Kom zoals je bent, maar blijf niet zoals je was
Over kleding, schoonheid en een kerk die weer licht wil zijn. Een eerlijke blog met de veelgehoorde bezwaren, en wat de Bijbel daarop zegt.
De kerk is een licht, geen spiegel
Jezus Christus zegt dat zijn volgelingen het licht van de wereld zijn en dat een stad op een berg niet verborgen kan blijven (Mattheüs 5:14-16). De kerk is er dus voor de mensen die zonder God leven, om hun de weg te wijzen. Maar in onze tijd gebeurt vaak het omgekeerde: de wereld wijst de kerk de weg. Wie op zaterdagavond in het uitgaansleven is geweest en zondag in de kerk dezelfde mensen in dezelfde kleding ziet, gaat zich afvragen wat het verschil is. Veel mensen buiten de kerk hebben daarom geen respect meer voor het geloof. Paulus schrijft dat de naam van God onder de volken wordt gelasterd door het gedrag van gelovigen (Romeinen 2:24).
Daarom roept de Bijbel op om de wereld niet na te doen (Romeinen 12:2; 1 Johannes 2:15-16) en om niet aan de tafel van de Heer en aan die van de wereld tegelijk te zitten (1 Korinthe 10:21; 2 Korinthe 6:14-17). Denk aan een vuurtoren die dezelfde kleur licht geeft als de haven eromheen: de schipper ziet het verschil niet meer en vaart verkeerd. De Bijbel voorspelt ook dat veel mensen van het geloof zullen afvallen en alleen nog willen horen wat prettig klinkt (2 Tessalonicenzen 2:3; 2 Timoteüs 4:3-4). De kerk is een heilige plaats en verdient ontzag (Exodus 3:5; Leviticus 19:30; Habakuk 2:20).
"Oordeel niet!" na slechts een klein stukje
Het gebeurt vaak: iemand hoort een kort stukje van een boodschap/prediking, bijvoorbeeld een fragment van twee of drie minuten, en roept meteen: "Je mag niet oordelen!" Maar dat stukje was maar een klein deel van het geheel. Wie de hele boodschap/preek had gehoord, had begrepen wat er werkelijk werd bedoeld en waarom het werd gezegd. Wie een stuk uit het verband haalt, maakt van een vraag een beschuldiging. Het is alsof je één scène uit een film ziet en daarover een oordeel velt, zonder het begin en het einde te kennen.
De Bijbel waarschuwt dat wie antwoordt voordat hij alles heeft gehoord, dwaas handelt en zich schaamt (Spreuken 18:13). De mensen in Berea waren daarom edel: ze luisterden gretig en zochten elke dag in de Schriften of het zo was (Handelingen 17:11). Wie dus meent dat er iets niet klopt, moet eerst de hele boodschap/preek horen en die dan aan de Bijbel toetsen. Pas dan weet je of er iets niet klopt.
Ook elders staat dit: wees snel om te horen en langzaam om te spreken (Jakobus 1:19). Het eerste verhaal lijkt altijd juist, totdat de ander aan het woord komt en het onderzoekt (Spreuken 18:17). Zelfs de wet oordeelt een mens niet voordat die gehoord is en geweten is wat hij doet (Johannes 7:51). En juist omdat Jezus Christus zegt dat we niet moeten oordelen (Mattheüs 7:1), is het belangrijk dat we eerst weten waarover we oordelen. Een oordeel over een halve boodschap is een voorbarig oordeel.
"Oordeel niet!"
Zodra iemand een ander op zijn kleding of leven aanspreekt, komt het antwoord: "Oordeel niet." Jezus Christus zegt inderdaad dat we niet moeten oordelen (Mattheüs 7:1), maar hij zegt ook: oordeel niet naar de schijn, maar oordeel rechtvaardig (Johannes 7:24). Binnen de gemeente hoort men zelfs te letten op elkaars leven (1 Korinthe 5:12), en men herkent valse leraren aan hun vruchten (Mattheüs 7:15-20). Wie iemand terechtwijst, moet dat doen in een zachte geest (Galaten 6:1).
De vraag "volgens wie?" is dan snel beantwoord. Niet volgens een mens, maar volgens de goede zeden en de beginselen van de Bijbel. Een scheidsrechter die niet fluit omdat hij "niet wil oordelen" helpt niemand; zonder regels is er geen spel.
Wees wel eerlijk naar jezelf. Jezus Christus vraagt eerst de balk uit het eigen oog te halen en daarna pas de splinter uit dat van een ander (Mattheüs 7:3-5). Terechtwijzen mag, maar alleen vanuit een eigen leven dat klopt.
"Dat staat toch niet in de Bijbel? Dat verzinnen jullie!"
Het tegendeel is waar. De Bijbel spreekt over schmink (make-up): Izebel verfde haar ogen en versierde haar hoofd (2 Koningen 9:30), en God zegt tegen een ontrouw volk dat het zich tevergeefs mooi maakt met schmink en gouden sieraden (Jeremia 4:30; Ezechiël 23:40). Daarom zeiden moeders vroeger tegen hun dochters: "Ga niet als Izebel de straat op." Izebel staat in de Bijbel voor losbandige vrouw, verleiding en afgoderij (Openbaring 2:20).
De Bijbel spreekt ook over sieraden en opschik. Jesaja beschrijft de dochters van Sion met hun enkelkettinkjes en glinsterende versiering, en kondigt het oordeel aan (Jesaja 3:16-24). In het Nieuwe Testament staat dat vrouwen zich moeten tooien met ingetogen kleding, “niet met gevlochten haar, goud, parels of dure kleren” (1 Timoteüs 2:9-10; 1 Petrus 3:3). Wie nu denkt aan haarextensions, kunstnagels als vogelklauwen, steentjes op de teennagels, ingrepen om het lichaam te veranderen: het principe is hetzelfde. Een teen wordt er niet rijker van.
Er is ook een duidelijk verschil tussen de kleding van een hoer en ingetogen kleding (Spreuken 7:10 tegenover 1 Timoteüs 2:9). Wie in de kerk zit, hoort zo herkenbaar anders te zijn dan iemand uit de seksindustrie dat niemand de twee verwart. De Bijbel zegt zelfs: “Breng je dochter niet tot hoererij” (Leviticus 19:29).
"God kijkt naar het hart, niet naar het uiterlijk"
Dat is waar: de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heer ziet het hart aan (1 Samuël 16:7). Toch wordt dit vers vaak gebruikt om alles toe te staan. De Bijbel gaat over beide: binnen én buiten. Jezus Christus zegt dat we eerst de binnenkant van de beker moeten reinigen, zodat ook de buitenkant schoon wordt (Mattheüs 23:25-26). Wie goed is vanbinnen, laat dat zien in zijn leven (Jakobus 2:18).
Het kan ook andersom. Iemand kan zich netjes kleden en toch een harde, hatelijke ziel hebben. Jezus Christus noemt zulke mensen witgepleisterde graven: mooi van buiten, vol dood van binnen (Mattheüs 23:27-28). Een mooie verpakking met bedorven inhoud is erger dan geen verpakking. Daarom hebben we beide nodig: een rein hart en een gedrag en uiterlijk dat daarbij past.
Anderen zeggen: “Ik weet zelf wel hoe ik me hoor te kleden.” De Bijbel zegt dat de weg van een mens hem recht lijkt, maar eindigt in de dood (Spreuken 14:12; 21:2). Eigen gevoel is geen maatstaf, Gods Woord is dat wel (Jesaja 8:20).
Schoonheid komt niet uit een potje
God keek naar alles wat Hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was (Genesis 1:27, 31). David noemt zichzelf op een ontzagwekkende en wonderbaarlijke manier gemaakt (Psalm 139:14). De vraag is dan: wat is er mis met de structuur van je haar, de kleur van je huid, de vorm van je lippen? Zou de volmaakte Schepper een fout hebben gemaakt? Wij zijn het werk van zijn handen (Jesaja 64:8).
Toch wordt vooral vrouwen sinds jaren verteld dat ze niet goed genoeg zijn zoals ze zijn. Reclames, bewerkte foto’s en beroemdheden op sociale media laten een beeld zien dat bijna niemand heeft. Jongeren meten zich eraan en denken: als ik niet zo lijk, ben ik niet mooi. Schoonheid koop je niet in een flesje, in een doos of via een bezorgdienst. Spreuken zegt dat schoonheid vluchtig is, maar dat een vrouw die de Heer vreest geprezen wordt (Spreuken 31:30). Jezus Christus wijst op de lelies op het veld, mooier gekleed dan Salomo in al zijn pracht (Mattheüs 6:28-29). Schoonheid is ook gedrag: hoe je met anderen omgaat en hoe je jezelf draagt (1 Petrus 3:4).
"Kom zoals je bent!"
Dit is het meest gebruikte bezwaar, en het is voor een deel waar: iedereen is welkom. Jezus Christus is gekomen voor zieken, niet voor gezonden (Lukas 5:31-32). Een kerk is als een ziekenhuis. Niemand wordt weggestuurd omdat hij ziek binnenkomt. Maar niemand blijft ook ziek op de behandeltafel liggen. Je komt met koorts, maar je gaat niet met koorts naar huis.
Jezus Christus zei tegen de vrouw die op overspel was betrapt: ik veroordeel je niet, ga heen en zondig niet meer (Johannes 8:11). Wie bij Christus is, is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan (2 Korinthe 5:17). We moeten de oude mens afleggen en de nieuwe aandoen (Efeziërs 4:22-24; Kolossenzen 3:9-10). Veranderen van karakter betekent ook veranderen van uiterlijk. Zonder dat wordt “kom zoals je bent” al snel “blijf zoals je bent”, en dat is niet wat Jezus Christus bedoelde (Romeinen 6:1-2). In de gelijkenis van het bruiloftsmaal werd de man zonder feestkleed eruit gezet (Mattheüs 22:11-14). De verloren zoon kreeg bij thuiskomst het beste kleed (Lukas 15:22).
Wat als iemand maar één kledingstuk heeft, bijvoorbeeld een man die net uit de gevangenis komt? Natuurlijk is hij welkom, zoals ook de moordenaar aan het kruis welkom was (Lukas 23:42-43; Mattheüs 25:36). De Bijbel waarschuwt zelfs voor wie een arme in vuile kleren op een slechtere plaats zet (Jakobus 2:1-4). Daar gaat het niet over. Het gaat om mensen die zeggen gered te zijn en zich toch niet anders kleden en gedragen dan de wereld.
Een vrouw die vroeger op straat tippelde, vertelt hoe de Heilige Geest haar veranderd heeft. Zo ging het ook in Korinte: sommigen waren dief, overspelig of ontucht gewend, “en zo waren sommigen van u, maar u bent gewassen” (1 Korinthe 6:9-11). Luister naar wie veel vergeven is: die heeft veel lief (Lukas 7:47-50). Haar boodschap: presenteer je aan God, niet aan een man op straat (Romeinen 12:1).
Bij De Waarheid Gods is iedereen welkom, ook wie nog niets kan veranderen. Ontvangen is wat Christus deed (Romeinen 15:7). En het volgende wat Hij doet, is bijwerken: zijn liefde laat ons niet zoals we waren (Titus 2:11-12).
"Je taal is te hard"
Sommigen vinden de woorden of prediking scherp. Maar de Bijbel zelf gebruikt sterke taal. Jezus Christus noemt de schijnheiligen slangen en adderengebroed (Mattheüs 23:33); Paulus zegt dat gelovigen scherp terechtgewezen moeten worden (Titus 1:13); Timoteüs moet “bestraffen, vermanen, terechtwijzen” (2 Timoteüs 4:2). De wonden van een vriend zijn goed bedoeld (Spreuken 27:6). Wie de waarheid zegt, maakt zich soms tot vijand (Galaten 4:16).
Mensen denken vaak dat liefde alleen zacht en meegaand is. Maar wie zijn kind liefheeft, tuchtigt het op tijd (Spreuken 13:24). Een kind dat een streng opgevoede vader had, begrijpt later dat de tucht liefde was. God tuchtigt ieder die Hij liefheeft (Hebreeën 12:5-11; Openbaring 3:19). Een tandarts die zegt dat een tand eruit moet, is niet hard; hij is eerlijk. Laat uw ja ja zijn en uw nee nee (Mattheüs 5:37).
"Maar dit is vernederend!" Er is een verschil tussen opbouwende kritiek en vernederen. Wie zegt hoe iemand eruitziet, noemt dat het uiterlijk past bij een bepaalde leefstijl, niet dat de persoon waardeloos is. Zo bedoelde Jezus Christus het: niet oordelen naar de schijn, maar rechtvaardig oordelen (Johannes 7:24). Wie de waarheid zegt, doet dat in liefde (Efeziërs 4:15).
Harmonie met zachtheid: spreek met genade, "met zout besprenkeld" (Kolossenzen 4:6), wees vriendelijk voor iedereen, en leer anderen met zachtmoedigheid (2 Timoteüs 2:24-25; 1 Petrus 3:15). De Bijbel wijst oudere vrouwen aan om jongere vrouwen persoonlijk te onderwijzen (Titus 2:3-5). Wat in de kerk soms hard klinkt, kan thuis, in een gesprek van vrouw tot vrouw, veel verder komen. Waarheid en genade horen bij elkaar.
"En de mannen dan?"
Dat is een terechte vraag. De Bijbel vraagt van mannen minstens zoveel. Ze moeten hun vrouw liefhebben als Christus de gemeente en haar verzorgen als hun eigen lichaam (Efeziërs 5:25-29). Niet verbaal of lichamelijk geweld, niet bitter zijn (Kolossenzen 3:19; 1 Petrus 3:7). God haat wie zijn kleed met geweld bedekt (Maleachi 2:16), en zijn ziel haat wie geweld liefheeft (Psalm 11:5). Een man die zijn vrouw slaat, hoort niet ongestoord in de gemeente te zitten (1 Korinthe 5:11). Zulke zaken horen ook bij de politie gemeld te worden, zodat de overheid het kwaad straft (Romeinen 13:4).
Wie een kind krijgt, moet ervoor zorgen. Wie niet zorgt voor de zijnen, heeft het geloof verloochend (1 Timoteüs 5:8). Kinderen zijn een erfdeel van de Heer (Psalm 127:3; Efeziërs 6:4). Veel alleenstaande moeders zijn moeder én vader tegelijk; God is een vader voor wezen en rechter voor weduwen (Psalm 68:6; Jesaja 1:17; Jakobus 1:27).
Ook mannen moeten zich bescheiden kleden. In de Bijbel moest zelfs bij het altaar de schaamte bedekt blijven (Exodus 20:26; 28:42). Jonge mannen moeten bezonnen zijn (Titus 2:6-7). Een broek die op de knieën hangt zodat het ondergoed te zien is, past niet. Het heet niet voor niets ondergoed: het hoort onder de kleren.
Voorgangers moeten ook het voorbeeld geven. Een voorganger die rookt, flirt of zich opdirkt met ringen aan elke vinger en opvallende kleren, wordt niet serieus genomen. Als hij zo verschijnt, denk je aan iemand die van de kerkgemeente een verdienmodel maakt. De Bijbel eist van leiders dat ze onberispelijk, niet geldzuchtig en niet gewelddadig zijn (1 Timoteüs 3:2-3; Titus 1:7), dat ze het lichaam als tempel zien (1 Korinthe 6:19-20) en de kudde niet uitbuiten (1 Petrus 5:2-3; 2 Petrus 2:3; 1 Timoteüs 6:5). Leiders die misbruik plegen of verbergen, krijgen zwaar oordeel (Ezechiël 34:2-4; Mattheüs 18:6).
"Dus is het de schuld van de vrouw?"
Nee. Niemand verdient het ooit om misbruikt te worden, wat hij of zij ook draagt. Al in de wet van Mozes werd het slachtoffer vrijgesproken: haar valt niets te verwijten (Deuteronomium 22:25-27). Toch is het ook waar dat kleding aandacht trekt. Een opvallende auto trekt blikken, ook van mensen die niets van motoren weten. Dat betekent niet dat de eigenaar schuld heeft aan wat anderen doen, maar het is wel een feit.
Daarom dragen beiden verantwoordelijkheid. De Bijbel beschrijft een vrouw met de kleding van een hoer, die een jongeman verleidt (Spreuken 7:10-21). Jezus Christus zegt tegen mannen dat wie met begeerte naar een vrouw kijkt, in zijn hart al overspel heeft gepleegd (Mattheüs 5:28-29). Job sloot een verbond met zijn ogen (Job 31:1). En allen moeten oppassen dat ze een ander niet laten struikelen (Romeinen 14:13; 1 Korinthe 8:9).
"Mijn lichaam, mijn keuze"
De Bijbel zegt: uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest, en u bent uzelf niet toegewijd maar duur gekocht (1 Korinthe 6:19-20; 3:16-17). Dit geldt voor mannen en vrouwen. Een tempel hoort men niet te ontsieren en niet te tonen als etalagepop. Een lichaam is kostbaar en verdient eerbied.
Na de zondeval zagen Adam en Eva dat ze naakt waren, en God zelf maakte kleren voor hen (Genesis 3:7, 21). De Bijbel noemt dat de schaamte van de naaktheid niet zichtbaar mag worden (Openbaring 3:18). De delen die minder eervol lijken, krijgen juist meer eer door kleding (1 Korinthe 12:23).
Onze samenleving zegt dat bloot normaal is, op het strand, op festivals, in de reclame, op sociale media. Maar wat gewoon is geworden, is niet automatisch goed. Wee hun die het kwade goed noemen (Jesaja 5:20). De profeet zegt over zijn volk dat het zich niet meer schaamde, ze wisten niet meer hoe je bloost (Jeremia 6:15). Wie vindt dat het hoogste goed is om vrouwen te vragen zich fatsoenlijk te kleden, is niet dwaas. Zij die dat dwaas vinden, wel.
Kinderen en voorbeelden
Kinderen kijken naar beroemdheden. Als een kind een idool ziet, denkt het: zo moet ik eruitzien. Ouders hebben de taak om dat bij te sturen: vertel de Wet aan je kinderen (Deuteronomium 6:6-7), leer een kind de weg die het moet gaan (Spreuken 22:6). Zou je betalen voor een voorstelling waar de kleding ver van het Woord afstaat? De psalmist zegt: ik zet niets slechts voor mijn ogen (Psalm 101:3; 119:37).
Het is niet goed dat een meisje van tien, twaalf of dertien eruitziet als een volwassen vrouw die aandacht zoekt. Wie kleine kinderen laat struikelen, krijgt een zwaar oordeel (Mattheüs 18:6). Kinderen horen ook zelf te leren nadenken en te kiezen voor de Heer (Jozua 24:15; Handelingen 17:11). Een gezin waarin vader en moeder trouw zijn, geeft zekerheid (Maleachi 2:14-15; Hebreeën 13:4).
"Ik ben er nog niet klaar voor"
Sommigen respecteren de boodschap maar blijven weg: "Het vraagt te veel verandering." Dat deden ook de genodigden in de gelijkenis, die allemaal met een excuus kwamen (Lukas 14:18-20). Felix zei: als het mij uitkomt, laat ik je komen (Handelingen 24:25). Maar nu is de genadetijd (2 Korinthe 6:2; Hebreeën 3:15).
Anderen zeggen dat dezelfde boodschap al jaren klinkt en dat het niets uithaalt. Maar God verandert niet (Maleachi 3:6; Hebreeën 13:8), en het geloof is ons ééns voor altijd gegeven (Judas 3). Wie jarenlang bespot wordt om de waarheid, staat in een lange rij (Mattheüs 5:10-12; Johannes 15:18-20; 2 Timoteüs 3:12). Veel mensen zoeken de boodschap zonder zoetsapige prediking: ze willen weten wat aanvaardbaar is voor hun Maker en niets afdoen aan de Schrift (Jeremia 6:14; 1 Tessalonicenzen 5:21). Een navigatie die nooit zegt dat je verkeerd rijdt, helpt je niet naar je bestemming.
Als de kerk haar zout verliest, wordt de omgeving slechter (Mattheüs 5:13). Daar helpt geen mooi programma tegen. Alleen een gemeente die licht geeft, brengt een buurt vooruit.
Tot slot: wat anderen ervan denken, is niet beslissend. Wie mensen wil behagen, is geen dienaar van Christus (Galaten 1:10). Men moet God meer gehoorzamen dan mensen (Handelingen 5:29).
Een eenvoudige vraag voor het kleedgeld
Doe alles tot eer van God (1 Korinthe 10:31). Vraag jezelf bij het aankleden: trekt dit kledingstuk aandacht naar mijn lichaam of naar goede werken (1 Timoteüs 2:10)? Zou ik hierin met Christus gaan? Is het waar, eerbaar en rein (Filippenzen 4:8)? En laat het niet bij kleding blijven: laat uw licht schijnen, zodat mensen uw goede werken zien en de Vader in de hemel prijzen (Mattheüs 5:16). Zo komen kleding, hart en gedrag samen. Kom zoals je bent, laat Jezus Christus je veranderen, en blijf niet zoals je was.

Opmerkingen