top of page

Waar zijn de mannen van God? Een ernstige roep aan iedereen die zegt te geloven.

  • 5 dagen geleden
  • 9 minuten om te lezen

Er is een vraag die al eeuwenlang door de hemel galmt, en die ook vandaag nog even actueel is als op de dag dat hij voor het eerst gesteld werd. Het is een vraag die in de Bijbel zelf staat, in Psalm 94 vers 16: "Wie zal voor mij opstaan tegen de boosdoeners? Wie zal voor mij opkomen tegen de bedrijvers van ongerechtigheid?"


Lees die vraag nog een keer. Langzaam. Want God vraagt dit niet om informatie, Hij weet wie er staan en wie niet. Hij vraagt het als een uitnodiging. Een oproep. Een uitdaging aan allen die zeggen dat zij van Hem zijn.


De kerk is in slaap gevallen

We leven in een tijd waarin kerken groter worden, maar zwakker. De gebouwen zijn mooier dan ooit, de muziek is indrukwekkender, de sociale media-aanwezigheid is professioneler. Maar als het aankomt op de vraag die God stelt, wie zal voor Mij opstaan? Klinkt er overweldigend stilte.


Kerkbezoek is voor velen een gewoonte geworden. Je gaat op zondag, je zingt een lied, je luistert naar een mooie boodschap over hoe God je wil zegenen, en dan ga je weer naar huis. De week daarna herhaal je hetzelfde ritueel. Maar wat is er veranderd? Wat heeft God aan jouw aanwezigheid? Wat heeft de wereld om jou heen gemerkt?


De profeet Jesaja omschreef dit scherp: "Dit volk nadert Mij met zijn mond en eert Mij met zijn lippen, maar zijn hart is ver van Mij verwijderd" (Jesaja 29:13). Dit was niet geschreven voor goddeloze mensen. Het was geschreven voor mensen die naar de tempel kwamen. Religieuze mensen. Kerkgangers.


Nederland is een land waar de kerken de afgelopen decennia massaal zijn gesloten of veranderd in appartementen, cafƩs en culturele centra. En toch, zijn de mensen die overbleven werkelijk meer toegewijd? Of zijn we slechts kleiner geworden, maar even slaperig?


Wat betekent het echt om te staan?

Er is een groot verschil tussen iemand die zegt voor God te staan en iemand die het ook doet. De apostelen in het Nieuwe Testament waren mensen die letterlijk alles riskeerden voor hun geloof. Zij werden gevangengezet, geslagen, bedreigd en vermoord. En toch hielden zij niet op te spreken.


Handelingen 5:29 zegt het glashelder: "Petrus en de andere apostelen antwoordden en zeiden: Men moet God meer gehoorzamen dan mensen."


Dit was niet een mooie spreuk op een tegeltje. Dit was een verklaring die hen in de gevangenis bracht. Maar zij bleven staan.


Wij leven in een samenleving waar het steeds gewoner wordt om maar een beetje Bijbels te zijn. Je gelooft in God, maar je zwijgt als er iets gezegd wordt wat ingaat tegen zijn Woord. Je wil niemand aanstoten. Je wil erbij horen. Je wil vrienden houden. Je wil collega's niet ongemakkelijk maken. En zo sluip je stilletjes de lauwe middenweg in, niet echt koud, niet echt warm, precies de temperatuur die God zegt te haten.


In Openbaring 3:15-16 spreekt God tot een gemeente die precies in die positie zit: "Ik weet uw werken, dat u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! Maar omdat u lauw bent en niet koud of niet warm, zal Ik u uit mijn mond spuwen."


Dat is een schokkende uitspraak. God zegt liever dat je koud bent, openlijk ongelovig, dan dat je lauw bent. Waarom? Omdat lauwheid gevaarlijk is. Het geeft de illusie van godsdienst zonder de realiteit ervan.


De excuus-cultuur van de gelovige

Nu komen we bij een van de pijnlijkste onderdelen van dit gesprek: de excuses. Want als je mensen confronteert met de vraag van God, wie zal voor Mij opstaan? Dan komen de antwoorden snel.


"Ik ben niet zo'n type dat in het middelpunt wil staan."

Maar God vraagt je niet om in het middelpunt te staan. Hij vraagt je om op te staan voor de waarheid. Dat zijn twee heel verschillende dingen. Mozes was niet iemand die van de schijnwerpers hield, hij had zelfs een spraakprobleem. Maar God riep hem toch (Exodus 4:10-12), en God zei: "Ik zal met uw mond zijn en u leren wat u spreken moet."


"Ik wil mijn omgeving niet kwetsen."

Dit klinkt liefdevol, maar het is het tegenovergestelde van liefde. Als iemand op de verkeerde weg is en jij zwijgt om hen niet te kwetsen, dan laat je hen in gevaar. Ezechiƫl 33:6 zegt: "Maar als de wachter het zwaard ziet komen en de bazuin niet blaast, zodat het volk niet gewaarschuwd wordt en het zwaard komt en iemand van hen doodt, die is in zijn eigen ongerechtigheid gevangen genomen, maar zijn bloed zal Ik van de hand van de wachter eisen."


God houdt ons verantwoordelijk voor ons zwijgen.


"Ik ben maar een gewone gelovige, geen dominee of voorganger."

De vroege kerk bestond grotendeels uit gewone mensen. Handelingen 8:4 beschrijft wat er gebeurde nadat de gemeente verspreid werd door vervolging: "Zij dan die verspreid werden, trokken het land door en verkondigden het Woord." Niet de apostelen, zij bleven in Jeruzalem. Het waren de gewone gelovigen die het Woord verspreidden.


"Nu is niet het juiste moment."

Wanneer is dan wel het juiste moment? De Bijbel zegt in 2 Timotheüs 4:2: "Verkondig het Woord, sta daarvoor in, gelegen of ongelegen." Met andere woorden: als het goed uitkomt én als het niet goed uitkomt.


"Ik heb een gezin om voor te zorgen. Ik kan niet alles op het spel zetten."

Dit is misschien het meest begrijpelijke excuus. Maar let op wat Jezus Christus zegt in Matteüs 10:37: "Wie vader of moeder meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waard." Dit betekent niet dat je je gezin niet mag liefhebben. Het betekent dat God op de eerste plaats hoort te staan, ook als dat moeilijke keuzes vereist.


Schaamte, de stille moordenaar van het geloof

Een van de meest voorkomende redenen waarom mensen niet opstaan voor God is simpelweg: schaamte. Je bent bang voor wat anderen van je denken. Je wil niet gezien worden als iemand die "te religieus" is. Je past je aan de omgeving aan, verzacht je taalgebruik over God, en vermijdt onderwerpen die als "controversieel" worden beschouwd.


In de Nederlandse samenleving is dit bijzonder zichtbaar. Geloof is iets privƩs geworden. Je mag het hebben, maar je praat er niet over. Je laat het niet merken. Je past je aan.


Maar Jezus Christus zegt in Marcus 8:38: "Want wie zich voor Mij en mijn woorden schaamt te midden van dit overspelig en zondig geslacht, voor hem zal de Zoon des mensen Zich ook schamen, wanneer Hij komt in de heerlijkheid van zijn Vader, met de heilige engelen."


Dat is een confronterende belofte. De vraag die het oproept is eenvoudig: als God morgen aan jouw collega's, buren, en vrienden zou vragen "Ken je hem? Ken je haar?", wat zouden zij zeggen?


Stel je voor dat iemand getrouwd is maar zijn huwelijk nooit noemt. Nooit zijn partner voorstelt. Nooit trouw draagt. Op het werk gedraagt hij zich alsof hij vrijgezel is. En als iemand vraagt of hij getrouwd is, zegt hij: "Ja, maar dat is privƩ." Hoe zou zijn partner zich voelen? Hoelang duurt zo'n huwelijk?

Zo is het ook met ons geloof. Als wij God liefhebben maar hem consequent verbergen, is dat dan werkelijk liefde?


De heilige weg, er is maar ƩƩn route

Jesaja 35:8 spreekt over een weg die de "heilige weg" wordt genoemd: "En aldaar zal een verheven baan, en een weg zijn, welke de heilige weg zal genaamd worden; de onreine zal er niet doorgaan, maar hij zal voor deze zijn; die [dezen] weg wandelt, zelfs de dwazen zullen niet dwalen."


Er is maar ƩƩn weg. Niet vijf wegen die allemaal naar God leiden. Niet een persoonlijke route die je zelf samenstelt uit dingen die je aanspreken. ƉƩn weg. De weg van heiligheid.


Heiligheid klinkt voor veel mensen als iets strengs, koud, of onmogelijk ver weg. Maar heiligheid is simpelweg dit: Gods karakter weerspiegelen in jouw leven. Het is de vrucht van een echte relatie met God. Als je werkelijk dicht bij God leeft, begin je te veranderen, niet omdat je het moet, maar omdat je het wil.


1 Petrus 1:15-16 zegt: "Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig."


Denk aan een kind dat veel tijd doorbrengt met zijn vader. Zonder er bewust bij na te denken, begint het kind dezelfde manier van lopen over te nemen, dezelfde uitdrukkingen te gebruiken, zelfs dezelfde gewoonten. Niet omdat het verplicht is. Maar omdat nabijheid vormt. Zo werkt het ook met God. Hoe meer tijd je bij Hem doorbrengt, in gebed, in Zijn Woord, in aanbidding, hoe meer jouw leven begint op het Zijne te lijken.


Rijkdom, status en de illusie van veiligheid

We leven in een maatschappij die succes meet in bezit. Een groter huis, een nieuwere auto, een indrukwekkende carrière, een gevuld pensioen. En er is niets mis met hard werken of welvaart op zichzelf. Maar als dat de kern wordt van ons bestaan, als dÔÔr ons vertrouwen ligt, dan is er een probleem.


In Prediker 6:1-3 staat een schrijnende beschrijving van iemand die alles heeft maar God niet kent: "Als een man honderd kinderen verwekt heeft en vele jaren heeft geleefd, maar zijn ziel niet verzadigd is van het goede, en ook geen begrafenis heeft, dan zeg ik: een miskraam is beter af dan hij."


Een miskraam, een kind dat nooit geleefd heeft, is beter af dan iemand die alles had maar God niet kende. Dat is hoe ernstig God dit neemt.


Een man die zijn hele leven werkte voor zijn pensioen, een prachtig huis bouwde, zijn kinderen naar goede scholen stuurde, en op zijn zevenenzestigste eindelijk kon gaan genieten, maar die God nooit serieus genomen had. Op zijn sterfbed had hij alles. Maar hij had niets meegenomen wat telt. Zijn huis bleef achter. Zijn geld bleef achter. Zijn auto bleef achter. En hij stond leeg voor de eeuwigheid.

Dat is het beeld dat de Bijbel schetst. En het is een oproep, niet om arm te zijn, maar om God op de eerste plaats te zetten.


Ezechiƫl 22:21 spreekt over Gods oordeel als een vuur dat al het aardse doet smelten: "Ja, Ik zal jullie bijeenbrengen en over jullie blazen met het vuur van mijn gramschap, en jullie zullen daarin gesmolten worden." Alles wat tijdelijk is, houdt op te bestaan. Alleen wat eeuwig is, blijft.


Wie mag de kansel bestijgen?

Binnen kerkgemeenschappen is er een ernstige vraag die gesteld moet worden: wie staat er eigenlijk voor? Wie mag de mensen van God leiden?

De Bijbel is hier duidelijk. In 1 Timotheüs 3:1-7 worden de eisen beschreven aan iemand die leiding geeft in de gemeente. Hij moet betrouwbaar zijn, nuchter, bezadigd, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen. Maar misschien nog belangrijker: hij moet iemand zijn die leeft wat hij predikt.


Het is een ernstig probleem wanneer iemand achter de kansel staat maar de boodschap die hij verkondigt niet gelooft of niet leeft. Want dan doet hij niet alleen zichzelf tekort, hij doet de hele gemeente tekort. De mensen die luisteren, denken dat zij gevoed worden, maar zij krijgen lege woorden. En lege woorden kunnen een ziel niet voeden.

In gemeenschappen zoals De Waarheid Gods is de standaard hoog, niet om mensen buitenshuis te houden, maar omdat de waarheid te kostbaar is om ermee te spelen. Wie de kudde leidt, draagt een heilige verantwoordelijkheid. En die verantwoordelijkheid begint niet op de kansel, die begint thuis, in het verborgen, in de dagelijkse keuzes waar niemand meekijkt.


Jakobus 3:1 zegt: "Mijn broeders, laat niet velen van u leraars worden, want u weet dat wij een zwaarder oordeel zullen ontvangen."


De roep is voor iedereen

Dit is geen boodschap alleen voor voorgangers. Dit is een oproep aan elke gelovige, in elke stad, op elke plek in Nederland.


Ben jij iemand die God dient in het verborgene maar Hem zwijgend verloochent in het openbare leven? Ben jij iemand die bidt maar nooit getuigt? Die gelooft maar nooit opstaat?


Stel je voor dat de vroege kerk zo had gefunctioneerd. Dat Petrus had gedacht: "Mijn geloof is persoonlijk. Ik houd het voor mezelf." Dat Paulus had besloten: "Ik wil niemand aanstoten." Er was geen kerk geweest. Er was geen Evangelie verspreid. De wereld had de boodschap van hoop nooit gehoord.

Jij bent nu de schakel in die keten. De vraag is of je die keten laat doorgaan of laat breken.


God zoekt geen perfecte mensen. Hij zoekt mensen die bereid zijn. In Jesaja 6:8 vraagt God: "Wie zal Ik zenden, en wie zal er voor Ons gaan?" En Jesaja antwoordde: "Hier ben ik, zend mij." Geen cv. Geen diploma. Alleen beschikbaarheid.


Terug tot leven, het is nog niet te laat

Als je deze woorden leest en je herkent jezelf in de beschrijving van de slapende kerk, de beschaamde gelovige, de lauwe christen, dan is dit het moment. Niet morgen. Nu.


Efeze 2:12-13 beschrijft de transformatie die mogelijk is: "Dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israƫl en vreemdelingen van de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen ver weg was, dichtbij gekomen door het bloed van Christus."


Ver weg. Nu dichtbij. Dat is wat God doet. Hij haalt mensen op uit hun slaap, uit hun schaamte, uit hun leegte, en maakt hen tot mensen die staan.


Er is een verschil tussen een gelovige en een volgeling. Een gelovige stemt in met de feiten over God. Een volgeling gooit zijn leven om naar de richting van God. De Bijbel kent geen tussenweg. Jezus Christus zegt in Matteüs 16:24: "Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen." Niet geloven en dan terugkeren naar het gewone leven. Volgen. Dat impliceert beweging. Richting. Toewijding.


Slotwoord, wie staat er op?

De vraag waarmee we begonnen, klinkt nog steeds door. "Wie zal voor Mij opstaan tegen de boosdoeners? Wie zal voor Mij opkomen?"


In een Nederland waar de kerken leeglopen, waar geloof steeds meer naar de rand van de samenleving wordt gedrongen, waar het gemakkelijker is om je mond te houden dan te spreken, juist daar klinkt deze oproep.


Niet de vraag of jij de wereld kunt veranderen. Niet de vraag of jij een beroemd redenaar bent. Alleen: ben jij bereid om op te staan?


Want God zoekt geen helden. Hij zoekt mensen die eerlijk zijn. Mensen die toegeven dat zij gevallen zijn, die zich laten vergeven, die zich laten heiligen, en die dan, dag na dag, opstaan.


Dat is de roep. Die is voor jou.


"Want het oog van de HEERE gaat over de gehele aarde, om Zich sterk te bewijzen aan hen van wie het hart volkomen op Hem gericht is." 2 Kronieken 16:9

Ā 
Ā 
Ā 

Opmerkingen


Anker 1
bottom of page