Door Zijn striemen zijn wij genezen.
Wat genezing werkelijk betekent
Er is een profetie die eeuwen voor de geboorte van Jezus Christus al is uitgesproken, en toch raakt zij precies de kern van ons leven vandaag:
"Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is er voor ons genezing gekomen." Jesaja 53:5
Het bijzondere is: toen dit werd opgeschreven, bestond de Zoon nog niet eens in het vlees. Er was nog geen Betlehem, geen kribbe, geen kruis. En toch werd al vastgelegd wát dit lijden voor ons zou betekenen: genezing.
Maar hier maken de meeste mensen een denkfout. Ze horen "genezing" en denken meteen aan een fysieke kwaal die verdwijnt. Dat is te smal. In de Bijbel betekent genezing veel meer: bevrijd worden, verlost worden, overwinning krijgen over iets wat je vasthield.
"Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Waarom is dan geen herstel gekomen voor de wond van de dochter van mijn volk?" Jeremia 8:22
Er bestaat namelijk niet alleen lichamelijke ziekte. Er bestaat ook geestelijke ziekte, emotionele ziekte, mentale ziekte. Je kunt kerngezond zijn naar het lichaam en tegelijk innerlijk verscheurd zijn: door somberheid, door bitterheid, door een verslaving, door een verharding tegenover God. Dat soort ziekte vraagt geen recept van de huisarts, maar geneest door het Woord.
Stel je een medicijnkastje voor. Voor een griepje pak je een tablet, voor een diepe wond heb je hechtingen nodig, voor een gebroken been een gips. Zo werkt het ook geestelijk: niet elke kwaal geneest op dezelfde manier, en niet elke genezing komt op hetzelfde moment.
Veelgehoord bezwaar: "Dit gaat toch niet over mij, ik ben niet ziek."
Antwoord: kijk niet alleen naar je lichaam, maar naar je hart. Ben je onrustig, angstig, vastgelopen in een gewoonte die je niet kunt loslaten, verhard tegenover geloof? Dan spreekt Jesaja 53 wel degelijk tegen jou.
Genezing is geen truc, maar een garantie
In sommige kringen wordt genezing behandeld als iets wat je moet "claimen": hard genoeg geloven, hard genoeg roepen, en het komt vanzelf. Maar nergens in de Bijbel wordt ons geleerd om iets aan te raken en te claimen alsof het een tovermiddel is. De Bijbel zegt niet: "claim uw genezing." Er staat: "door Zijn striemen ís er genezing." Het is al volbracht, gegarandeerd door wat Christus doorstond, niet door onze eigen krachttoer van geloof.
"Hij heeft onze ziekten op Zich genomen, en onze pijnen gedragen." Mattheüs 8:17
Veelgehoord bezwaar: "Als ik maar genoeg geloof heb, word ik vanzelf beter."
Antwoord: geloof is nodig, maar geloof is geen magie. Genezing komt op de manier en het moment die God kiest, soms door gebed, soms door vasten, soms doordat het Woord gepredikt wordt en je hart daardoor wordt aangeraakt (Jakobus 5:14-16). Wie doet alsof het één druk-op-de-knop-formule is, maakt van God een automaat in plaats van een Vader.
Er is hier ook geen middenweg: óf je bent vrij, óf je zit nog vast. Óf God bevrijdt je, óf je blijft worstelen. Dat klinkt hard, maar het is eerlijk, en eerlijkheid is barmhartiger dan valse hoop.
Waar komt geestelijke ziekte vandaan?
Vaak vangen we onze "ziekte" niet zelf op, maar van anderen om ons heen.
"Dwaalt niet, slechte omgang bederft goede zeden." 1 Korintiërs 15:33
"O onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd?" Galaten 3:1
Met wie je omgaat, wat je dagelijks binnenkrijgt via gesprekken, sociale media, series, groepsdruk, dat vormt je hart, of je het wilt of niet. Net zoals een gezond lichaam ziek kan worden door een virus dat je hebt opgelopen zonder dat je het merkte, kan je hart besmet raken door een omgeving die langzaam je waarden verschuift, totdat je zelf niet meer doorhebt dat je bent veranderd.
Veelgehoord bezwaar: "Ik oordeel niemand, ik ben juist heel open."
Antwoord: er is verschil tussen liefdevol en onkritisch. De Bijbel roept juist op tot zelfonderzoek, niet tot het beoordelen van anderen: "Oordeelt uzelf, opdat gij niet geoordeeld wordt" (naar Mattheüs 7:1-5). Wie zichzelf nooit toetst aan het Woord, is niet ruimdenkend, maar onoplettend.
Ware rijkdom is geestelijke rijkdom
Er wordt vaak gepreekt dat welvaart, geld, huizen, auto's het bewijs is van Gods zegen. Maar kijk wat de Bijbel echt zegt:
"Geliefde, ik wens vóór alle dingen dat het u in alles goed gaat en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat." 3 Johannes 1:2
Het gaat om de welvaart van je ziel, niet van je bankrekening. Iemand kan alles bezitten en toch geestelijk straatarm zijn.
"Naakt ben ik uit de moederschoot gekomen, naakt zal ik daarheen terugkeren." Job 1:21
"Verzamelt u geen schatten op aarde... maar verzamelt u schatten in de hemel." Mattheüs 6:19-20
Veelgehoord bezwaar: "Als God echt van mij houdt, waarom heb ik dan zo weinig?"
Antwoord: Gods liefde wordt niet gemeten in bezit, maar in het feit dat Hij Zijn Zoon gaf (Johannes 3:16) en je hart wil vernieuwen. Materiële welvaart is geen graadmeter voor Gods gunst, er zijn rijke mensen zonder God, en arme mensen die dichter bij Hem leven dan wie ook.
Wie is Jezus Christus? Het geheim van de Godsvrucht
Dit is misschien wel de kern van alles. Toen Jesaja profeteerde: "door Zijn striemen is er genezing", bestond de Zoon nog niet als mens op aarde. Toch was God er altijd al, eeuwig, zonder begin. De vraag is dus: hoe verhoudt de eeuwige God zich tot de mens Jezus die geboren werd uit Maria?
"En buiten twijfel, groot is het geheimenis der godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees." 1 Timoteüs 3:16
Let op de formulering: er staat niet "God wérd vlees", maar "God is geopenbaard, zichtbaar geworden, in het vlees." Het Woord, God zelf nam een menselijk lichaam aan om Zich daarin te laten zien (gemanifesteerd), spreken, lijden en genezen.
"En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond." Johannes 1:14
"Want in Hem woont al de volheid van de Godheid lichamelijk." Kolossenzen 2:9
"[Hij] heeft Zichzelf ontledigd, en de gestalte van een dienstknecht aangenomen, en is de mensen gelijk geworden." Filippenzen 2:6-7
Het lichaam waarin God zich liet zien, kwam via Maria, dat lichaam ís begonnen op een bepaald moment in de tijd. Maar de Geest die in dat lichaam woonde, is dezelfde eeuwige God die al bestond voordat de wereld er was.
"... wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid." Micha 5:2
Veelgehoord bezwaar: "Als Jezus God is, betekent dat dan dat God een moeder heeft?"
Antwoord: Maria is de moeder van het menselijk lichaam waarin God Zich openbaarde, niet de oorsprong van de eeuwige God zelf. Een lichaam kan geboren worden; de eeuwige Geest heeft geen begin en geen einde. Dat onderscheid voorkomt verwarring: het gaat om één en dezelfde God, die zichtbaar werd in vlees, niet om een tweede goddelijk wezen dat "voortgebracht" werd.
Eén ware Heer, geen menselijke titels
Als Jezus Christus werkelijk God in het vlees is, dan is Hij ook de enige die de hoogste titels in de kerkgemeente toekomt.
"Aanschouwt de Apostel en Hogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus." Hebreeën 3:1
"En wanneer de overste Herder verschenen zal zijn, zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid verkrijgen." 1 Petrus 5:4
Elke leider in de kerkgemeente is een dienstknecht, geen heerser. Zelfs de apostelen zelf wezen dat soort eer van zich af:
"Want ik ben in niets minder geweest dan de allergrootste apostelen." 2 Korintiërs 12:11 (let op: meervoud, "de allergrootste apostelen", niet één "hoofdapostel")
Veelgehoord bezwaar: "Maar mijn voorganger/leraar heeft toch enorm veel gezag, ik moet hem toch volgen?"
Antwoord: geestelijke leiders verdienen respect en eer voor hun dienst (1 Tessalonicenzen 5:12-13), maar niemand mag de plaats van Christus innemen. "Gij zult u geen 'leermeester' laten noemen, want één is uw Leermeester, namelijk Christus" (naar Mattheüs 23:8-10). Toets alles wat een leider zegt aan het Woord zelf (Handelingen 17:11).
Een heilig leven en wat ons hindert
De Bijbel geeft een heel concrete lijst van dingen die een leven bederven:
"De werken van het vlees nu zijn openbaar, welke zijn: overspel, hoererij, onreinheid, ontuchtigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, twisten, afgunst, toorn, gedeeldheid, scheuringen, partijschappen, nijd, moord, dronkenschap, brasserijen en dergelijke... die zulke dingen doen, zullen het Koninkrijk Gods niet beërven." Galaten 5:19-21
Twee daarvan verdienen extra aandacht, omdat ze zo verweven zijn met het dagelijks leven dat we ze nauwelijks nog als zonde herkennen.
Weerspannigheid wordt door de Bijbel vergeleken met toverij:
"Want wederspannigheid is als de zonde der waarzeggerij, en weerstreven is als afgoderij." 1 Samuël 15:23
Iemand die halsstarrig weigert zich te laten corrigeren door Gods Woord, gedraagt zich innerlijk als een afgodendienaar, hij stelt zijn eigen wil boven God.
Roddel en nieuwsgierigheid worden vaak onschuldig gevonden, maar de Bijbel noemt dit expliciet:
"Achterklap, oorblazers, kwaadsprekers... bemoeial." naar 1 Timoteüs 5:13
"Ook de tong is een klein lid, en roemt nochtans grote dingen. Ziet, een klein vuur, hoe groot een hout steekt het aan." Jakobus 3:5
In onze tijd neemt dit een moderne vorm aan: iemands profiel of adres opzoeken uit pure nieuwsgierigheid, een appgroep die eindeloos over andermans leven roddelt, geruchten delen zonder ze te checken. Dat is niet "gewoon gezellig kletsen", het is dezelfde ondeugd waarover de Bijbel al eeuwen geleden waarschuwt, alleen met een nieuw jasje.
En "dronkenschap" is breder dan alcohol:
"En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest." Efeziërs 5:18
Je kunt evengoed "dronken" zijn van roem, macht, geld, sociale status of erkenning, zo overgenomen door iets dat het je uit Gods wil trekt.
Veelgehoord bezwaar: "Roddelen is toch onschuldig, iedereen doet het."
Antwoord: "Wie lastertongen rondstrooit, is een dwaas" (naar Spreuken 10:18 en 16:28). Iets wat gangbaar is, is daarmee niet goed, anders zou de zonde nooit zonde zijn.
Verandering kost tijd
Niemand wordt in één nacht volmaakt heilig. Zelfs de apostel Paulus worstelde:
"Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik... Ik, ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?" Romeinen 7:19,24
Denk aan een rups. Een rups is traag en lelijk, en op het juiste moment spint hij zichzelf in een cocon. Daarbinnen vindt een volledige verandering plaats, een soort "wedergeboorte". Wat erin ging als rups, komt eruit als vlinder: nieuw lichaam, nieuw gedrag. Maar dat proces gebeurt niet in een dag, en het dier vecht zelfs om uit de cocon te komen. Als je die cocon te vroeg openbreekt, sterft het dier voordat het klaar is. Zo werkt geestelijke verandering ook: het gebeurt geleidelijk, in de "cocon" van de kerkgemeente, door het Woord dat je vormt.
"Ik sterf allen dag." 1 Korintiërs 15:31
"Vertrouwende ditzelve, dat Hij, die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op de dag van Jezus Christus." Filippenzen 1:6
Veelgehoord bezwaar: "Ik doe al jaren mijn best en ik voel geen vooruitgang, dit lukt me nooit."
Antwoord: vergelijk jezelf niet met anderen, "een ieder beproeve zijn eigen werk... want een ieder zal zijn eigen last dragen" (naar Galaten 6:4-5). God kent zijn eigen tempo voor jouw leven. Vertraging is geen mislukking.
Water en Geest, een nieuw begin
Op de dag dat de kerkgemeente werd geboren, kreeg een menigte mensen een concrete, praktische vraag: wat moeten wij doen? Het antwoord was helder:
"Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen." Handelingen 2:38
Overal in het boek Handelingen wordt gedoopt "in de Naam van de Heere Jezus" (Handelingen 8:16; 10:48; 19:5), niet als een vaste formule van drie titels (Vader, Zoon en de Heilige Geest), maar in de Naam die alle macht draagt: Jezus Christus.
Veelgehoord bezwaar: "Ik ben al gedoopt, als kind of op een andere manier, moet dat dan overnieuw?"
Antwoord: in Handelingen 19:1-5 ontmoette Paulus discipelen die al gedoopt waren, maar niet volgens het volledige onderwijs van de apostelen. Zij lieten zich daarop opnieuw dopen, "in de Naam van de Heere Jezus". Dit voorbeeld leert dat het geen belediging is om je doop biddend te heroverwegen als die niet overeenkomt met wat de apostelen deden; het is juist gehoorzaamheid.
En na de doop belooft de Bijbel meer: de doop met de Heilige Geest.
"En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken." Handelingen 2:4
Dit is geen aangeleerd gevoel dat afhankelijk is van een bepaalde sfeer, een bepaald gebouw of een bepaalde persoon. Het is een gave van God zelf.
"Alle goede gave en alle volmaakte gift is van boven, van de Vader der lichten, bij Wie geen verandering is, of schaduw van omkering." Jakobus 1:17
Veelgehoord bezwaar: "Ik voel de Geest alleen tijdens de dienst, is dat een probleem?"
Antwoord: als een geestelijke ervaring alleen bestaat zolang een bepaalde persoon of sfeer aanwezig is, moet je je afvragen waar die ervaring werkelijk vandaan komt. De Trooster die Jezus Christus beloofde, is er juist ook wanneer je alleen bent, thuis, onderweg, niet gebonden aan een gebouw of een mens (Johannes 14:16, 26).
Alles begint bij dezelfde belofte waarmee we begonnen: "door Zijn striemen is er genezing." Niet als een truc, niet als een claim, maar als een garantie voor iedereen die zich tot Hem keert, op het gebied van lichaam, ziel en geest. Dat vraagt bekering, een doop in de Naam van Jezus Christus, en een leven dat, stap voor stap, wordt omgevormd naar Zijn beeld. Niet in één nacht, maar zeker, net als de rups die uiteindelijk vlinder wordt.
Wie hierover verder wil nadenken, kan dit meenemen in gebed en, als hulp daarbij gewenst is, terecht bij de kerkgenootschap van De Waarheid Gods.

Opmerkingen