Jezus Christus wist het vanaf het begin: Over geloof, verraad en volharding.
- 15 feb
- 10 minuten om te lezen
Vanaf het allereerste moment dat je tot geloof kwam, wist Jezus Christus al of je bij Hem zou blijven of niet. Deze waarheid raakt ons diep als gelovigen. In Johannes 6:64 lezen we: "Maar er zijn sommigen onder u, die niet geloven. Want Jezus wist van het begin, wie de ongelovigen waren, en wie het was, die Hem verraden zou." Dit vers openbaart iets wat velen liever niet onder ogen zien: dat Christus vanaf de allereerste dag wist wie Hem trouw zouden blijven en wie zouden terugvallen.
Het geschenk van de Heilige Geest
Veel mensen denken dat ze de Heilige Geest verdienen door hun goede werken of hun vroomheid. Maar niets is minder waar. De Heilige Geest is een geschenk, een gave die God geeft aan wie Hij wil. Je verdient het niet. Waarom niet? Omdat zelfs velen die de Heilige Geest hebben ontvangen en in tongen hebben gesproken, Hem later hebben verraden. Velen hebben gelasterd, gelogen en Zijn naam oneer aangedaan.
Efeze 2:8-9 maakt dit glashelder: "Want uit genade zijt gij behouden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme." Het is een gave, geen beloning. Denk aan een verjaardagscadeau dat je krijgt van een dierbare. Je hebt het niet verdiend, het werd je uit liefde gegeven. Zo is het ook met de Heilige Geest, zuivere genade.
Jezus Christus wist het vanaf het begin
"Want Jezus wist van het begin..." (Johannes 6:64). Dit betekent dat Christus al vóór je geboorte wist of je in geloof zou volharden. Hij wist of je zou blijven geloven of zou terugvallen. Hij wist of je Hem zou ontkennen of zou blijven volgen. Dit is geen fatalistisch lot, maar de alwetende kennis van God die buiten de tijd staat. Hij ziet het einde vanaf het begin, net zoals een schrijver het einde van zijn boek kent terwijl de personages hun keuzes maken.
In Johannes 2:24-25 staat: "Maar Jezus Zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende, en omdat Hij niet van node had, dat iemand van den mens getuigen zou; want Hij wist Zelf, wat in den mens was." Jezus Christus kent het hart van ieder mens. Het maakt niet uit hoeveel je springt, zingt, preekt of verheerlijkt, Jezus Christus weet wat er werkelijk in je hart leeft.
Velen keerden zich af
Johannes 6:66 bevat een hartverscheurende waarheid: "Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem." Laat die woorden tot je doordringen. Het waren geen ongelovigen die zich afkeerden, het waren discipelen. Mensen die Jezus Christus volgden, die Zijn wonderen zagen, die onderwijs van Hem ontvingen. En toch keerden ze zich af en wandelden niet meer met Hem.
Dit gebeurt vandaag de dag nog steeds. In Nederland zien we kerken leeglopen, mensen die jarenlang trouw in de kerkbanken zaten maar nu weggebleven zijn. De redenen variƫren: ze vonden het te moeilijk, te veeleisend, of ze raakten gekrenkt door iets of iemand.
Veel voorkomende excuses en Bijbelse antwoorden
Excuus: "Het geloof is te streng, er zijn te veel regels"
Jezus Christus zegt in Mattheüs 11:28-30: "Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht."
Mensen ervaren Gods geboden als zwaar omdat ze in strijd zijn met hun vlees. Maar voor wie echt wedergeboren is, is Zijn juk zacht. Het is alsof je een zwaar pak afwerpt en lichte kleding aantrekt, het voelt als bevrijding, niet als benauwenis.
1 Johannes 5:3 bevestigt dit: "Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar."
Excuus: "Ik ben gekwetst door de kerk of andere gelovigen"
Dit is misschien wel het meest gehoorde excuus. Mensen voelen zich verraden, genegeerd of onrechtvaardig behandeld door andere christenen. Maar staat er in de Bijbel dat je Jezus Christus moet volgen als de kerkgemeente perfect is? Nee.
Mattheüs 10:22 waarschuwt ons: "En gij zult gehaat worden van allen om Mijns Naams wil; maar die volharden zal tot het einde, die zal zalig worden." Petrus vraagt in Johannes 6:67-68: "Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gij ook niet weggaan? Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens."
Mensen zullen je teleurstellen, dat is een gegeven. Maar waar ga je naartoe als je Jezus Christus verlaat? Terug naar de wereld die je leegte, verslaving en hopeloosheid bood? Petrus begreep dat er geen alternatief is voor Christus.
Excuus: "Ik kan het niet volhouden, ik val steeds terug in zonde"
Filippenzen 1:6 geeft ons hoop: "Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus." God begint het werk en Hij voltooit het ook.
Hebreeƫn 12:1-2 moedigt ons aan: "Laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen den wedloop, die ons voorgesteld is; Ziende op den Oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus..."
Het christelijk leven is geen sprint, maar een marathon. Je zult struikelen, maar het gaat erom dat je weer opstaat en verder loopt. Een kind dat leert lopen valt tientallen keren, maar niemand noemt dat kind een mislukkeling, het is aan het leren. Zo ook jij.
Excuus: "God heeft mijn gebeden niet verhoord"
Jesaja 55:8-9 zegt: "Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten."
Soms is Gods "nee" of "wacht" de grootste zegen. Ouders geven hun kinderen ook niet alles wat ze vragen, omdat ze weten wat het beste is. Zou God, die perfect is in wijsheid, niet beter weten wat je echt nodig hebt?
Romeinen 8:28 belooft: "En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn."
De strijd tussen geest en vlees
In Galaten 5:16-17 lezen we een cruciale waarheid: "Maar ik zeg: Wandelt door den Geest, en gij zult de begeerlijkheid des vleses niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, opdat gij niet doet, hetgeen gij wildet."
Er is een constante strijd gaande tussen wat God wil en wat jouw vlees wil. Deze twee staan lijnrecht tegenover elkaar. Wat God gebiedt, daar heeft het vlees geen trek in. Het is zoals een magneet: de positieve en negatieve pool wijzen van elkaar weg. Zo strijden geest en vlees tegen elkaar in jouw leven.
Twee geesten, twee vaders
1 Johannes 4:1 waarschuwt: "Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld."
Let op: geesten, meervoud. Er zijn meerdere geesten, maar twee hoofdspelers: de Geest van waarheid (God) en de geest van dwaling (de duivel). 1 Johannes 4:6 maakt dit duidelijk: "Wij zijn uit God; die God kent, hoort ons; die uit God niet is, hoort ons niet. Hieruit kennen wij den Geest der waarheid, en den geest der dwaling."
Johannes 8:44 is hard maar waar: "Gij zijt uit den vader, den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen..." Ieder mens behoort tot één van deze twee geesten. Je bent óf een kind van God, óf een kind van de duivel. Er is geen neutrale grond.
Denk aan een veldslag: er zijn maar twee legers, het leger van licht en het leger van duisternis. Je kunt niet op de zijlijn blijven staan en neutraliteit claimen. Door niet te kiezen, heb je al gekozen, voor de verkeerde kant.
Begeren is niet altijd zondig
Het woord "begeren" of "lusten" heeft vaak een negatieve klank, maar begeren betekent simpelweg: willen, verlangen. Ook God begeert. Hoe weten we dat? Jakobus 4:5 zegt: "Of meent gij, dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, begeert tot nijdigheid toe?"
God begeert dat je gehoorzaam bent. Hij verlangt naar een relatie met jou. Een moeder begeert dat haar kind veilig en gezond is. Een vader begeert dat zijn zoon een goed mens wordt. Zo begeert God dat jij tot Hem komt en bij Hem blijft.
1 Johannes 2:16 spreekt over verkeerde begeerten: "Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld."
Er is begeren dat goed is (verlangen naar Gods Woord, naar gerechtigheid, naar de Heilige Geest) en begeren dat zondig is (begeren naar het vlees, naar wat God verboden heeft).
Mattheüs 13:16 zegt: "Maar uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen." Jouw ogen begeren om Gods waarheid te zien. Jouw oren begeren om Zijn Woord te horen. Dat is goed begeren.
Wandelen in de Geest
Galaten 5:16 geeft de oplossing: "Maar ik zeg: Wandelt door den Geest, en gij zult de begeerlijkheid des vleses niet volbrengen." Wandelen in de Geest betekent niet alleen springen, dansen of in tongen spreken. Het betekent leven volgens wat in Gods Woord geschreven staat.
Johannes 6:63 zegt: "De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven." Als je wandelt in de Geest, wandel je volgens de Woorden die Jezus Christus sprak.
Veel mensen denken dat geestelijk zijn betekent zweverig of emotioneel zijn, maar ware geestelijkheid is gehoorzaamheid aan Gods Woord. Een soldaat die zijn orders opvolgt, is een goede soldaat, niet degene die alleen maar het uniform draagt en paraderen.
Zonde erfenis versus zondige daden
Romeinen 5:12 leert: "Daarom, gelijk door ƩƩn mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben." Door Adam erfden we de zonde, we worden geboren met een zondige natuur. Een appelboom brengt appels voort, niet omdat iemand hem dat leert, maar omdat het in zijn natuur zit. Zo brengt de menselijke natuur zonde voort.
Maar zonden (meervoud) zijn de daden die we plegen onder invloed van de duivel. Efeze 2:1-2 zegt: "En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden; in welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid."
Johannes 8:44 verbindt deze zonden aan hun bron: "Gij zijt uit den vader, den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen..." De begeerlijkheden van de duivel worden door mensen uitgevoerd als concrete zonden.
Je draagt een erfenis van zonde (door Adam), maar de duivel activeert die natuur tot concrete zondige daden. Het is als brandhout dat er ligt: het heeft het potentieel om te branden, maar de duivel steekt de lucifer aan.
God is de Vader van de geesten
Hebreeƫn 12:9 noemt God "de Vader der geesten": "Verder ook, wij hebben wel de vaders onzes vleses tot tuchtigers gehad, en wij ontzagen hen; zullen wij niet veel meer den Vader der geesten onderworpen zijn, en leven?"
God is de schepper van de geestelijke wereld. Hij is de allerhoogste Geest. Maar de Bijbel noemt ook Satan een "vader", namelijk de vader van leugens en van zij die hem volgen (Johannes 8:44).
Er zijn dus twee families: Gods familie (de schapen) en satans familie (de bokken). Mattheüs 25:32-33 spreekt hierover: "En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal dezelve van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen zetten tot Zijn rechterhand, en de bokken tot de linkerhand."
Maleachi 2:10 vraagt: "Hebben wij niet allen enen Vader? Heeft niet een God ons geschapen?..." Ja, God schiep ons allen, ook Satan werd door Hem geschapen. Maar schepping betekent niet automatisch dat je kind bent. Je wordt pas Ʃcht kind van God door wedergeboorte.
Johannes 1:12-13 zegt: "Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn."
De duivel is begrensd
Een belangrijke waarheid die troost geeft: de duivel kan niet verder gaan dan God toelaat. Job 1:8 toont dit aan: "En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad."
God wijst Job aan aan satan! En in Job 2:6 stelt God grenzen: "En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand; doch verschoon zijn leven." Satan mocht Job aanraken, maar niet doden. De duivel is als een hond aan een ketting, hij kan blaffen, grommen en dreigen, maar hij kan je alleen bijten als God de ketting langer maakt.
Mattheüs 16:23 laat zien dat Jezus Christus autoriteit heeft over satan: "Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga heen, achter Mij, satanas! gij zijt Mij een ergernis..." Satan moet achter Christus blijven, hij mag niet vooroplopen of Gods plan doorkruisen.
Dit betekent dat wanneer je door zware beproevingen gaat, God nog steeds de controle heeft. Hij heeft toegestaan dat de duivel je test, maar alleen binnen de grenzen die Hij stelt. En altijd met een doel: jouw loutering en groei.
1 Korinthe 10:13 belooft: "U heeft geen verzoeking bevangen, dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen."
Blijf standvastig
De kernboodschap is helder: velen zijn begonnen, maar niet allen blijven volharden. Jezus Christus wist vanaf het begin wie zouden blijven en wie zouden terugvallen. Maar dat ontslaat jou niet van de verantwoordelijkheid om te kiezen.
Zoals we bij De Waarheid Gods leren: het is ƩƩn ding om te beginnen, het is iets anders om te finishen. De Bijbel vraagt niet: "Ben je ooit begonnen?" maar "Ben je trouw gebleven tot het einde?"
Openbaring 2:10 spoort aan: "Wees getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens."
2 Timotheüs 4:7-8 laat Paulus' getuigenis horen: "Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben."
De vraag is niet of Jezus Christus wist dat sommigen zouden terugvallen, dat wist Hij. De vraag is: zul jij ƩƩn van hen zijn, of zul jij ƩƩn zijn die volhardt tot het einde?
In de Nederlandse maatschappij, waar secularisatie welig tiert en geloof vaak belachelijk wordt gemaakt, is standvastigheid nog belangrijker. Als je collega's, vrienden of familie je uitlachen om je geloof, bedenk dan: zij gaan voorbij, maar Gods Woord blijft eeuwig staan (Jesaja 40:8). Kies vandaag opnieuw: zul je met Jezus Christus blijven wandelen, of keer je terug zoals de discipelen in Johannes 6:66?
Laat uw keuze zijn als die van Jozua 24:15: "...maar ik en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!"
Amen.

Opmerkingen