Muziek, aanbidding, evangelie en lof
Aanbidden in geest en waarheid
God bepaalt hoe aanbidding Hem wordt gebracht
Aanbidding draait uiteindelijk niet om wat mensen mooi vinden, wat een kerkgemeente gewend is of wat in de maatschappij populair is. Aanbidding draait om God. Daarom behoort ieder onderdeel van een eredienst aan het Woord van God getoetst te worden.
De Bijbel zegt in Johannes 4:23-24:
“Maar de ure komt en is nu, wanneer de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook zulke aanbidders. God is Geest en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.”
Daar staat iets belangrijks. God zoekt aanbidders die Hem aanbidden in geest en waarheid. Het gaat dus niet alleen om zingen, muziek maken, handen opheffen of emotioneel geraakt worden. Het gaat om de vraag of de aanbidding overeenkomt met Gods waarheid.
Daarom is het nodig om steeds opnieuw te onderzoeken wat er tijdens aanbidding gebeurt. Niet om menselijke tradities te verdedigen, maar om te ontdekken wat de Heilige Schrift leert.
Een programma kan goed georganiseerd zijn. Een zaal kan vol zitten. De muziek kan professioneel klinken en mensen kunnen diep geraakt worden. Toch blijft de belangrijkste vraag:
Is God hiermee verheugd?
Dat is een andere vraag dan:
Vinden mensen dit mooi?
De Bijbel laat zien dat deze twee dingen niet altijd hetzelfde zijn.
Niet alles wat goed voelt, is automatisch goed voor God
Een veelgehoord argument is:
“Maar mensen worden erdoor geraakt. Dan moet God er toch wel in zijn?”
Gevoel alleen kan echter geen betrouwbare maatstaf zijn. Spreuken 14:12 zegt:
“Er is een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood.”
Wat goed lijkt, hoeft daarom niet automatisch goed te zijn.
Ook Jeremia 17:9 waarschuwt dat het hart van de mens bedrieglijk kan zijn. Daarom moet aanbidding niet worden beoordeeld aan de hand van emoties alleen.
Een eenvoudig voorbeeld maakt dit duidelijk.
Een maaltijd kan prachtig worden opgediend. Het bord kan er schitterend uitzien, de tafel kan mooi gedekt zijn en de geur kan heerlijk zijn. Maar wanneer het voedsel besmet is, maakt een mooie presentatie het voedsel niet gezond.
Zo kan iets tijdens een samenkomst indrukwekkend overkomen, terwijl de vraag blijft of het werkelijk overeenkomt met Gods Woord.
Daarom zegt 1 Johannes 4:1:
“Geliefden, geloof niet iedere geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn.”
Er moet dus worden onderzocht. Er moet worden getoetst. Er moet worden onderscheiden.
Aanbidding is voor God, niet voor mensen
Een ander veelgehoord argument is:
“Maar het geeft mensen een goed gevoel.”
Dat kan waar zijn, maar het is niet de hoogste maatstaf.
1 Korinthe 10:31 zegt:
“Hetzij dan dat u eet of drinkt of iets anders doet, doe het alles tot heerlijkheid van God.”
Dat geldt dus ook voor muziek en zang.
Een zanger heeft een stem gekregen. Een muzikant heeft een talent gekregen. Een componist heeft het vermogen gekregen om muziek te schrijven. Maar een gave is uiteindelijk bedoeld om God te eren.
Wanneer een muzikant gaat spelen om bewondering te ontvangen, verandert de bedoeling. Dan verschuift de aandacht van God naar de mens.
Jezus Christus waarschuwde voor precies dat soort houding in Mattheüs 6:1: goede werken mogen niet worden gedaan om door mensen gezien te worden.
Hetzelfde beginsel kan worden toegepast op muziek.
Het podium mag geen plaats worden waar mensen worden verheerlijkt. Het behoort een plaats te zijn waar God wordt geëerd.
Een gave is geen entertainment
Muziek kan krachtig zijn. Een bepaalde melodie kan vreugde oproepen. Een ritme kan mensen enthousiast maken. Een instrument kan emoties losmaken.
Maar emotie is nog geen bewijs van Gods goedkeuring.
Een vuur kan warmte geven, maar hetzelfde vuur kan ook verbranden. De kracht ervan maakt het niet automatisch goed of slecht; het gaat erom waarvoor en hoe het wordt gebruikt.
Zo kan muziek mensen diep raken. Maar de vraag blijft waarvoor die muziek wordt gebruikt en waartoe zij leidt.
Kolossenzen 3:16 geeft een duidelijke richting:
“Laat het woord van Christus rijkelijk in u wonen, in alle wijsheid; onderricht elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zingend voor de Heere met dankbaarheid in uw hart.”
Hier worden muziek en zang verbonden met het Woord, onderwijs, vermaning en dankbaarheid.
Muziek in de kerkgemeente behoort dus niet alleen iets te laten voelen. Het behoort ook iets bij te dragen aan de waarheid van God.
Zingen met geest én verstand
1 Korinthe 14:15 zegt:
“Ik zal met de geest zingen, maar ik zal ook met het verstand zingen.”
Dat is een belangrijk evenwicht.
Aanbidding mag geestelijk zijn, maar hoeft niet zonder begrip te zijn. Het verstand mag niet worden uitgeschakeld.
Een lied kan prachtige woorden bevatten, maar wanneer de betekenis niet wordt begrepen, bestaat het gevaar dat woorden slechts worden herhaald zonder werkelijk te beseffen wat ermee wordt beleden.
Daarom is het belangrijk om te weten wat een lied zegt.
Een lied kan bijvoorbeeld spreken over vertrouwen op God, maar de vraag is dan wat dat vertrouwen volgens de Bijbel betekent. Een lied kan spreken over heiligheid, maar wat leert de Schrift over heiligheid? Een lied kan spreken over genade, maar wat zegt Gods Woord over genade?
Op die manier wordt zingen meer dan het uitspreken van mooie woorden.
De betekenis van een lied moet worden begrepen
Ook de achtergrond van een lied kan invloed hebben op de betekenis ervan. Een tekst kan in een bepaalde periode of cultuur een specifieke betekenis hebben gehad en later anders worden begrepen.
Daarom is geestelijk onderscheid belangrijk.
Het feit dat een lied uit een bepaalde cultuur komt, betekent niet automatisch dat het verkeerd is. De Bijbel laat juist zien dat mensen uit verschillende volken God aanbidden.
Openbaring 7:9 spreekt over:
“een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen.”
Er is dus ruimte voor verschillen in taal, cultuur, klank en ritme.
Wat in Nederland als ingetogen wordt ervaren, kan in een andere cultuur juist als zeer vreugdevol worden ervaren. Een bepaald ritme kan in Afrika, het Caribisch gebied of Europa anders worden beleefd.
De cultuur bepaalt echter niet wat waarheid is.
De vorm kan verschillen, maar de God Die wordt aanbeden verandert niet.
Daarom moeten culturele verschillen niet automatisch worden veroordeeld, maar moeten ze wel worden getoetst aan Gods Woord.
Er is verschil tussen vreugdevol geluid en leeg geluid
De Bijbel spreekt niet alleen negatief over geluid en muziek.
Psalm 100:1 zegt:
“Juich voor de HEERE, heel de aarde!”
Er bestaat dus geluid dat God welgevallig is.
Tegelijkertijd zegt Amos 5:23:
“Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, want Ik wil het getokkel van uw luiten niet horen.”
Op het eerste gezicht lijkt dat tegenstrijdig. De ene tekst roept op tot vreugdevol zingen, terwijl de andere spreekt over geluid dat God niet wil horen.
Maar de context van Amos maakt duidelijk waarom God het zingen afwijst.
Amos 5 spreekt over een volk dat religieuze handelingen verrichtte terwijl recht en gerechtigheid ontbraken. God zegt in vers 24:
“Maar laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek.”
Het probleem was dus niet simpelweg dat er gezongen werd. Het probleem was dat aanbidding werd gecombineerd met ongehoorzaamheid en onrecht.
Dat brengt een belangrijke les naar voren:
God zoekt niet alleen geluid uit de mond, maar gehoorzaamheid uit het hart.
Lippen kunnen God eren terwijl het hart ver weg is
Jesaja 29:13 zegt:
“Omdat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en zij Mij eren met hun lippen, maar hun hart ver van Mij houden…”
Dat is een ernstige waarschuwing.
Het is mogelijk om de juiste woorden te spreken en toch met het hart ver van God te zijn.
Het is mogelijk om mee te zingen en ondertussen niet werkelijk gericht te zijn op God.
Het is mogelijk om iedere zondag aanwezig te zijn, geld te geven, te luisteren naar een preek en mee te zingen, terwijl de persoonlijke wandel met God ontbreekt.
Daarom is religieuze activiteit op zichzelf geen bewijs van aanbidding die God behaagt.
God kijkt naar het hart én naar de gehoorzaamheid aan Zijn Woord.
1 Samuël 16:7 zegt:
“De mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.”
Dat betekent niet dat het hart belangrijker is dan gehoorzaamheid. Juist het tegenovergestelde: een oprecht hart zoekt Gods wil.
Jezus Christus zegt in Johannes 14:15:
“Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.”
Liefde voor God en gehoorzaamheid aan God horen daarom bij elkaar.
Het voorbeeld van Kaïn en Abel
Genesis 4:3-5 vertelt over Kaïn en Abel. Beiden brachten een offer aan God, maar God keek niet op dezelfde manier naar beide offers.
Dit laat zien dat het feit dát iemand iets aan God brengt, niet automatisch betekent dat God het aanneemt.
Hetzelfde beginsel vraagt om voorzichtigheid bij aanbidding.
Niet alleen de vraag:
“Wordt er iets aan God aangeboden?”
maar ook:
“Wordt het aangeboden op een manier die God heeft aangewezen?”
is belangrijk.
Dit betekent niet dat ieder detail van een eredienst door één persoon bepaald moet worden. Het betekent wel dat Gods Woord het hoogste uitgangspunt blijft.
De kerkgemeente is er om God te dienen
Een kerkgemeente kan gemakkelijk veranderen in een plaats waar mensen vooral komen om iets te ontvangen.
Een goede sfeer. Mooie muziek. Een inspirerende spreker. Een prettig programma. Sociale contacten.
Maar de Bijbel richt de aandacht steeds opnieuw op God.
Romeinen 12:1 spreekt over het aanbieden van het lichaam als een levend, heilig en voor God welgevallig offer.
Hebreeën 13:15 zegt:
“Laten wij dan altijd door Hem een lofoffer brengen aan God, namelijk de vrucht van lippen die Zijn Naam belijden.”
Aanbidding betekent daarom dat God centraal staat.
Niet de zanger.
Niet de muzikant.
Niet de voorganger.
Niet het publiek.
God!
Wanneer dat uitgangspunt wordt vergeten, kan zelfs een religieuze bijeenkomst veranderen in een menselijke activiteit.
Een volle zaal is niet het belangrijkste
Een volle zaal kan indrukwekkend zijn.
Veel bezoekers kunnen worden gezien als succes.
Een groot koor kan prachtig klinken.
Een livestream kan duizenden kijkers hebben.
Maar aantallen bepalen niet automatisch of God verheugd is.
Jezus Christus sprak in Mattheüs 7:13-14 over de brede en de smalle weg. Het feit dat veel mensen een bepaalde weg volgen, maakt die weg niet automatisch juist.
Daarom mag het verlangen naar groei nooit belangrijker worden dan trouw aan Gods Woord.
Een gebouw kan vol zijn en toch geestelijk leeg.
Een kleine samenkomst kan daarentegen vol zijn van oprechte aanbidding en gehoorzaamheid.
De Bijbel zegt in 1 Samuël 15:22:
“Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer.”
Dat principe is ook belangrijk voor de kerkgemeente vandaag.
“Maar anders komen er geen jongeren”
Een veelgehoord argument is:
“Als de muziek niet aantrekkelijk genoeg is, komen jongeren misschien niet.”
Het verlangen om jongeren te bereiken is op zichzelf begrijpelijk. Maar het middel moet niet belangrijker worden dan de boodschap.
2 Timotheüs 4:2 zegt:
“Predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen.”
De opdracht is niet om de waarheid aan te passen totdat iedereen zich prettig voelt.
De opdracht is om de waarheid bekend te maken.
Dat betekent niet dat een kerkgemeente geen rekening mag houden met begrijpelijke taal, goede organisatie of een passende vorm. Wel betekent het dat de inhoud niet mag worden opgeofferd om mensen te vermaken.
“Maar iedereen doet het tegenwoordig”
Ook dat argument houdt geen stand als het om Gods waarheid gaat.
Romeinen 12:2 zegt:
“En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid.”
Wat algemeen wordt geaccepteerd, is niet automatisch Bijbels.
De maatschappij verandert voortdurend. Muziekstijlen veranderen. Mode verandert. Opvattingen veranderen. Technologie verandert.
Maar God verandert niet.
Maleachi 3:6 zegt:
“Ik, de HEERE, word niet veranderd.”
Daarom kan de kerkgemeente niet simpelweg iedere maatschappelijke ontwikkeling overnemen omdat deze populair is.
“Het is toch maar muziek?”
Muziek lijkt soms onschuldig, maar de Bijbel neemt woorden, gedachten en invloeden serieus.
Efeziërs 5:19 spreekt over psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.
Kolossenzen 3:16 verbindt geestelijke liederen aan het Woord van Christus.
Daarom is muziek in de kerkgemeente niet slechts achtergrondgeluid.
De inhoud, bedoeling en uitwerking verdienen aandacht.
Wanneer een lied bijvoorbeeld seksualiteit, trots, geweld, materialisme of zelfverheerlijking verheerlijkt, moet worden onderzocht of dat past bij een leven dat God wil eren.
Filippenzen 4:8 geeft een duidelijke maatstaf:
“Al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is, bedenk dat.”
Daarmee wordt een belangrijke vraag zichtbaar:
Waar richt deze muziek de gedachten op?
“God kijkt toch naar het hart?”
Dat God naar het hart kijkt, is waar. Maar dit betekent niet dat gehoorzaamheid onbelangrijk is.
Het hart en het gedrag kunnen niet blijvend van elkaar worden losgemaakt.
Jezus Christus zegt in Johannes 14:15:
“Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.”
Een hart dat God liefheeft, wil weten wat God verlangt.
Daarom is de juiste houding niet:
“God kent mijn hart, dus alles is toegestaan.”
maar:
“God kent mijn hart, daarom wil ik Zijn Woord serieus nemen.”
Muziek kan begeleiden, maar is geen tovermiddel
In 2 Koningen 3:15-16 wordt beschreven dat Elisa vroeg om een muzikant. Toen de muzikant speelde, kwam de hand van de HEERE op Elisa en sprak Elisa vervolgens het woord van de HEERE.
Dit is een bijzonder Bijbels voorbeeld waarin muziek en een geestelijk moment samenkomen.
Maar ook hier moet voorzichtig worden gelezen.
De tekst zegt niet dat muziek op zichzelf de Heilige Geest bestuurt of automatisch Gods aanwezigheid veroorzaakt.
De kracht komt van God.
De muzikant is niet de bron van Gods macht.
Dat onderscheid is belangrijk.
Muziek kan een omgeving begeleiden waarin mensen luisteren, zingen, bidden en zich op God richten. Maar God blijft God. Zijn Geest laat zich niet door menselijke muziek besturen.
Daarom moet een muzikant zijn talent gebruiken tot eer van God, maar nooit denken dat een bepaalde melodie of een bepaald volume de aanwezigheid van God kan afdwingen.
De kracht van een nieuw lied
Openbaring 5:9 spreekt over een nieuw lied dat voor het Lam wordt gezongen.
2 Korinthe 5:17 zegt:
“Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.”
Deze teksten kunnen samen laten zien dat een veranderd leven ook invloed heeft op de manier waarop God wordt geëerd.
Een mens die door Christus wordt vernieuwd, krijgt een andere gerichtheid.
De aanbidding komt dan niet alleen uit de mond, maar uit een veranderd leven.
Romeinen 12:1-2 maakt duidelijk dat ware dienst aan God verbonden is met een vernieuwd denken en een toegewijd leven.
Daarom is het “nieuwe lied” niet slechts een nieuwe melodie.
Het gaat dieper.
Het gaat om een nieuw leven en een nieuwe gerichtheid op God.
Leg zorgen bij God neer
Aanbidding kan moeilijk worden wanneer gedachten voortdurend worden beheerst door zorgen.
Zorgen over gisteren.
Zorgen over vandaag.
Zorgen over morgen.
Zorgen over gezondheid, werk, gezin, geld of omstandigheden.
De Bijbel geeft hiervoor geen ingewikkelde oplossing.
1 Petrus 5:7 zegt:
“Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.”
Dat betekent niet dat problemen altijd onmiddellijk verdwijnen. Het betekent dat de last niet alleen gedragen hoeft te worden.
Jezus Christus zegt in Mattheüs 11:28:
“Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”
Aanbidding betekent daarom niet dat problemen ontkend moeten worden.
Het betekent dat de problemen bij God mogen worden gebracht.
Daarom hoeft een gelovige niet eerst alles zelf op orde te hebben voordat God gezocht kan worden.
Juist midden in zorgen mag God worden gezocht.
Vrijheid in Christus
Johannes 8:36 zegt:
“Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.”
Die vrijheid betekent niet dat ieder probleem direct verdwijnt. Het betekent dat zonde, angst en gebondenheid niet langer het laatste woord hoeven te hebben.
Daarom mag aanbidding ook een plaats zijn waar lasten bij God worden neergelegd.
Maar tegelijk blijft de Bijbelse opdracht bestaan om nuchter en waakzaam te zijn.
1 Petrus 5:8 zegt:
“Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.”
De Bijbel leert dus twee dingen tegelijk:
vertrouwen op God én waakzaam blijven.
Geen angst, maar ook geen onverschilligheid.
Geen paniek, maar ook geen geestelijke achteloosheid.
God moet de eerste plaats houden
Wanneer mensen teleurgesteld raken, afgewezen worden of pijn ervaren door anderen, kan dit de gedachten volledig gaan beheersen.
Ook daarin geldt 1 Petrus 5:7:
“Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.”
Het is mogelijk dat mensen teleurstellen. Het is mogelijk dat mensen veranderen. Het is mogelijk dat verwachtingen niet uitkomen.
Maar de trouw van God verandert daardoor niet.
Hebreeën 13:5 zegt:
“Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten.”
Daarom hoeft de stemming van een mens niet volledig afhankelijk te worden van de manier waarop anderen reageren.
De ogen mogen opnieuw op God worden gericht.
De Bijbel als kompas
In een maatschappij waarin voortdurend nieuwe meningen, stijlen en ideeën worden aangeboden, is een vast uitgangspunt noodzakelijk.
De Bijbel is dat uitgangspunt voor het christelijke leven.
Psalm 119:105 zegt:
“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.”
Een kompas is alleen nuttig wanneer het wordt gevolgd.
Het heeft weinig waarde om een kompas bij zich te dragen en vervolgens bewust de tegenovergestelde richting te kiezen.
Zo is het ook met de Bijbel.
Het is niet voldoende om Bijbelteksten te kennen. Het Woord moet richting geven aan het leven.
Handelingen 17:11 beschrijft mensen die onderzochten of wat zij hoorden overeenkwam met de Schriften.
Dat is een gezonde houding.
Niet alles moet zomaar worden aangenomen.
Niet alles moet zomaar worden afgewezen.
Alles moet worden onderzocht.
“Wie ben ik om God tegen te houden?”
Handelingen 11:17 bevat een belangrijke uitspraak wanneer Petrus uitlegt wat God had gedaan onder de heidenen:
“Wie was ik dan dat ik God zou kunnen verhinderen?”
Dat principe laat zien dat Gods wil uiteindelijk boven menselijke voorkeur staat.
Daarom moet een gemeente voortdurend bereid zijn zichzelf te onderzoeken.
Wanneer de Schrift iets duidelijk maakt, behoort menselijke gewoonte daarvoor te wijken.
Niet omdat menselijke ideeën waardeloos zijn, maar omdat Gods Woord het hoogste gezag heeft.
Verschillen in leer moeten serieus worden genomen
Een kerkgemeente moet niet doen alsof alle verschillen onbelangrijk zijn.
1 Korinthe 1:10 roept gelovigen op eensgezind te zijn en geen verdeeldheid te laten bestaan.
Tegelijkertijd moet er onderscheid worden gemaakt tussen hoofdpunten van het geloof en verschillen waarin christenen elkaar met geduld moeten verdragen.
Romeinen 14 laat zien dat niet ieder verschil dezelfde betekenis heeft.
Daarom is wijsheid nodig.
Niet ieder verschil betekent dat iemand een valse gelovige is. Maar wanneer een leer rechtstreeks tegen de Schrift ingaat, mag dat niet worden verborgen onder het argument dat “we toch allemaal hetzelfde bedoelen”.
Waarheid blijft waarheid.
Houd heilige dingen heilig
De kern van dit alles is eenvoudig:
Aanbidding gaat over God.
Niet over populariteit.
Niet over cijfers.
Niet over applaus.
Niet over persoonlijke voorkeur.
Niet over de vraag wat op dat moment in de maatschappij populair is.
Het gaat om God!
1 Korinthe 6:20 zegt:
“Verheerlijk God dan in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.”
Dat is de houding waarmee ook muziek en zang moeten worden benaderd.
Een muzikant mag zijn volledige talent gebruiken.
Een zanger mag met overtuiging zingen.
Een kerkgemeente mag vreugdevol zijn.
Psalm 150 roept zelfs op om God met verschillende instrumenten te loven.
Maar alles moet uiteindelijk gericht zijn op Gods eer.
De juiste balans
Een Bijbelse visie op muziek en aanbidding betekent daarom niet dat alle muziek hetzelfde moet klinken.
De Bijbel schrijft geen Nederlandse muziekstijl voor.
De Bijbel schrijft geen Afrikaans ritme voor.
De Bijbel schrijft geen Caribische klank voor.
De Bijbel geeft ook geen universele melodie die iedere kerkgemeente moet gebruiken.
Er bestaat ruimte voor cultuur, taal en muzikale vorm.
Maar er zijn wel grenzen.
De inhoud moet waar zijn.
De houding moet op God gericht zijn.
Het leven moet niet bewust in strijd zijn met Gods Woord.
De aanbidding mag geen menselijke show worden.
En het verstand mag niet worden uitgeschakeld.
Geest én waarheid.
Dat is de Bijbelse balans.
Een kerkgemeente als plaats van dienst aan God
Uiteindelijk draait de kerkgemeente om het dienen van God.
Dat geldt tijdens de prediking.
Dat geldt tijdens het gebed.
Dat geldt tijdens het zingen.
Dat geldt tijdens het spelen van instrumenten.
Dat geldt tijdens getuigenissen.
Dat geldt tijdens evangelisatie.
En dat geldt ook wanneer niemand kijkt.
Want God ziet niet alleen wat zichtbaar is voor mensen.
Hebreeën 4:13 zegt:
“En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem, maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen van Hem aan Wie wij rekenschap hebben af te leggen.”
Daarom moet de vraag niet zijn:
“Wat vinden mensen hiervan?”
maar:
“Kan dit voor God worden gedaan tot Zijn eer?”
Wanneer die vraag voortdurend wordt gesteld en Gods Woord werkelijk als kompas wordt gebruikt, ontstaat er ruimte voor aanbidding die niet alleen mooi klinkt, maar ook werkelijk gericht is op de eer van God.
Tot slot: Aanbidding begint niet bij de muziek
De diepste les is misschien wel dat aanbidding niet begint wanneer de eerste noot wordt gespeeld.
Aanbidding begint bij het hart.
Een mens kan zingen zonder God werkelijk te dienen. Maar iemand die God werkelijk dient, zal ook willen dat zijn woorden, keuzes en leven Hem eren.
Jezus Christus zei in Mattheüs 6:33:
“Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid.”
Dat woord “eerst” is belangrijk.
God komt op de eerste plaats.
Daarom moet iedere kerkgemeente, iedere zanger, iedere muzikant en iedere gelovige zichzelf steeds opnieuw onderzoeken.
Niet vanuit angst.
Niet vanuit menselijke trots.
Niet vanuit de behoefte om anderen te veroordelen.
Maar vanuit eerbied voor God.
Wat God heeft ingesteld, mag niet worden vervangen door menselijke voorkeur.
Wat God waarheid noemt, mag niet worden aangepast om mensen tevreden te stellen.
Wat God heilig noemt, moet heilig worden gehouden.
En waar de Bijbel vrijheid laat, hoeft geen menselijke regel te worden gemaakt.
Zo blijft de kerkgemeente gericht op haar werkelijke doel:
God dienen, God verheerlijken en Zijn waarheid bekendmaken.
Want uiteindelijk is de belangrijkste vraag niet of een lied hard klinkt, zacht klinkt, modern klinkt, traditioneel klinkt, veel mensen aanspreekt of diepe emoties oproept.
De belangrijkste vraag blijft:
Wordt God hiermee geëerd in geest en in waarheid?
Johannes 4:24 geeft daarop het blijvende antwoord:
“God is Geest en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.”

Opmerkingen