"Na Mijn vertrek" Een brief van God aan Zijn verloren kinderen.
- 29 mrt
- 19 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 2 dagen geleden
Een meditatie over liefde, verwaarlozing en genade
Een vader die wacht
Er zijn verhalen die je raken. En dan zijn er verhalen die je treffen, als een spiegel die je recht in de ogen kijkt en je niet laat wegkijken.
Het verhaal van een vader die alles heeft gegeven, zijn handen, zijn dromen, zijn gezondheid, zijn slaap, en die aan het einde van zijn leven ontdekt dat zijn kind er gewoon niet voor hem was. Niet één telefoontje. Niet één bezoek. Niet één vraag: "Hoe gaat het met je?"
Maar terwijl je over dit verhaal nadenkt, bekruipt je langzaam een ander gevoel. Want dit verhaal, dit pijnlijke, hartverscheurende verhaal van een vader die wacht, die hoopt, die het licht aan laat, is ook het verhaal van God, onze Hemelse Vader. Jezus Christus.
Die alles heeft gegeven. Alles heeft opgeofferd. En nog steeds wacht.
Deze blog is een uitnodiging om stil te staan. Om te luisteren naar wat God misschien al lang heeft willen zeggen, niet met verwijt, maar met het hart van een Vader die mist wat hij heeft verloren.
"Je belt me niet meer", de stilte die God hoort
"Je belt me niet meer. Je zegt alleen dat je het druk hebt. Ik zie je lachen met de wereld, maar je maakt geen tijd voor mij."
"Maar Ik heb gesproken, en gij hebt niet gehoord; Ik heb geroepen, en gij hebt niet geantwoord." Jesaja 65:12
(Het leven gaat gewoon door, lachen, genieten, druk zijn, terwijl God genegeerd wordt)
"Zij eten, zij drinken, zij planten, zij bouwen, maar op de dag dat Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. Zo zal het zijn op de dag dat de Zoon des mensen geopenbaard wordt." Lucas 17:28-30
Stel je voor: een vader zit thuis. Zijn telefoon zwijgt. Hij ziet op sociale media foto's van zijn kind, feestjes, vakanties, lachende gezichten. Druk, druk, druk. Geen belletje, maar niet druk genoeg voor een feestjes, vakanties en lachende gezichten.
Dit is een beeld dat wij als mensen begrijpen. Maar het is ook een beeld van hoe wij omgaan met God, onze Hemelse Vader.
We zijn druk. We hebben werk. We scrollen door Instagram (social media). We kijken series tot middernacht. We plannen weekendjes weg. We zijn overal, behalve bij Hem.
Bijbels beeld: De profeet Jeremia schreef namens God:
"Mijn volk heeft twee kwaden begaan: zij hebben Mij, de bron van levend water, verlaten, en voor zichzelf bakken uitgehakt, gebroken bakken die geen water houden." Jeremia 2:13
God vergelijkt Zichzelf hier met een bron van levend water. En wij? Wij lopen er langs. We hebben dorst, maar we zoeken het water bij de wereld, bij social media, bij vermaak, bij carrière, bij relaties, en we vergeten dat de enige echte bron altijd open is, altijd stroomt, altijd wacht.
Illustratie:
Denk aan een ouder die elke avond aan tafel zit en hoopt dat zijn kind belt. Het eten staat klaar. De stoel staat er nog. Maar het kind komt niet. Dat is hoe God wacht op onze gebeden, elke dag, elke ochtend, elke avond. De lijn is nooit bezet. Hij legt nooit op. Maar wij bellen niet.
In de Nederlandse maatschappij leven we in een van de drukste, meest georganiseerde landen ter wereld. We plannen alles in, de sportschool, de vergadering, de verjaardag van de buurvrouw. Maar een moment van stil gebed? Een moment om God te spreken? Dat schiet er als eerste bij in.
En toch is het opmerkelijk: we zeggen dat we God zoeken als het moeilijk wordt. Maar moeilijkheid is niet de enige reden om te bellen. Een vader wil niet alleen gebeld worden als de auto kapot is. Hij wil gewoon zijn kind horen. Hij wil de stem van zijn kind horen, niet alleen zijn noodkreet.
"Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen." Jakobus 4:8
"Je loopt langs alles wat ik gaf", de offers die we vergeten
"Je loopt langs alles wat ik je heb gegeven, alsof het niets was. Ik heb je mijn hele leven gegeven, jij kunt mij niet eens één telefoontje geven."
Over tien genezen melaatsen, slechts één keerde terug om te danken:
"Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen?" Lucas 17:17
Jezus Christus genas tien mensen. Negen liepen gewoon door. Dit beeld is krachtig: God geeft, mensen lopen door.
God confronteert zijn volk met ondankbaarheid na alles wat Hij hen gaf:
"Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft." Deuteronomium 32:18
God zegt hier letterlijk: Ik heb jullie voortgebracht, en jullie zijn Mij vergeten.
De vader in dit verhaal heeft alles gegeven. Zijn handen bloedden. Hij stond buiten in de kou zodat zijn kind warm kon slapen. Hij slikte zijn eigen angsten in. Hij offerde zijn eigen dromen op.
En nu loopt zijn kind er langs. Alsof het niets was.
Klinkt dit bekend? Want God heeft ook alles gegeven.
"Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft." Johannes 3:16
Dit vers kennen we. We hangen het op in kerken, we citeren het in toespraken. Maar wanneer we er echt bij stilstaan, wanneer we werkelijk begrijpen wat het betekent dat God Zijn Zoon gaf, dan breekt er iets in ons open.
Illustratie van het kruis:
Stel je voor dat je één kind hebt. Eén. En iemand vertelt je: "Jouw kind moet sterven zodat de kinderen van de buurman kunnen leven. Niet omdat zij goed zijn, integendeel. Ze negeren je, ze spotten met je naam, ze doen alsof je niet bestaat. Maar jouw kind moet sterven zodat zij kunnen leven."
Welke ouder zou dat doen?
God deed het.
"Maar God bewijst zijn liefde voor ons juist hierin, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren." Romeinen 5:8
Niet nadat we ons hadden verbeterd. Niet nadat we ons hadden verontschuldigd. Terwijl wij nog wegliepen. Terwijl wij zijn naam nog nauwelijks kenden, of misbruikten.
En toch lopen we er langs.
We lopen langs het kruis alsof het decor is. We lopen langs de Bijbel alsof het een oud boek is. We lopen langs de kerk, langs de gelovigen/heiligen die ons uitnodigen, langs de stille stem die zegt: "Kom toch."
In Nederland is het christelijk geloof voor velen een cultureel erfgoed geworden, iets voor Kerst en begrafenissen. Maar geen levende relatie. De kerken die nog vol waren in de tijd van onze grootouders, lopen leeg. Niet omdat God is veranderd, maar omdat wij zijn verder gelopen. We hebben de erfenis geërfd maar de Erfgever vergeten.
"Vergeet de HERE uw God niet." Deuteronomium 8:11
"Ik was ziek, jij wist het niet", de verborgen pijn van God
"Ik was ziek, jij wist het niet. Ik was zwak, jij was er niet."
Jezus Christus spreekt over hen die er niet waren voor de zwakke en zieke:
"Want Ik ben hongerig geweest en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt en gij hebt Mij niet gekleed; ziek en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht." Matteüs 25:42-43
Dit is krachtig omdat Jezus Christus hier zegt: wie er niet voor de zwakke en zieke was, was er niet voor Mij. Het snijdt van twee kanten tegelijk.
Dit is een van de meest pijnlijke dingen die een ouder kan zeggen. De vader was ziek. Niemand vroeg hoe het ging. Niemand bleef.
Nu zullen sommigen zeggen: "Maar God kan toch niet ziek zijn? God is toch almachtig?"
Dat klopt. Maar God heeft wel iets wat op pijn lijkt, en de Bijbel spreekt er duidelijk over.
"In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd." Jesaja 63:9
God lijdt mee. Hij ziet zijn kinderen verloren gaan en het raakt Hem. Jezus Christus zelf sprak er over met tranen in zijn ogen:
"Jeruzalem, Jeruzalem... hoe dikwijls heb ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild." Matteüs 23:37
Hoor je die pijn? Jezus Christus huilt niet alleen over Lazarus (Johannes 11:35), de kortste tekst in de Bijbel, maar misschien wel de diepste. Hij huilt ook over mensen die zich van Hem afwenden.
Illustratie:
Een moeder die haar kind ziet weggaan, de verkeerde keuzes ziet maken, de pijn in haar kind ziet groeien, en er niets aan kan doen omdat het kind haar hulp weigert. Die moeder lijdt. Dat is een zwakke afspiegeling van hoe God lijdt als wij ons van Hem afkeren.
We leven in een tijd waarin psychische klachten in Nederland explosief zijn gestegen. Eenzaamheid, burn-out, depressie, angst. En toch zoeken we de oplossing overal behalve bij God. We gaan naar de coach, de therapeut, de app, de podcast, allemaal niet verkeerd op zich, maar we vergeten de Bron van alle genezing te raadplegen. We behandelen de symptomen en negeren de Dokter.
"Hij geneest de gebrokenen van hart en verbindt hun wonden." Psalm 147:3
"Je hebt me nooit gemist genoeg om te blijven", wanneer God tweede keus wordt
"Je hebt me nooit gevraagd of het goed met me ging. Je hebt me nooit genoeg gemist om te blijven. Ik wachtte op je, je kwam niet."
Dit zijn woorden die snijden. En ze zijn herkenbaar, niet alleen in menselijke relaties, maar in onze verhouding tot God.
God spreekt zijn verlangen uit om gezocht te worden, maar het volk komt niet:
"Jullie zullen Mij zoeken en vinden, als jullie Mij tenminste met heel jullie hart zoeken." Jeremia 29:13
God wacht op een hart dat écht naar Hem verlangt. Niet half. Niet af en toe. Met heel het hart. En die uitnodiging staat open, maar het volk moet wel komen.
Over God die verlangen naar zichzelf in ons hart heeft gelegd, maar wij geven er geen gehoor aan:
"U zegt zelf in mijn hart: Verlang naar Mij. Ik verlang dan ook naar U, Heer." Psalm 27:8
God heeft het verlangen naar Hem zelf in ons gelegd. Hij wacht niet passief, Hij roept actief vanuit binnenin. En toch negeren we die stem.
Hoeveel van ons zoeken God eigenlijk actief op? Niet in nood, niet op zondag uit gewoonte, maar gewoon omdat we Hem missen? Omdat we verlangen naar zijn aanwezigheid?
"Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God." Psalm 42:2
Dat is het verlangen dat God in ons heeft gelegd. Niet een plichtmatige godsdienstigheid, maar een diepe honger naar Hem.
Illustratie:
Stel je voor dat je een vriend hebt die je alleen opzoekt als hij iets nodig heeft. Hij belt als hij geld tekort heeft. Hij komt langs als hij troost zoekt. Maar zodra het goed met hem gaat, is hij onbereikbaar. Na verloop van tijd vraag je je af: is hij eigenlijk mijn vriend, of gebruik hij mij?
Zo behandelen wij God vaak. Hij is onze crisismanager, onze nooduitgang, maar geen dagelijkse metgezel.
"Weest in niets bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God." Filippenzen 4:6
God wil bij alles betrokken zijn. Niet alleen bij de grote dingen. Ook bij de kleine.
In de Nederlandse cultuur zijn we gewend om zelfredzaam te zijn. "Ik red het zelf wel." Maar God vraagt ons om afhankelijk te zijn, niet uit zwakheid, maar uit vertrouwen. Afhankelijkheid van God is geen teken van zwakte. Het is het kenmerk van een volwassen gelovige.
De excuses die we maken, en de Bijbelse tegenwerping
"Na mijn vertrek zul je dit pijn voelen, elke genegeerde tekst, elke gemiste kans... je zult zeggen dat je van me houdt, je zult huilen op het juiste moment, maar liefde laat zich zien. Waarom deed jij dat niet?"
Liefde zit niet in woorden maar in daden:
"Kinderkens, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid." 1 Johannes 3:18
Je kunt huilen bij het graf, mooie woorden spreken, posts plaatsen, maar ware liefde laat zich zien in wat je doet, niet in wat je zegt.
"Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij." Matteüs 15:8
Mooie woorden. Tranen op het juiste moment. Maar het hart was nooit écht aanwezig.
Laten we nu eerlijk zijn over de excuses die wij maken om niet bij God te zijn. Want we zijn er goed in.
Excuus: "Ik heb geen tijd"
Bijbelse tegenwerping:
"Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, en dit alles zal u bovendien geschonken worden." Matteüs 6:33
We hebben altijd tijd voor wat we belangrijk vinden. Gemiddeld besteedt een Nederlander meer dan twee uur per dag aan zijn telefoon. God vraagt geen twee uur. Hij vraagt om een hart dat zich tot Hem wendt, 's ochtends, 's avonds, tussendoor. Een fluistergebed in de auto. Een dankwoord voor het eten. Een minuut stilte voor het slapengaan.
Illustratie:
Als jij een vriend hebt die je zegt dat hij geen tijd voor je heeft, maar je ziet hem elke avond netflixen, dan weet je: het is geen kwestie van tijd. Het is een kwestie van prioriteit. Wij maken tijd voor wat wij belangrijk vinden. De vraag is: hoe belangrijk is God voor ons?
Excuus: "Ik voel God niet"
Bijbelse tegenwerping:
"Vertrouw op de HERE met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet." Spreuken 3:5
Gevoel is een wisselvallige maatstaf. Soms voelen we de liefde van onze ouders niet, zeker niet als tiener. Maar dat betekent niet dat die liefde er niet is. God belooft aanwezig te zijn, niet altijd als een gevoel, maar als een feit.
"Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten." Hebreeën 13:5
Veel mensen binnen De Waarheid Gods en andere gemeenten kennen dit gevoel: je bidt, maar de hemel lijkt gesloten. Je leest de Bijbel, maar de woorden raken je niet. Dit is niet het einde, dit is de uitnodiging om te blijven. Geloof is geen gevoel. Het is een keuze die je dag na dag opnieuw maakt, ook als je er niets bij voelt.
Excuus: "Ik ben niet goed genoeg"
Bijbelse tegenwerping:
"Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade." Romeinen 3:23-24
Niemand is goed genoeg. Dat is precies waarom genade bestaat. De Bijbel staat vol met mensen die faliekant hebben gefaald: Mozes was een moordenaar, David pleegde overspel, Petrus verloochende Jezus Christus driemaal. God gebruikte hen allemaal, niet ondanks hun falen, maar dwars door hun falen heen.
Illustratie:
Een kind dat zijn kamer heeft vernield, is bang om naar zijn vader toe te gaan. Maar de vader wacht niet op een opgeruimde kamer. Hij wacht op zijn kind. De kamer kunnen ze samen opruimen, maar eerst moet het kind thuiskomen.
Excuus: "Ik geloof wel in God, maar ik heb de kerk niet nodig"
Bijbelse tegenwerping:
"Laten wij onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn." Hebreeën 10:25
God heeft de kerkgemeente niet voor niets ingesteld. We zijn geschapen voor gemeenschap, met Hem én met elkaar. Een kool die uit het vuur wordt getrokken, dooft. Een gelovige die zich isoleert, koelt af.
Illustratie:
Je kunt geloven dat voetbal een prachtige sport is zonder ooit mee te spelen. Maar dan ben je geen voetballer, je bent een toeschouwer. Geloof is niet bedoeld als toeschouwerssport. Het is een teamsport, gespeeld in gemeenschap.
In onze samenleving is individualisme een groot goed. "Ik bepaal zelf wel wat ik geloof." Maar de Bijbel leert ons dat geloof niet een soloproject is. We hebben elkaar nodig, om te bemoedigen, te corrigeren, te dragen en gedragen te worden. Eenzaam geloof is kwetsbaar geloof.
Excuus: "Er zijn zoveel hypocrieten in de kerk"
Bijbelse tegenwerping:
"Want wij allen hebben vele fouten." Jakobus 3:2
De kerk is geen museum voor heiligen, het is een ziekenhuis voor zondaars. Iedereen die in de kerk zit, is daar omdat zij beseffen dat zij God nodig hebben. Hypocrisie is echt en pijnlijk, maar het is geen reden om God te verlaten. Dat is alsof je stopt met eten omdat er soms een slechte kok is.
Bovendien: als hypocrisie in de kerk reden is om God te verlaten, dan is wanbeleid bij de overheid reden om niet meer te stemmen, en één slechte dokter reden om nooit meer een arts te bezoeken. We accepteren imperfectie overal, behalve in de kerk. Dat zegt meer over onze verwachtingen dan over de kerk.
Excuus: "Ik doe het later wel"
Bijbelse tegenwerping:
"Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet." Hebreeën 3:15
De vader in dit verhaal wachtte. Hij hoopte. Maar het moment kwám, en het kind was er niet. En toen was het te laat. Zo is het ook met God. Niet omdat God ons verstoot, maar omdat wij er niet altijd op kunnen rekenen dat er morgen nog een uitnodiging is.
"Zie, nu is het de dag des heils." 2 Korintiërs 6:2
Uitstelgedrag is in Nederland een bekend fenomeen. We stellen de tandarts uit, het gesprek met de baas, de moeilijke brief. Maar het gevaarlijkste uitstel is het uitstel van onze terugkeer naar God. Want niet elke dag heeft een morgen.
Deel: "Mijn handen bloedden voor jou", het kruis opnieuw bekeken
"Mijn handen bloedden voor jou. Ik werkte totdat ze trilden. Ik miste mijn eigen dromen zodat jij de jouwe kon najagen. Ik stond buiten in de kou zodat jij warm kon slapen. Ik slikte elke angst in om jou veilig te houden."
Toen ik deze woorden las, kon ik maar aan één ding denken.
Nagels. Een kruis. Bloedende handen.
"Maar Hij was doorboord om onze overtredingen, verbrijzeld om onze ongerechtigheden; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden." Jesaja 53:5
Jezus Christus werkte niet alleen met zijn handen, Zijn handen werden doorboord. Niet voor zijn eigen fouten. Voor de onze.
Illustratie:
Een soldaat springt op een granaat om zijn maten te redden. Hij sterft zodat zij kunnen leven. Nu, jaren later, leven die maten hun leven, sommigen denken er dagelijks aan, sommigen nauwelijks nog. Maar de offer was echt. De liefde was echt. De vraag is wat wij doen met die wetenschap.
Jezus Christus is die soldaat. En wij zijn zijn maten.
"Niemand heeft grotere liefde dan deze, dat iemand zijn leven inzet voor zijn vrienden." Johannes 15:13
Het is gemakkelijk om het kruis te zien als een religieus symbool, een hanger om de nek, een logo op een kerkgebouw. Maar het kruis was een executieplek. Het was gruwelijk, bloederig, en volkomen vrijwillig. God had het niet hoeven doen. Hij koos het, voor ons. Elke keer dat wij het kruis passeren zonder stil te staan, lopen we langs het grootste offer dat ooit is gebracht.
"Ik was hier, jij dacht dat ik meer tijd had", de urgentie van nu
"Ik was hier. Ik leefde. Jij dacht gewoon dat ik meer tijd had."
Het leven is korter dan wij denken, morgen is niet zeker:
"Welaan dan, gij die zegt: Vandaag of morgen gaan wij naar die en die stad... gij weet niet wat morgen zijn zal. Want hoe is uw leven? Een damp toch, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt." Jakobus 4:13-14
God zegt hier precies wat die zin uitdrukt: wij leven alsof er altijd meer tijd is, maar het leven is een damp. Het is er, en dan is het weg.
Dit is misschien wel de meest confronterende gedachte van dit hele verhaal.
Wij leven alsof God er altijd is, wat Hij ook is, maar wij vergeten dat wij er niet altijd zijn. Wij zijn degenen die eindigen. Wij zijn degenen die morgen misschien niet wakker worden. Wij zijn degenen die op een dag voor God zullen staan.
"En zoals het de mensen beschikt is, éénmaal te sterven en daarna het oordeel." Hebreeën 9:27
Illustratie:
Stel je voor dat je weet dat je morgen iemand gaat ontmoeten die je al jaren kent, maar nooit echt hebt leren kennen. Je hebt zijn brieven ongelezen laten liggen. Je hebt zijn uitnodigingen afgewimpeld. En morgen sta je oog in oog met hem. Hoe voel je je dan?
Dat is wat er gebeurt als we sterven zonder een echte relatie met God. Niet omdat God ons dan weg wil sturen, maar omdat wij zelf de verbinding hebben verbroken.
"Niet ieder die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil van mijn Vader." Matteüs 7:21
In Nederland sterven elk jaar tienduizenden mensen. Velen van hen hebben jarenlang gedacht: "Ik doe het later wel." Maar later komt soms sneller dan we denken. De vraag is niet óf je gelooft dat God bestaat, de vraag is: ken jij Hem? En kent Hij jou?
"Vertel de menigte niet dat je trots was", religie zonder relatie
"Na mijn vertrek: vertel de menigte niet dat je trots was. Plaats mijn foto niet. Zeg mijn naam niet, als je er niet voor me kon zijn toen ik pijn had."
Uiterlijk vertoon terwijl het hart ver weg was:
"Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij zijt gelijk witgepleisterde graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid." Matteüs 23:27
Jezus Christus confronteert hier mensen die er aan de buitenkant prachtig uitzien, maar van binnen leeg zijn. Precies de pijn van die zin: na het overlijden mooie dingen zeggen, foto's plaatsen, huilen voor de menigte, terwijl je er niet was toen het telde.
Dit snijdt. En het snijdt ook in de kerk.
Hoeveel mensen zingen op zondag luid mee, steken hun handen omhoog, zeggen "Amen" op het juiste moment, maar leven de andere zes dagen alsof God niet bestaat?
Jezus Christus had daar iets over te zeggen:
"Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij." Matteüs 15:8
God wil geen religieuze performance. Hij wil een hart.
Illustratie:
Stel je voor dat je jarig bent en je kind stuurt je een mooi kaartje, maar heeft het hele jaar niets van zich laten horen. Het kaartje is lief, maar het vervangt de relatie niet. Zo is het ook met onze zondagse eredienst als we de rest van de week niet leven met God.
Binnen De Waarheid Gods, en in bredere christelijke gemeenten, is dit een spiegel die we regelmatig voor moeten houden. Zijn we bezig met God, of met de activiteit rondom God? Zijn we verliefd op de eredienst, of op de God van de eredienst? Je kunt een expert zijn in kerkelijke tradities en God toch nauwelijks kennen.
"Want ik wil liefde, geen slachtoffer, kennis van God, meer dan brandoffers." Hosea 6:6
"Jij hebt mij niet verloren, jij hebt mij verlaten", het verschil dat alles maakt
"Na mijn vertrek zul je eindelijk zien: je hebt mij niet verloren, je hebt mij verlaten."
Het is het volk dat God verlaat, niet andersom:
"Zij hebben de HERE verlaten, zij hebben Hem de rug toegekeerd." Jeremia 2:27
God wordt hier niet verloren, Hij wordt bewust de rug toegekeerd. Dat is een keuze, geen ongeluk. Precies de kern van die zin.
Dit is een van de zwaarste zinnen van dit hele verhaal. En het is ook de eerlijkste.
Want er is een groot verschil tussen iets verliezen en iets verlaten.
Je verliest je sleutels, je had ze niet kwijt willen raken.
Je verlaat een relatie, dat is een keuze.
Veel mensen spreken over God als iets wat ze zijn "kwijtgeraakt." Alsof het een ongeluk was. Alsof God zomaar uit hun leven is verdwenen. Maar de Bijbel tekent een ander beeld:
"Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij verdorven; er is niemand die goed doet, ook niet één." Psalm 14:3
Wij zijn degenen die weglopen. God blijft staan.
Illustratie:
Denk aan een kind dat wegloopt bij zijn ouder in een druk winkelcentrum. De ouder staat op dezelfde plek. Het kind rent, naar de etalages, naar de geluiden, naar de afleiding. En als het kind zich omdraait en de ouder niet ziet, zegt het: "Ik ben mijn ouder kwijt." Maar de ouder is niet kwijt. Het kind is weggelopen.
We leven in een samenleving die God niet verliest, maar Hem bewust opzijlegt. We hebben Hem niet nodig als het goed gaat. We verwijderen Hem uit het onderwijs, uit het publieke debat, uit onze dagelijkse routine. En dan zijn we verbaasd als er een leegte ontstaat die we niet kunnen vullen.
"Want Mijn volk heeft twee boze dingen gedaan: Mij, de bron van levend water, hebben zij verlaten." Jeremia 2:13
"Spijt blijft langer dan ik", de genade die wacht
"Na mijn vertrek zal spijt langer bij je blijven dan ik ooit deed, wachtend op jou op die manier."
Spijt die komt als het te laat is, aan de gesloten deur:
"Daarna kwamen ook de andere maagden en zeiden: Here, here, doe ons open! Maar hij antwoordde en zeide: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet." Matteüs 25:11-12
De gelijkenis van de tien maagden is het krachtigste beeld van spijt die te laat komt. Ze staan voor de gesloten deur, en de spijt die ze voelen zal nooit meer weggaan, want de kans is voorbij.
Dit is de sombere kant van dit verhaal. En de Bijbel negeert dat niet.
Er zal een dag komen waarop de kans voorbij is. Niet omdat God wil dat mensen verloren gaan, verre van:
"De Here talmt niet met de belofte, zoals sommigen dat traagheid achten, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen." 2 Petrus 3:9
Maar er is een grens. Er is een moment waarop de deur sluit.
"En nadat zij binnengegaan waren, werd de deur gesloten." Matteüs 25:10 (uit de gelijkenis van de tien maagden)
Dit is geen dreigement. Dit is een waarschuwing van een Vader die wil dat we bijtijds komen.
Illustratie:
Een trein rijdt om 8:00 uur. Niet om 8:01. Als je aankomt op het perron om 8:02, is de trein weg. De conducteur was niet gemeen, hij reed gewoon op tijd. Zo is het ook met Gods genade: ze is ruim, ze is groot, ze is beschikbaar, maar niet eindeloos in de tijd.
In onze postmoderne Nederlandse cultuur vinden we het moeilijk om te spreken over oordeel en consequenties. We willen een God die altijd begripvol knikt. Maar een God die nooit grenzen stelt, is geen liefdevolle Vader, het is een deurmat. En dat is God niet. Hij is liefdevol én rechtvaardig. Beide tegelijk. Die twee dingen hoeven elkaar niet tegen te spreken, ze versterken elkaar.
"Waarom ben je niet thuisgekomen?", de verloren zoon opnieuw
"Op een dag zul je voor Hem staan, alleen, en Hij zal je vragen waarom je nooit naar huis bent gekomen."
Ieder mens zal persoonlijk voor God staan en verantwoording afleggen:
"Wij zullen allen voor de rechterstoel van God staan... zo zal dan een ieder van ons voor zichzelf rekenschap afleggen aan God." Romeinen 14:10-12
Niemand kan zich verschuilen achter een ander. Geen excuses, geen getuigen, geen advocaat. Alleen jij, en God. Precies wat die zin beschrijft.
Over voor Christus verschijnen met alles wat je deed én naliet:
"Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus komen te staan, zodat ieder van ons krijgt wat hij toekomt voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, goed of kwaad." 2 Korintiërs 5:10
Niet alleen wat je deed, maar ook wat je naliet te doen.
En dan zijn we bij de mooiste gelijkenis uit de Bijbel.
De verloren zoon. Lucas 15.
Een jongen vraagt zijn erfenis op, gaat weg, verkwist alles, belandt bij de varkens. En dan lezen we:
"Maar toen hij tot zichzelf inkeerde, zeide hij: hoeveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik kom hier van honger om." Lucas 15:17
En hij gaat terug. En de vader ziet hem van verre al aankomen. En hij rent.
"En hij stond op en ging naar zijn vader. Toen hij nog ver van zijn vader was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen; hij liep hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem." Lucas 15:20
Dit is God.
Niet God die wacht met zijn armen over elkaar. Niet God die zegt: "Eindelijk, nou, waar ben je geweest." Nee, God die rent. Die zijn waardigheid opzijlegt. Die zijn kind omhelst voor het zelfs maar zijn excuses heeft kunnen maken.
Dit is de God die we verkondigen bij De Waarheid Gods. Niet een God van regels en afstand. Een God van genade en nabijheid. Een Vader die rent als jij terugkomt, hoe lang je ook weg bent geweest. Hoe diep je ook bent gevallen. Hoe ver je ook bent afgedwaald.
De vraag is: ga jij terug?
Slotwoord: Het licht staat nog aan
"Ik liet het buitenlicht elke nacht aan. Ik zei tegen mezelf: ze komt nog. Ze maakt het goed."
God wacht geduldig, vol hoop op terugkeer:
"Daarom verlangt de HERE ernaar u genadig te zijn, en daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen; want de HERE is een God van recht. Welzalig allen die op Hem wachten." Jesaja 30:18
God wacht niet passief, Hij verlangt ernaar genadig te zijn. Hij houdt het licht aan. Hij geeft de hoop niet op.
Over de vader die uitkijkt en rent zodra hij zijn kind ziet aankomen:
"Toen hij nog ver van zijn vader was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen; hij liep hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem." Lucas 15:20
Het buitenlicht aan laten is precies dit beeld, de vader die uitkijkt, die hoopt, die rent zodra hij beweging ziet in de verte.
De vader in dit verhaal liet het buitenlicht aan. Elke nacht. Hopend dat zijn kind thuis zou komen.
God doet dat ook.
Elke ochtend die jij wakker wordt, is een nieuw licht. Een nieuwe uitnodiging. Een nieuwe kans.
"De goedertierenheden des HEREN houden niet op, want zijn barmhartigheden houden niet op, zij zijn elke morgen nieuw." Klaagliederen 3:22-23
Het licht staat aan.
De deur is open.
De Vader wacht.
Niet met verwijt. Niet met een lijst van alles wat jij fout hebt gedaan. Maar met open armen, zoals de vader in de gelijkenis die rent, die omhelst, die feest viert omdat zijn kind thuiskomt.
De vraag is niet of God er voor jou is.
De vraag is: ben jij er voor Hem?
Niet morgen. Niet als het beter gaat. Niet als je je leven op orde hebt.
Nu.
"Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij." Openbaring 3:20
Geschreven voor iedereen die ooit het gevoel heeft gehad dat God ver weg is. Hij is het niet. Hij heeft het licht altijd aan gelaten.

Opmerkingen