitus verkondigde de waarheid, maar Hij dwong mensen niet om Hem te volgen (Mattheüs 19:16-22; Johannes 6:66-68). Het evangelie wordt verkondigd, waarna mensen zelf moeten reageren. Tegelijkertijd betekent respect voor anderen niet dat een christen zijn eigen overtuiging moet verbergen (Mattheüs 28:19-20; 1 Petrus 3:15).


In een maatschappij waarin kerst, Pasen, commerciële tradities, sociale gewoonten en religieuze gebruiken op verschillende manieren worden beleefd, behoort een gelovige ieder gebruik afzonderlijk aan de Schrift te toetsen. Niet alles wat cultureel normaal is, is daarom automatisch een Bijbels gebod. Evenmin is alles wat cultureel gebruikelijk is automatisch zondig. Het criterium blijft: wat leert Gods Woord?


"Iedereen mag toch zelf weten wat hij gelooft?"

Ja, mensen maken hun eigen keuzes.


Maar de Bijbel leert dat mensen ook verantwoordelijk zijn tegenover God.


Jozua zei:


“Kies heden wie u dienen zult.” Jozua 24:15


Jezus Christus nodigde mensen uit Hem te volgen.


Hij zei:


“Kom achter Mij.” Mattheüs 16:24


Het evangelie wordt dus niet opgelegd door menselijke dwang.


Maar het wordt wel duidelijk verkondigd.


Waarschuwen is geen haat

Wanneer de Bijbel iemand waarschuwt voor zonde, is dat niet automatisch haat.


Een vader die zijn kind waarschuwt om niet de snelweg op te lopen, doet dat omdat hij het leven van zijn kind wil beschermen.


Ezechiël 33 gebruikt het beeld van een wachter die moet waarschuwen wanneer gevaar komt.


Ook Jakobus zegt dat iemand die een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, een ziel van de dood redt en een menigte van zonden bedekt (Jakobus 5:19-20).


Daarom moet waarheid altijd worden gecombineerd met liefde.


Paulus zegt dat wij de waarheid moeten spreken in liefde (Efeze 4:15).


De manier waarop wij de waarheid brengen

Het is niet genoeg om gelijk te willen hebben.


Een christen moet ook letten op de manier waarop hij spreekt.


Petrus zegt dat wij rekenschap moeten kunnen geven van de hoop die in ons is, met zachtmoedigheid en eerbied (1 Petrus 3:15).


Paulus schrijft:


“Uw woord zij altijd aangenaam, met zout smakelijk gemaakt.” Kolossenzen 4:6


Dat betekent niet dat moeilijke waarheden verzwegen moeten worden.


Het betekent wel dat waarheid niet hoeft te worden vermengd met vernedering, scheldwoorden of persoonlijke aanvallen.


Een Bijbels voorbeeld van krachtige maar beheerste verkondiging is te zien in Handelingen 17: Paulus spreekt duidelijk over afgoderij en Christus, maar hij redeneert met de mensen vanuit de Schrift en vanuit wat zij zelf kenden (Handelingen 17:16-34). Waarheid en liefde hoeven daarom geen vijanden te zijn (Efeze 4:15).


Geen geweld in de naam van God

De Bijbel veroordeelt moord, onderdrukking, verkrachting, ontvoering en ander geweld.


Jezus Christus leerde:


“Allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.” Mattheüs 26:52


Christenen worden niet geroepen om mensen door geweld tot geloof te brengen.


Het evangelie werkt door de verkondiging van het Woord en de werking van God.


Paulus zegt:


“Het geloof is uit het gehoor.” Romeinen 10:17


Daarom kan niemand worden gedwongen om werkelijk wedergeboren te worden.


De ernst van geweld, moord en seksueel misbruik

De Bijbel maakt duidelijk dat mensenlevens kostbaar zijn.


“U zult niet doden” staat in Exodus 20:13.


Seksuele zonde wordt eveneens ernstig veroordeeld (1 Korinthe 6:18; 1 Thessalonicenzen 4:3-5).


Onderdrukking en geweld tegen zwakken worden door God niet genegeerd (Psalm 82:3-4; Spreuken 31:8-9).


Daarom kan niemand zijn misdaden rechtvaardigen door een religieuze naam te gebruiken.


Saulus vervolgde de gemeente, maar toen hij Christus ontmoette, veranderde zijn leven (Handelingen 9:1-22).


Gods naam mag nooit worden gebruikt als dekmantel voor zonde.


Ook religieuze leiders moeten zich bekeren

Een titel beschermt niemand tegen Gods oordeel.


Jezus Christus waarschuwde juist religieuze leiders wanneer zij hypocriet waren (Mattheüs 23).


Jakobus zegt:


“Laat niet velen van u leraars worden.” Jakobus 3:1


Waarom?


Omdat leraren een zwaardere verantwoordelijkheid dragen.


Wie anderen leert, moet daarom bereid zijn zichzelf eerst aan hetzelfde Woord te onderwerpen.


Ook een kerkgemeente moet zichzelf blijven onderzoeken

Dit geldt niet alleen voor individuen.


Ook een kerkgemeente moet zichzelf onderzoeken.


De gemeente van Korinthe had bijvoorbeeld geestelijke gaven, maar Paulus moest hen op verschillende zaken corrigeren (1 Korinthe 1:4-7; 3:1-3; 11:17-22; 14:26-40).


Een kerkgemeente kan dus veel geestelijke activiteit hebben en toch correctie nodig hebben.


Daarom behoort ook een kerkgemeente voortdurend terug te keren naar de Schrift.


De naam van een kerkgemeente bepaalt niet of haar onderwijs juist is. Een kerkgemeente die zich bijvoorbeeld “De Waarheid Gods” noemt, behoort juist voortdurend te laten zien dat haar onderwijs daadwerkelijk aan Gods Woord onderworpen is. Een naam is een belijdenis, geen bewijs. Het bewijs moet uit de Schrift en uit de vrucht van de levenswandel blijken (Johannes 17:17; Mattheüs 7:16-20).


Hoe herken je gezonde Bijbelse leer?

De Bijbel geeft verschillende toetsstenen.


Komt het overeen met de Schrift?

Handelingen 17:11; 2 Timotheüs 3:16-17


Verhoogt het Christus?

Jezus Christus zei dat de Geest Hem zou verheerlijken (Johannes 16:14).


Roept het op tot bekering?

Jezus Christus begon Zijn prediking met een oproep tot bekering en geloof (Markus 1:15).


Brengt het mensen tot heiligheid?

1 Petrus 1:15-16.


Brengt het liefde voort?

Johannes 13:34-35; 1 Korinthe 13.


Brengt het gehoorzaamheid voort?

Johannes 14:15; Jakobus 1:22.


Wordt de waarheid boven menselijke traditie geplaatst?

Markus 7:7-13.


Wordt alles zorgvuldig onderzocht?

1 Thessalonicenzen 5:21.


De Bijbel spreekt zichzelf niet tegen

Wanneer verschillende Bijbelteksten worden gelezen, kan het soms lijken alsof er een tegenstelling bestaat.


Maar het antwoord moet niet zijn om één gedeelte te negeren.


De Bijbel moet als geheel worden onderzocht.


Een belangrijk principe bij prediking is daarom: gebruik duidelijke teksten om moeilijke teksten te begrijpen, maar gebruik nooit een moeilijke tekst om een duidelijke tekst eenvoudig weg te zetten. Kijk naar de context, naar wie spreekt, tegen wie gesproken wordt, wanneer iets plaatsvindt en hoe andere Schriftgedeelten hetzelfde onderwerp behandelen (Nehemia 8:8; Lukas 24:27; Handelingen 17:11).


Dit voorkomt dat iemand één losse zin gebruikt om een volledige leerstelling op te bouwen.


Het gevaar van menselijke toevoegingen

De Bijbel waarschuwt niet alleen tegen het weglaten van Gods geboden, maar ook tegen het toevoegen van menselijke regels.


Deuteronomium 4:2 zegt dat men niets aan Gods woorden mag toevoegen of ervan afdoen.


Spreuken 30:6 zegt:


“Voeg niets toe aan Zijn woorden.”


Daarom moeten wij voorzichtig zijn met uitspraken als:


“God zegt…”


wanneer God dat eigenlijk niet heeft gezegd.


Dat is een zeer ernstige zaak.


Een menselijke mening mag niet worden vermomd als een goddelijke uitspraak.


"Maar ik heb het van een betrouwbare persoon geleerd"

Zelfs een betrouwbaar persoon kan zich vergissen.


Apollos was bijvoorbeeld een geleerd en welsprekend man die veel wist over de Schriften, maar Priscilla en Aquila legden hem de weg van God nauwkeuriger uit (Handelingen 18:24-26).


Dat is een prachtig voorbeeld van nederigheid.


Niemand weet alles.


Niemand begrijpt alles volmaakt.


Daarom moeten wij bereid zijn om te leren en ons te laten corrigeren door de Schrift.


Terug naar Christus

De oplossing voor menselijke tradities is niet om simpelweg een nieuwe menselijke traditie te beginnen.


De oplossing is:


Terug naar Christus.


Terug naar Zijn Woord.


Terug naar bekering.


Terug naar gehoorzaamheid.


Terug naar heiligheid.


Terug naar liefde.


Terug naar waarheid.


Jezus Christus zei:


“Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen; en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:31-32


Het doel is dus niet om een mens te verheerlijken.


Niet om een organisatie groot te maken.


Niet om een kerknaam groot te maken.


Niet om menselijke kennis groot te maken.


Het doel is Christus.


Een eenvoudige toets voor iedere leerstelling

Wanneer iemand een nieuwe leer hoort, kan hij zichzelf zeven vragen stellen:


  1. Waar staat dit in de Bijbel?


  2. Wat zegt de context?


  3. Zijn er andere Bijbelteksten over hetzelfde onderwerp?


  4. Spreekt deze uitleg Christus en Zijn Woord niet tegen?


  5. Is dit werkelijk een gebod van God, of slechts een menselijke gewoonte?


  6. Brengt deze leer mensen tot bekering, geloof, liefde en heiligheid?


  7. Kan ik deze leer aannemen met een zuiver geweten voor God?


Deze manier van onderzoeken sluit aan bij het voorbeeld van de Bereërs, die zelfs de verkondiging van Paulus onderzochten aan de hand van de Schriften (Handelingen 17:11).


Veelgehoorde excuses en het Bijbelse antwoord

"Maar iedereen doet het."

Antwoord: Het aantal mensen bepaalt de waarheid niet.

Mattheüs 7:13-14; Exodus 23:2.


"Zo hebben we het altijd gedaan."

Antwoord: Een oude traditie staat niet boven Gods gebod.

Markus 7:8-13.


"Mijn familie heeft mij dit geleerd."

Antwoord: Iedereen moet Gods Woord zelf onderzoeken.

Handelingen 17:11; 2 Timotheüs 3:15-17.


"Mijn voorganger heeft ervoor gestudeerd."

Antwoord: Onderwijs moet worden getoetst aan de Schrift.

Handelingen 17:11; 1 Johannes 4:1.


"Mijn kerk is heel groot."

Antwoord: Grootte is geen maatstaf voor waarheid.

Mattheüs 7:13-14.


"God kent mijn hart."

Antwoord: Juist daarom moet het hart voor God worden onderzocht.

Psalm 139:23-24; Jeremia 17:10.


"God is liefde."

Antwoord: Gods liefde maakt Zijn heiligheid en waarheid niet ongeldig.

1 Johannes 4:8; 1 Petrus 1:15-16.


"Ik geloof in Jezus Christus, dus alles is goed."

Antwoord: Bijbels geloof gaat samen met gehoorzaamheid.

Johannes 14:15; Jakobus 2:17.


"Ik heb ooit een gebed uitgesproken."

Antwoord: Het evangelie roept op tot geloof, bekering en gehoorzaamheid.

Handelingen 2:37-38; Markus 1:15.


"Ik word later wel serieus met God."

Antwoord: Niemand weet wat morgen brengt.

Jakobus 4:14; 2 Korinthe 6:2.


"Mijn zonden zijn te groot."

Antwoord: God roept de zondaar op om zich te bekeren en belooft vergeving aan wie zijn zonden belijdt.

Jesaja 55:6-7; 1 Johannes 1:9.


"Het maakt niet uit welke religie je hebt."

Antwoord: Jezus Christus verklaarde dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is.

Johannes 14:6; Handelingen 4:12.


Een extra waarschuwing voor deze tijd: gemak mag geen maatstaf voor waarheid worden

In een samenleving waarin vrijwel alles direct beschikbaar is, bestaat ook het gevaar dat mensen geestelijke zaken op dezelfde manier behandelen. Een korte video, een uitspraak op sociale media of een populair citaat kan binnen enkele seconden worden gedeeld. Maar snelheid is geen bewijs van waarheid.


De Bijbel leert juist geduld, onderzoek en onderscheidingsvermogen (Spreuken 14:15; Handelingen 17:11; 1 Thessalonicenzen 5:21). Daarom is het verstandig om niet iedere geestelijke uitspraak onmiddellijk te geloven of door te sturen, maar eerst te onderzoeken of deze werkelijk overeenkomt met de Schrift.


Een tweede waarschuwing: maak van Bijbelkennis geen wedstrijd

Bijbelkennis is waardevol, maar Paulus waarschuwt dat kennis zonder liefde kan leiden tot hoogmoed (1 Korinthe 8:1). Het doel van prediking is daarom niet om anderen te verslaan in een discussie, maar om God beter te leren kennen en Zijn wil te doen.


Een mens kan honderd Bijbelverzen uit het hoofd kennen en toch bitter, trots of ongehoorzaam leven. Daarom horen waarheid en levenswandel bij elkaar (Jakobus 1:22; 1 Korinthe 13:1-3).


Een derde waarschuwing: corrigeer zonder jezelf boven anderen te plaatsen

Wie menselijke tradities wil ontmaskeren, moet oppassen niet zelf een houding van menselijke trots te ontwikkelen. Paulus waarschuwt dat niemand moet denken dat hij meer is dan hij behoort te denken (Romeinen 12:3). Wie een ander terechtwijst, moet zichzelf eveneens onderzoeken (Galaten 6:1).


De waarheid van God is groter dan iedere menselijke boodschapper. Daarom behoort alle eer uiteindelijk aan God toe en niet aan degene die de boodschap brengt (1 Korinthe 3:5-7).


Een vierde waarschuwing: toets ook wat je zelf graag wilt geloven

Het is gemakkelijk om alleen de Bijbelteksten te zoeken die bevestigen wat men al gelooft. Maar ware onderwerping aan Gods Woord betekent dat wij bereid moeten zijn onszelf te laten corrigeren. Hebreeën 4:12 beschrijft het Woord van God als levend en krachtig, en 2 Timotheüs 3:16 zegt dat de Schrift ook dient tot terechtwijzing en correctie.


Daarom moet prediking niet alleen de vraag beantwoorden: "Welke teksten bewijzen mijn standpunt?" maar ook: "Ben ik bereid mijn standpunt te veranderen wanneer Gods Woord mij corrigeert?"


Een vijfde waarschuwing: waarheid moet leiden tot liefde

Een kerkgemeente die waarheid verkondigt, behoort niet alleen bekend te staan om wat zij afwijst, maar ook om de liefde die zij laat zien. Jezus Christus zei dat mensen Zijn discipelen zouden herkennen aan hun liefde voor elkaar (Johannes 13:34-35). Daarom mogen correctie, bekering en heiligheid nooit worden losgemaakt van liefde, barmhartigheid en recht.


Micha 6:8 vat dit samen met de oproep om recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig met God te wandelen.


De oproep blijft eenvoudig

De Bijbel geeft geen ingewikkelde boodschap.


De mens heeft gezondigd.

Romeinen 3:23


De zonde brengt de dood.

Romeinen 6:23


God heeft Zijn liefde getoond door Christus.

Romeinen 5:8


Het evangelie moet worden geloofd.

Markus 1:15


De mens moet zich bekeren.

Handelingen 2:38


De mens moet Christus volgen.

Mattheüs 16:24


De gelovige moet wandelen in gehoorzaamheid en heiligheid.

1 Petrus 1:15-16; Johannes 14:15


De gemeente moet blijven in het onderwijs van Christus en de apostelen.

Handelingen 2:42


En alles moet worden getoetst aan Gods Woord.

Handelingen 17:11; 1 Thessalonicenzen 5:21.


Terug naar de Bijbel

Wanneer menselijke tradities, religieuze gewoonten, populaire meningen en menselijke filosofieën steeds meer ruimte krijgen, wordt het noodzakelijk om terug te keren naar het Woord.


Niet naar menselijke macht.


Niet naar menselijke eer.


Niet naar menselijke titels.


Niet naar menselijke tradities.


Maar naar Christus.


Kolossenzen 2:8 waarschuwt voor menselijke filosofie, misleiding en tradities die niet overeenkomstig Christus zijn.


Markus 7:7-13 waarschuwt dat menselijke tradities Gods gebod kunnen verdringen.


2 Timotheüs 3:16-17 leert dat de Schrift door God is ingegeven en geschikt is voor onderwijs, correctie en vorming in rechtvaardigheid.


2 Petrus 1:20-21 laat zien dat de Schrift niet voortkomt uit menselijke wil, maar dat heilige mensen van God spraken door de Heilige Geest.


Handelingen 17:11 laat zien dat zelfs verkondiging onderzocht moet worden aan de hand van de Schrift.


Johannes 3:3-5 leert over de noodzaak van de wedergeboorte.


Handelingen 2:38 roept op tot bekering en doop in de naam van Jezus Christus.


1 Petrus 1:15-16 roept Gods volk op tot heiligheid.


En Johannes 14:6 richt onze aandacht op Jezus Christus als de Weg, de Waarheid en het Leven.


Keer terug naar Christus

De belangrijkste vraag is uiteindelijk niet:


“Welke traditie heb ik ontvangen?”


De belangrijkste vraag is:


“Volg ik Christus?”


Niet:


“Wat zegt iedereen?”


Maar:


“Wat zegt Gods Woord?”


Niet:


“Hoe lang bestaat deze gewoonte?”


Maar:


“Is deze gewoonte overeenkomstig de Schrift?”


Niet:


"Hoeveel mensen geloven dit?"


Maar:


“Kan dit vanuit Gods Woord worden aangetoond?”


Niet:


“Welke menselijke naam/titel draag ik?”


Maar:


“Ben ik werkelijk een discipel van Jezus Christus?”


De oproep van de Schrift blijft daarom duidelijk:


Onderzoek.


Toets.


Bekeer u.


Geloof het evangelie.


Laat u leiden door Gods Woord.


Wandel in heiligheid.


Blijf in Christus.


En wanneer menselijke tradities botsen met Gods Woord, moet Gods Woord de hoogste plaats behouden.


Want mensen veranderen.


Tradities veranderen.


Culturen veranderen.


Generaties veranderen.


Maar:


“Het woord van onze God bestaat voor eeuwig.” Jesaja 40:8


Daarom:


Keer terug naar Christus!


Keer terug naar Gods Woord!


Laat menselijke traditie nooit de plaats innemen van Gods waarheid!

 
 
 

Opmerkingen


Anker 1
bottom of page