top of page

Wanneer de waarheid raakt.

17 uur geleden
67 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 5 uur geleden

Een geraakte hond blaft

Wie ooit gezien heeft hoe een hond door een auto wordt aangereden, weet wat er dan gebeurt: het dier gilt het uit. Het maakt niet uit hoe sterk die hond is. Zelfs een vechthond, die stoer en onaantastbaar lijkt, gaat janken wanneer hij geraakt wordt. Of denk aan een kat die geraakt wordt. Soms raakt zo’n dier zo in paniek dat het als een gek tegen de muur aan rent en zichzelf blijft stoten, tot het eraan doodgaat. De pijn maakt het dier dol.


Met het evangelie is het precies zo. Het evangelie is een harde zaak. Wanneer het Woord van God mensen raakt, gaan ze schreeuwen: bekende mensen en onbekende mensen, politici, artiesten, ieder die zich aangesproken voelt. Raak iemand op de plek waar het pijn doet en je hoort het meteen. De Bijbel is een zeer sterk en krachtig wapen en velen houden er niet van om daarmee geraakt te worden. Toch is dat goed.


Dat is geen overdrijving. De Bijbel zegt het zelf: het Woord van God is levend, krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard.


“Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.” Hebreën 4:12


Wie in het licht komt, ziet zijn eigen werken. Daarom blijven mensen die kwaad doen liever uit de buurt van het licht, en daarom reageren ze zo fel wanneer het licht op hen valt.


“Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.” Johannes 3:20


Wie bestraffing haat, noemt de Bijbel onvernuftig, en wie steeds weer bestraft wordt en zijn nek verhardt, loopt gevaar.


“Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig.” Spreuken 12:1


“Een man, die, dikwijls bestraft zijnde, den nek verhardt, zal schielijk verbroken worden, zodat er geen genezen aan zij.” Spreuken 29:1


In het Nederlands bestaat daar een oud gezegde voor: getroffen honden blaffen. Ook Jezus Christus zelf werd gehaat om zijn woorden, juist omdat Hij getuigde dat de werken van de wereld boos zijn.


“De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn.” Johannes 7:7


Zo gaat het ook in Nederland met de prediking van de kerkgenootschap De Waarheid Gods. Steeds vaker horen we kritiek van mensen die het niet eens zijn met wat er gepredikt wordt. Soms kennen ze onze kerkgemeente nauwelijks, en soms zijn het mensen die zelf in de kerkelijke wereld actief zijn. Niemand heeft hun iets gedaan. Iedereen mag zijn eigen werk en talent gebruiken, en daar maken wij geen bezwaar tegen. Maar wie zich mengt in de uitleg van de Bijbel, moet er rekening mee houden dat zijn eigen uitleg ook wordt getoetst. Wat wordt er dan gezegd?


Kort samengevat: de prediking is niet goed. Een prediking hoort niet fel te zijn, niet hard, niet kleinerend en niet boos, want het evangelie is een boodschap van liefde, goed nieuws. Plus dat de kerkgenootschap De Waarheid Gods een vals evangelie zou verkondigen.


In Nederland mag iedereen zijn mening geven. Dat staat in de Grondwet, en diezelfde Grondwet geeft ieder het recht om zijn geloof vrij te belijden. Dat geldt voor de critici en het geldt ook voor ons antwoord. Wij geven dat antwoord niet met onze mening, maar met wat er geschreven staat. Want wij belijden dat er maar één waarachtig, levend God is, de God van de profeten en de God van de apostelen.


“Maar de HEERE God is de Waarheid, Hij is de levende God, en een eeuwig Koning; van Zijn verbolgenheid beeft de aarde, en de heidenen kunnen Zijn gramschap niet verdragen.” Jeremia 10:10


Laten we daarom rustig in deze blog, punt voor punt, de Bijbel erbij pakken.


"God is liefde", maar dat is niet het hele verhaal

Opvallend is dat er bij kritiek op de prediking altijd meteen over liefde wordt gesproken. “Het is een evangelie van liefde.” Daar hebben we geen enkel bezwaar tegen. God is liefde, en dat is ook de reden dat wij hier zijn.


“Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.” 1 Johannes 4:8


“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”

Johannes 3:16


Het probleem is dat de Heer zo eenzijdig wordt voorgesteld: God is lief, God veroordeelt nooit, en een prediking hoort dat ook niet te doen. Maar de boodschap van God bestaat uit liefde én haat. Dat wordt vaak vergeten. Daarom nemen we er beide Bijbelgedeelten bij.


Lees wat Jezus Christus zelf zegt over haten: wie tot Hem komt en zijn vader, moeder, vrouw, kinderen, broers en zussen niet haat, ja zelfs zijn eigen leven, kan zijn discipel niet zijn.


“Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.” Lukas 14:26


Is dat een tegenspraak met de liefde? Nee, de Bijbel verklaart zichzelf. In het Evangelie van Mattheüs zegt Jezus Christus hetzelfde in andere woorden: wie vader of moeder liefheeft boven Hem, is Zijn niet waardig. Het gaat er dus niet om dat je je familie met haat moet behandelen, maar dat je liefde voor God zo groot moet zijn dat al het andere daarnaast verbleekt. Zo vullen de twee teksten elkaar aan.


“Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.” Mattheüs 10:37


En wat haat de Heer zelf? Daar geeft de Bijbel een lijstje van. Zes dingen haat de Heer, zeven zijn Hem een gruwel:


“Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel: Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten; Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen; Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.” Spreuken 6:16-19


Vertaald naar het dagelijks leven: hoogmoed, liegen, geweld tegen onschuldigen, kwade plannen smeden, haast hebben om iets slechts te doen, valse getuigenissen en tweedracht zaaien. Denk aan roddel, nepnieuws en het opzettelijk verdelen van mensen op sociale media, in de buurt, op het werk of in de familie. Dat zijn geen kleinigheden voor God.


Het gaat nog verder. De God die wij dienen, is een God van liefde en ook een God van haat, want Hij is het zelf die zegt: Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat.


“Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE; maar gij zegt: Waarin hebt Gij ons liefgehad? Was niet Ezau Jakobs broeder? spreekt de HEERE; nochtans heb Ik Jakob liefgehad. En Ezau heb Ik gehaat; en Ik heb zijn bergen gesteld tot een verwoesting, en zijn erve voor de draken der woestijn.” Maleachi 1:2-3


Is dat niet hard? Denk aan een arts die van zijn patiënt houdt. Juist omdat hij van die patiënt houdt, haat hij de ziekte die hem kapotmaakt. Of denk aan ouders die van hun kind houden en daarom een afkeer hebben van de drugs en de vriendenkring die dat kind naar beneden trekken. Hoe groter de liefde, hoe groter de afkeer van alles wat de ander schaadt. Zo staat het ook in de Bijbel: wie de Heer liefheeft, haat het kwade.


“Gij liefhebbers des HEEREN! haat het kwade; Hij bewaart de zielen Zijner gunstgenoten; Hij redt hen uit der goddelozen hand.” Psalmen 97:10


“Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw medegenoten.” Hebreën 1:9


“De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan.” Romeinen 12:9


Een veelgehoord excuus is: “God is toch alleen liefde, dus ik hoef me nergens zorgen over te maken.” Maar liefde zonder waarheid is geen liefde. Het is waar dat God Zijn Zoon niet heeft gezonden om de wereld te veroordelen, maar om haar te redden. Het is echter ook waar dat al het oordeel aan de Zoon is gegeven. Wie het eerste gelooft en het tweede negeert, leest maar de helft.


“Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.” Johannes 3:17


“Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven;” Johannes 5:22


Een tweede excuus is: “Oordeel niet, want dan word je zelf geoordeeld.” Dat is een bekende tekst en hij is waar.


“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.” Mattheüs 7:1


Maar dezelfde Heer zegt in hetzelfde hoofdstuk dat we ons moeten wachten voor valse profeten en ze aan hun vruchten moeten herkennen. En elders staat dat we niet moeten oordelen naar het uiterlijk, maar een rechtvaardig oordeel moeten vellen. Er staat dus niet dat je nooit iets mag toetsen. Er staat dat je het eerlijk moet doen, en dat je eerst naar jezelf kijkt.


“Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen?” Mattheüs 7:15-16


“Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.” Johannes 7:24


“Gij geveinsde! werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit uws broeders oog uit te doen.” Mattheüs 7:5


Wat maakt iemand een goede dienaar van Christus?

Er wordt gezegd dat de prediking van de kerkgenootschap De Waarheid Gods niet goed is. Maar dat is heel wat anders dan wat de Bijbel zegt. Wie de broeders en zusters blijft herinneren aan de dingen die in het Woord staan, is volgens de Bijbel een goede dienaar van Jezus Christus.


“Als gij deze dingen den broederen voorstelt, zo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer, welke gij achtervolgd hebt.” 1 Timotheüs 4:6


Dat is dus de maatstaf: de mensen blijven herinneren aan wat het Woord van God zegt. Niet een mening, niet een idee, niet een filosofie. Wat de Bijbel betreft, respecteert een echte prediker niemands mening. Het enige wat telt, is wat er geschreven staat. Jezus Christus zegt: onderzoek de Schriften.


“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39


Dat is ook de oproep van de profeet: naar de wet en naar de getuigenis, en wie niet spreekt naar dit woord, heeft geen licht. En Paulus waarschuwt dat we ons niet door filosofie en menselijke overleveringen laten meeslepen, maar naar Christus moeten kijken. Wie leringen leert die geboden van mensen zijn, eert God tevergeefs.


“Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.” Jesaja 8:20


“Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;” Kolossenzen 2:8


“Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.”

Mattheüs 15:9


Zo werken valse kerken: meningen, ideologie, en bang zijn om iets te zeggen waarvan ze denken dat het de mensen zal kwetsen. Een echte dienaar kijkt daar niet naar. Het maakt niet uit of hij daarmee van het ene eind van de wereld tot het andere iemand beledigt, zolang hij maar brengt wat in de Bijbel geschreven staat.


Paulus stelt de vraag: zoek ik mensen te behagen? Als ik nog mensen behaagde, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.


“Want predik ik nu de mensen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus.” Galaten 1:10


Wie op deze manier spreekt, wordt al snel “hard” genoemd. Maar hard is niet hetzelfde als boos. Het is vastheid. Sommige predikers houden liever een mooie zoetsappige preek, motivatieprediking, rustige lezing, waarbij de mensen met zoetsappige prediking zoet gehouden worden. Wij zijn geen zoetsappige predikers en wij dienen geen zoetsappige god. Wanneer God iemand zendt, maakt Hij hem stoutmoedig en standvastig, en dan klinkt hij voor sommigen grof.


Een arts die de diagnose verzwijgt om de patiënt niet te laten schrikken, is niet vriendelijk maar gevaarlijk. In het Nederlands zeggen we van iemand die alleen vleit dat hij stroop om de mond smeert. Maar de Bijbel zegt: de wonden van een liefhebber zijn getrouw. En een vermaning doet in het begin geen plezier, maar levert later vrede en gerechtigheid op.


“De wonden des liefhebbers zijn getrouw; maar de kussingen des haters zijn af te bidden.” Spreuken 27:6


“En alle kastijding als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die door dezelve geoefend zijn.” Hebreën 12:11


Dat is niets nieuws. Paulus zegt over zichzelf dat hij onervaren is in de spraak, maar niet in de kennis.


“En indien ik ook slecht ben in woorden, nochtans ben ik het niet in wetenschap; maar alleszins zijn wij in alle dingen onder u openbaar geworden.” 2 Korinthe 11:6


Mozes had zelf een zware tong, en toch klonk zijn boodschap aan de machtigste man van zijn tijd niet als een uitnodiging tot overleg, maar als een bevel van God.


“Toen zeide Mozes tot de HEERE: Och Heere! ik ben geen man wel ter tale, noch van gisteren, noch van eergisteren, noch van toen af, toen Gij tot Uw knecht gesproken hebt; want ik ben zwaar van mond, en zwaar van tong.” Exodus 4:10


“En daarna gingen Mozes en Aaron heen, en zeiden tot Farao: Alzo zegt de HEERE, de God van Israel: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij een feest houde in de woestijn!” Exodus 5:1


Een man van God klinkt grof voor iedereen die het Woord van God niet wil gehoorzamen. Dat is geen onbeschoftheid, maar het gevolg van de boodschap.


“Maar een dienstknecht van de Heer moet toch niet twisten?” Dat staat er inderdaad. Hij moet vriendelijk zijn en met zachtmoedigheid onderwijzen, ook de mensen die tegenstaan.


“En een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, en die de kwaden kan verdragen; Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan; of hun God te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid;” 2 Timotheüs 2:24-25


Dat is geen tegenspraak met het bovenstaande, maar een aanvulling. De houding is zachtmoedig, de inhoud is niet onderhandelbaar. Dezelfde Jezus Christus die kinderen zegende, zei ook “wee u, schriftgeleerden en farizeeën, gij geveinsden” en dreef met een gesel de handelaren uit de tempel. En Titus krijgt de opdracht om valse leraren scherp te bestraffen. Judas roept ons op om te strijden voor het geloof.


“Maar wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden! want gij sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen, overmits gij daar niet ingaat, noch degenen, die ingaan zouden, laat ingaan.” Mattheüs 23:13


“En een gesel van touwtjes gemaakt hebbende, dreef Hij ze allen uit den tempel, ook de schapen en de ossen; en het geld der wisselaren stortte Hij uit, en keerde de tafelen om.” Johannes 2:15


“Deze getuigenis is waar. Daarom bestraf hen scherpelijk, opdat zij gezond mogen zijn in het geloof.” Titus 1:13


“Geliefden, alzo ik alle naarstigheid doe om u te schrijven van de gemene zaligheid, zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven en u te vermanen, dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.” Judas 1:3


Ook een valse leraar kan gered worden, en daarom spreken we

Een kritiek die wij ook onderschrijven is: je moet je uitspreken tegen het verkeerde. Daar zijn we het volledig mee eens. Maar dan hoort er ook bij dat je het doet, en dat je het doet met de Bijbel in de hand.


En ja, ook een valse leraar kan verlost worden. Dat is precies de reden waarom je hem waarschuwt. God heeft geen lust in de dood van de goddeloze, maar wil dat hij zich bekeert en leeft. Wie zich bekeert, krijgt zijn zonden uitgewist.


“Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?” Ezechiël 33:11


“Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,” Handelingen 3:19


Een waarschuwing is dus geen haat maar liefde. Een brandweerman die “brand!” roept, is niet agressief. Hij wil dat mensen levend buiten komen. Daarom zegt Paulus ook ronduit dat iedereen, zelfs een engel uit de hemel, die een ander evangelie verkondigt, vervloekt is. En daarom schrijft Judas dat we sommigen uit het vuur moeten grijpen.


“Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.” Galaten 1:8


“En ontfermt u wel eniger, onderscheid makende; Maar behoudt anderen door vreze, en grijpt ze uit het vuur; en haat ook den rok, die van het vlees bevlekt is.” Judas 1:22-23


“Wie ben jij om iemand een valse leraar te noemen?” is een vraag die vaak wordt gesteld. Het antwoord is: niemand, dat is ook niet het punt. Het punt is wat er geschreven staat. Johannes zegt dat we de geesten moeten beproeven, omdat er veel valse profeten in de wereld zijn uitgegaan, en Paulus zegt dat we alles moeten beproeven en het goede behouden. Wie dus zegt “wij mogen niemand toetsen”, gaat tegen de Bijbel in. Wie toetst aan de Schrift, doet precies wat de Bijbel vraagt.


“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.” 1 Johannes 4:1


“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” 1 Thessalonicenzen 5:21


Echte mannen kunnen tegen directe taal

Het valt op dat volwassen mannen het soms moeilijk vinden om recht-toe-recht-aan te worden aangesproken, streng en met discipline, rechtstreeks uit de Bijbel. Ze worden er onrustig van. Maar een echte man heeft daar geen moeite mee. Zelfs als hij op sommige punten nog worstelt, begrijpt hij dat hij hier moet zijn.


Nederlanders zijn er trots op dat ze direct zijn: zeg waar het op staat, zeggen we. Maar zodra het over de Bijbel gaat, mag het ineens niet meer te duidelijk. Zou dat niet te maken kunnen hebben met wat het Woord met ons doet? Wie echt vertrouwt op wat God zegt, kan een rechte vermaning verdragen.


“Ik worstel zelf met zonde, dus ik kan beter niet naar zo’n preek luisteren.” Dat is een bekend excuus. Maar de Bijbel zegt het omgekeerde: wie zijn overtredingen verbergt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en laat, zal barmhartigheid ontvangen. Paulus zelf beschrijft hoe hij het goede wil doen en toch het kwade doet. En als wij onze zonden belijden, is God getrouw en rechtvaardig om ze te vergeven.


“Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.” Spreuken 28:13


“Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.” Romeinen 7:18-19


“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.” 1 Johannes 1:9


Ook de angst om “te streng” te zijn, past niet bij de Bijbel. Wie mensen werkelijk liefheeft, vertelt ze de waarheid, ook als ze die niet willen horen. Paulus zegt over zijn eigen werk dat hij niets heeft achtergehouden van de raad Gods.


“Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods.” Handelingen 20:27


Het Woord van God is gratis

Een ander punt in deze discussie is geld. De leer van God is gratis. Daarom zou niemand collegegeld hoeven te betalen aan een zogenaamde Bijbelschool om dit gratis boek te leren kennen. De Bijbel zegt: kom zonder geld en zonder prijs.


“En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.” Openbaring 22:17


Het water des levens wordt om niet gegeven. Wat hier gepredikt wordt, is gratis. Van Genesis tot Openbaring is het Woord van God gratis. Niemand hoeft ook maar één cent te betalen voor één Bijbelcursus.


Wat is dan het loon van een prediker? Paulus antwoordt: dat ik het evangelie van Christus kosteloos stel, om mijn macht in het evangelie niet te misbruiken.


“Wat loon heb ik dan? Namelijk dat ik, het Evangelie verkondigende, het Evangelie van Christus kosteloos stelle, om mijn macht in het Evangelie niet te misbruiken.”

1 Korinthe 9:18


Wie geld vraagt, misbruikt zijn macht in het evangelie. Daarom is elke prediker die je betaling vraagt om één ding uit de Bijbel te horen, een valse profeet. Mensen die naar een Bijbelschool gaan of zich inschrijven voor een programma en moeten betalen om te leren wat Genesis 1:1 betekent, wie Jezus Christus is, hoeveel goden er zijn en hoeveel apostelen er waren, zitten in een valse kerk. Zo’n kerk wordt geleid door een valse profeet en bezocht door huichelaars.


Daarom is bij ons overal waar we komen alles gratis. Wij komen en spreken het Woord vrij van kosten.


Dat is niet nieuw. Jezus Christus zei tegen Zijn leerlingen: u hebt het om niet ontvangen, geef het om niet. En door de profeet roept God iedereen die dorst heeft om te komen en te kopen zonder geld en zonder prijs.


“Geneest de kranken; reinigt de melaatsen; wekt de doden op; werpt de duivelen uit. Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet.” Mattheüs 10:8


“O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk!” Jesaja 55:1


In Nederland moet je voor bijna alles betalen: voor een opleiding, voor een cursus, voor een lidmaatschap. Dat is in het gewone leven normaal. Maar de Bijbel kent een duidelijke waarschuwing voor iedereen die denkt dat de gave van God met geld te koop is. Simon wilde de gave van de Heilige Geest voor geld kopen en kreeg te horen dat zijn geld met hem ten verderve zou gaan. En over hoofden die rechtspreken om geschenken, priesters die leren om loon en profeten die waarzeggen om geld, is de Heer duidelijk. Over valse leraren zegt Petrus dat ze uit hebzucht een handeltje van u zullen maken.


“En als Simon zag, dat, door de oplegging van de handen der apostelen de Heilige Geest gegeven werd, zo bood hij hun geld aan, Zeggende: Geeft ook mij deze macht, opdat, zo wien ik de handen opleg, hij den Heiligen Geest ontvange. Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt!” Handelingen 8:18-20


“Haar hoofden rechten om geschenken, en haar priesters leren om loon, en haar profeten waarzeggen om geld; nog steunen zij op den HEERE, zeggende: Is de HEERE niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen.” Micha 3:11


“En zij zullen door gierigheid, met gemaakte woorden, van u een koopmanschap maken; over welke het oordeel van over lang niet ledig is, en hun verderf sluimert niet.”

2 Petrus 2:3


Een veelgehoord excuus is: “Een docent/predikant moet toch ook leven?” Dat is waar, en de Bijbel zegt dat zelf: wie het evangelie verkondigt, mag van het evangelie leven. Dat is geen tegenspraak met kosteloos prediken. Het verschil zit in de vrijwilligheid: de boodschap wordt niet verkocht en er wordt geen prijs voor gevraagd, maar wie vrijwillig wil geven, mag dat doen.


“Alzo heeft ook de Heere geordineerd dengenen, die het Evangelie verkondigen, dat zij van het Evangelie leven.” 1 Korinthe 9:14


Zo zijn we ook dankbaar voor ieder die iets heeft gegeven in de collecte, en voor wie niets gaf zijn we God evengoed dankbaar.


Want God heeft een blijmoedige gever lief, niet iemand die uit nood of dwang geeft.


“Een iegelijk doe, gelijk hij in zijn hart voorneemt; niet uit droefheid, of uit nooddwang; want God heeft een blijmoedigen gever lief.” 2 Korinthe 9:7


Dit evangelie raakt velen, en er zijn er honderden die schreeuwen omdat het pijn doet.


Een kerkgemeente die leeft: gebed, doop en samenkomst

Wat is nu de vrucht van een evangelie dat gratis wordt gebracht? Kijk naar het leven van de kerkgemeente. Er zijn gebedsavonden, en er is ook een nachtgebed dat de hele nacht duurt. Petrus werd gevangen gehouden en de gemeente bad onophoudelijk voor hem, en Jezus Christus zelf bracht een hele nacht door in gebed.


“Petrus dan werd in de gevangenis bewaard; maar van de Gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan.” Handelingen 12:5


“En het geschiedde in die dagen, dat Hij uitging naar den berg, om te bidden, en Hij bleef den nacht over in het gebed tot God.” Lukas 6:12


Een ander voorbeeld: Jezus Christus vroeg Zijn leerlingen of zij niet één uur met Hem konden waken.


“En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Kunt gij dan niet een uur met Mij waken? Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.” Mattheüs 26:40-41


Er worden bijeenkomsten voor de jeugd gehouden waarin jongeren getuigen over hoe de Heer hen met de Heilige Geest heeft gevuld. Ook verkoop van taarten, koekjes of cake voor de jeugdafdeling hoort daarbij: lekkers na de dienst, waarmee de jongeren worden gesteund.


Wie jong is, hoort een voorbeeld te zijn voor de gelovigen, en niemand mag hem om zijn jeugd verachten. En wie geeft aan een goed doel, doet wat de Bijbel prijst: het is zaliger te geven dan te ontvangen.


“Niemand verachte uw jonkheid, maar zijt een voorbeeld der gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid.” 1 Timotheüs 4:12


“Ik heb u in alles getoond, dat men, alzo arbeidende, de zwakken moet opnemen, en gedenken aan de woorden van den Heere Jezus, dat Hij gezegd heeft: Het is zaliger te geven, dan te ontvangen.” Handelingen 20:35


Er wordt vervoer geregeld naar de grote samenkomsten tegen een vaste bijdrage per persoon, met één stuk bagage per reiziger. Die grote samenkomsten/conferenties, ook wel heilige samenkomsten genoemd, vinden plaats in verschillende landen/locaties. Ze duren een paar dagen en de diensten zijn overal gratis. Ook in verre landen worden diensten gehouden.


Dat past bij wat God al in de Wet vroeg: heilige samenroepingen. En ook in het Nieuwe Testament worden we vermaand om onze onderlinge bijeenkomst niet na te laten.


“Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De gezette hoogtijden des HEEREN, welke gijlieden uitroepen zult, zullen heilige samenroepingen zijn; deze zijn Mijn gezette hoogtijden.” Leviticus 23:2


“En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.” Hebreën 10:25


Als er een activiteit wordt afgelast, worden de mensen die ervoor hadden gegeven (donatie) daar na afloop persoonlijk over ingelicht, en wordt hun gift niet vergeten.


Het is goed dat dit eerlijk gebeurt, want de Bijbel vraagt dat we het goede bezorgen, niet alleen voor de Heer maar ook voor de mensen. En God vergeet het werk en de arbeid van liefde niet.


“Dit verhoedende, dat ons niemand moge lasteren in dezen overvloed, die van ons wordt bediend; Als die bezorgen, hetgeen eerlijk is, niet alleen voor den Heere, maar ook voor de mensen.” 2 Korinthe 8:20-21


“Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en den arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient.” Hebreën 6:10


En dan de doop. Overal ter wereld laten mensen zich dopen, ook in Nederland. Wie zich wil laten dopen, kan daarvoor terecht bij de kerkgenootschap De Waarheid Gods, en daar hoort ook praktische informatie bij.


Zo begon de kerkgemeente ook in de Bijbel: op één dag werden er ongeveer drieduizend zielen gedoopt. En in de hemel is blijdschap over elke zondaar die zich bekeert.


“Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.” Handelingen 2:41


“Ik zeg ulieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in den hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekering niet van node hebben.” Lukas 15:7


Ook de eerste gelovigen kwamen dagelijks samen, hadden alles gemeen en aten met vreugde en eenvoud van hart.


“En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen; En zij verkochten hun goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had. En dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en eenvoudigheid des harten;” Handelingen 2:44-46


Dopen in de Naam van Jezus Christus

Hier komt een van de belangrijkste punten. Wie zich niet bekeert van zijn zonden en niet gedoopt is in de naam van Jezus Christus, is niet gedoopt. En wie gedoopt is met de titels Vader, Zoon of Heilige Geest, is niet goed gedoopt. Dat is wat wij prediken.


Petrus zei op de eerste dag al: bekeer u en laat u dopen in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van de zonden. En toen Paulus mensen ontmoette die al gedoopt waren, maar met de doop van Johannes, werden zij opnieuw gedoopt in de Naam van de Heer Jezus.


“En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.” Handelingen 2:38


“En die hem hoorden werden gedoopt in den Naam van den Heere Jezus.”

Handelingen 19:5


“Maar in Mattheüs 28 staat toch Vader, Zoon en Heilige Geest?” Kijk goed: er staat in de Naam, enkelvoud, en niet in de namen. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn titels, geen namen. Denk aan een vrouw die moeder is, dochter en echtgenote: drie titels, maar één naam. De naam is Jezus Christus. Hij zei zelf dat Hij in de naam van Zijn Vader is gekomen. En Paulus zegt dat we alles wat we doen, in woord of werk, moeten doen in de Naam van de Heer Jezus.


“Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.” Mattheüs 28:19


“Ik ben gekomen in den Naam Mijns Vaders, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dien zult gij aannemen.” Johannes 5:43


“En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem.” Kolossenzen 3:17


Een veelgehoord excuus is: “Ik ben als baby gedoopt, dat is toch genoeg.” Maar de Bijbel zegt: wie geloofd heeft en gedoopt is, zal behouden worden. Eerst geloven, dan dopen. De kamerling vroeg wat hem hinderde om gedoopt te worden, en Filippus zei dat dat kon als hij van ganser harte geloofde.


“Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.” Markus 16:16


“En alzo zij over weg reisden, kwamen zij aan een zeker water; en de kamerling zeide: Ziedaar water; wat verhindert mij gedoopt te worden? En Filippus zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd. En hij, antwoordende, zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is. En hij gebood den wagen stil te houden; en zij daalden beiden af in het water, zo Filippus als de kamerling, en hij doopte hem.”

Handelingen 8:36-38


Een ander excuus is: “De doop is niet nodig, het gaat om het hart.” Ook dat past niet bij de Schrift. Jezus Christus zegt dat wie niet geboren wordt uit water en Geest, het Koninkrijk van God niet kan binnengaan, en Petrus noemt de doop een vraag van een goed geweten tot God. Het water zelf wast geen zonden af. Het gaat om gehoorzaamheid aan wat God gezegd heeft, in het geloof en in de Naam van Jezus Christus.


“Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.” Johannes 3:5


“Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid des lichaams, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus;” 1 Petrus 3:21


Eén God, niet drie personen

Wij prediken dat er maar één is in de Godheid. Daarom roepen wij iedereen die leert dat er een drie-eenheid is, drie afzonderlijke personen, op om het met de Bijbel te bewijzen. Wie leert dat Jezus Christus de tweede persoon van de Godheid is en de Heilige Geest de derde, leert een leugen. Bewijs het uit de Schrift.


Mozes zei het al: de Heer, onze God, is één Heer. Jezus Christus bevestigde dat. Jesaja laat God zelf zeggen dat er behalve Hem geen God is, en dat Hij alleen de hemel uitspant.


“Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!” Deuteronomium 6:4


“En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere.” Markus 12:29


“Zo zegt de HEERE, de Koning van Israel, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.” Jesaja 44:6


“Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, en die u geformeerd heeft van den buik af: Ik ben de HEERE, Die alles doet, Die den hemel uitbreidt, Ik alleen, en Die de aarde uitspant door Mijzelven;” Jesaja 44:24


Wat is dan de verborgenheid? Dat God geopenbaard is in het vlees. Toen Filippus Jezus Christus vroeg om de Vader te tonen, antwoordde Jezus Christus: wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. In Hem woont de hele volheid van de Godheid lichamelijk. En Jesaja noemt het Kind dat geboren wordt Sterke God en Vader der eeuwigheid.


“En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.” 1 Timotheüs 3:16


“Filippus zeide tot Hem: Heere, toon ons den Vader, en het is ons genoeg. Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader?” Johannes 14:8-9


“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;” Kolossenzen 2:9


“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;” Jesaja 9:6


Er zijn allerlei excuses. “Jezus Christus bad toch tot de Vader?” Ja, want Hij was ook echt mens, de Mens Christus Jezus, en het Woord is vlees geworden. Als mens bad Hij, als God had Hij de volheid van de Godheid.


“Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;” 1 Timotheüs 2:5


“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.” Johannes 1:14


“In Genesis zegt God toch: laat Ons mensen maken?” Maar twee verzen verder staat dat God de mens schiep naar Zijn beeld, in het enkelvoud. Er is één God en Vader van allen. En: God is geen God van verwarring, maar van vrede.


“En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.” Genesis 1:26


“En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.” Genesis 1:27


“Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping; Een Heere, een geloof, een doop, Een God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen.” Efeze 4:4-6


“Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de Gemeenten der heiligen.” 1 Korinthe 14:33


Denk aan een man die vader is van zijn kinderen, zoon van zijn ouders en echtgenoot van zijn vrouw. Hij heeft drie titels, maar blijft één persoon. Zo is het ook met de titels van God.


Vrouwen op de preekstoel

Er zijn kerken met vrouwelijke predikers op de kansel. Dat is huichelarij. Nergens in de Bijbel heeft God ooit een vrouw geroepen en gezonden om het evangelie te prediken.


Paulus schrijft: een vrouw late zich leren in stilheid. Hij laat de vrouw niet toe dat zij lere of over de man heerse. En in de gemeenten moeten de vrouwen zwijgen, want het is niet toegestaan dat zij daar spreken.


“Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.” 1 Timotheüs 2:11-12


“Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. En zo zij iets willen leren, laat haar te huis haar eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken.” 1 Korinthe 14:34-35


Dat betekent niet dat vrouwen niets te doen hebben. De Bijbel geeft de oudere vrouwen de taak om de jongere vrouwen te leren.


“De oude vrouwen insgelijks, dat zij in haar dracht zijn, gelijk den heiligen betaamt, dat zij geen lasteraarsters zijn, zich niet tot veel wijns begevende, maar leraressen zijn van het goede; Opdat zij de jonge vrouwen leren voorzichtig te zijn, haar mannen lief te hebben, haar kinderen lief te hebben; Matig te zijn, kuis te zijn, het huis te bewaren, goed te zijn, haar eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord Gods niet gelasterd worde.”

Titus 2:3-5


“Maar Debora dan?” Debora was een profetes en een richteres in Israël. De mensen kwamen naar haar toe voor recht, onder haar palmboom, maar zij was geen leraar van de gemeente en geen apostel.


“Debora nu, een vrouw, die een profetesse was, de huisvrouw van Lappidoth, deze richtte te dier tijd Israel. En zij woonde onder den palmboom van Debora, tussen Rama en tussen Beth-El, op het gebergte van Efraim; en de kinderen Israels gingen op tot haar ten gerichte.” Richteren 4:4-5


“En Priscilla dan?” Zij legde samen met haar man Aquila een man de weg van God bescheidener uit, in een gesprek, niet vanaf de preekstoel.


“En deze begon vrijmoediglijk te spreken in de synagoge. En als hem Aquila en Priscilla gehoord hadden, namen zij hem tot zich, en legden hem den weg Gods bescheidenlijker uit.” Handelingen 18:26


“En de dochters van Filippus?” Zij profeteerden, dat staat er, maar nergens staat dat zij als voorganger de gemeente leidden.


“Deze nu had vier dochters, nog maagden, die profeteerden.” Handelingen 21:9


Homoseksualiteit en andere zonden

Wij prediken tegen homoseksualiteit en tegen het leven in de regenboogbeweging. Dat is niet iets nieuws en niet iets wat we zelf hebben bedacht. De Bijbel noemt het in de Wet, in de brief aan de Romeinen en in de eerste brief aan de Korinthiërs.


“Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.” Leviticus 18:22


“Daarom heeft God hen overgegeven tot oneerlijke bewegingen; want ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik tegen nature; En insgelijks ook de mannen, nalatende het natuurlijk gebruik der vrouw, zijn verhit geworden in hun lust tegen elkander, mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding van hun dwaling, die daartoe behoorde, in zichzelven ontvangende.” Romeinen 1:26-27


“Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beerven? Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven. En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods;” 1 Korinthe 6:9-11


Let op: het wordt genoemd in één adem met overspel, hoererij, diefstal, hebzucht, dronkenschap en laster. Wij pakken dus geen groep eruit. Van alle zonde moet men afscheid nemen, ook als je jezelf gelovig noemt. En let op de laatste woorden van de tekst: “en dit waart gij sommigen, maar gij zijt afgewassen.” Daar zit hoop in. Niemand is voor altijd gebonden.


Nederland was het eerste land ter wereld dat het huwelijk voor mensen van gelijk geslacht openstelde, en veel Nederlanders denken daar anders over dan de Bijbel. Dat mag. Wij mogen onze overtuiging belijden en zij de hunne. De Bijbel leert ons de overheid te gehoorzamen en iedereen te eren. Dat betekent dat wij niemand haten of bedreigen, maar het betekent ook dat wij de waarheid niet inslikken.


“Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd.” Romeinen 13:1


“Eert een iegelijk; hebt de broederschap lief; vreest God; eert den koning.” 1 Petrus 2:17


Er zijn drie excuses die vaak voorkomen. Het eerste: “God heeft mij zo gemaakt.” Jezus Christus zegt dat de Schepper de mens van het begin af als man en vrouw heeft gemaakt. Het tweede: “We hebben allemaal zonden, wie ben jij om te oordelen?” Dat klopt, want allen hebben gezondigd. Maar juist daarom gaat het niet om wie beter is, maar om wie zich bekeert. Het derde: “Liefde is liefde.” Maar liefde is, zoals we zagen, ook een afkeer van het kwade.


“Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw? En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn;” Mattheüs 19:4-5


“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;” Romeinen 3:23


De uitnodiging: bewijs het met de Bijbel

Dit is niet alleen een kwestie van woorden. Wie iemand een valse profeet noemt, kan dat ook bewijzen. Daarom is er een uitnodiging, aan iedereen die de kritiek heeft geuit.


Neem één ding dat gepredikt wordt, slechts één, en maak met de Bijbel de prediker tot leugenaar. Meer hoeft niet. Dit is het eerlijkste wat je kunt aanbieden: voor het publiek, op een grote samenkomst, op een dag naar keuze. Als dat niet lukt, kan de uitnodiging ook de andere kant op: nodig ons uit, dan komen wij naar u toe.


Dit is Bijbels. God zelf zegt: breng uw twistzaak voor, en: kom, laat ons samen rechten.


“Brengt ulieder twistzaak voor, zegt de HEERE; brengt uw vaste bewijsredenen bij, zegt de Koning van Jakob.” Jesaja 41:21


“Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.” Jesaja 1:18


De Bereeërs werden edel genoemd omdat zij dagelijks de Schriften onderzochten om te zien of het wel zo was. Paulus ging elke sabbat naar de synagoge en overtuigde mensen met de Schrift, en in Athene werd hij uitgenodigd om zijn nieuwe leer toe te lichten. Petrus schrijft dat we altijd bereid moeten zijn om verantwoording af te leggen, met zachtmoedigheid en ontzag.


“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” Handelingen 17:11


“En hij handelde op elken sabbat in de synagoge, en bewoog tot het geloof Joden en Grieken.” Handelingen 18:4


“En zij namen hem, en brachten hem op de plaats, genaamd Areopagus, zeggende: Kunnen wij niet weten, welke deze nieuwe leer zij, daar gij van spreekt? Want gij brengt enige vreemde dingen voor onze oren; wij willen dan weten, wat toch dit zijn wil. (Die van Athene nu allen, en de vreemdelingen, die zich daar onthielden, besteedden hun tijd tot niets anders dan om wat nieuws te zeggen en te horen.)” Handelingen 17:19-21


“Maar heiligt God, den Heere, in uw harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.”

1 Petrus 3:15


In Nederland zou dat in een zaal kunnen zijn, in een buurthuis, op de radio/podcast of in de open lucht. De voorwaarde is slechts één: de Bijbel is de maatstaf, want de hele Schrift is van God ingegeven en bruikbaar om te leren en te weerleggen.


“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timotheüs 3:16-17


Wie is eigenlijk eerst aan het woord? De Bijbel zegt dat wie als eerste zijn zaak voorlegt, rechtvaardig lijkt, totdat de ander komt en hem onderzoekt. Daarom is het goed dat beide kanten worden gehoord.


“Die de eerste is in zijn twistzaak, schijnt rechtvaardig te zijn; maar zijn naaste komt, en hij onderzoekt hem.” Spreuken 18:17


Er zijn ook hier excuses: “Ik discussieer niet over geloof.” “Iedereen heeft zijn eigen waarheid.” Maar Jezus Christus zegt dat u de waarheid zult kennen en dat de waarheid u vrij zal maken, niet uw eigen mening. En God zelf wordt de Waarheid genoemd.


“En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:32


Daarom de vraag: weet u zeker dat u deze weg met ons wilt gaan? U heeft de discussie geopend. Wij zijn er klaar voor.


Stoere woorden achter een scherm

Zelden zie je iemand die erg hard heeft getoeterd, ook echt standhouden wanneer het erop aankomt. Dan wordt zijn praatje op de proef gesteld. Op sociale media is het niet anders: daar zijn veel mensen heel stoer, want een scherm geeft geen antwoord terug. Het is makkelijk om te schrijven wat je over iemand vindt, zolang je niet hoeft te luisteren naar wat de ander daarop zegt.


In Nederland kennen we daar een woord voor: toetsenbordhelden. De Bijbel kent het ook. Wie bij bestraffing weg wil lopen, voelt de angst voor mensen, en die angst legt een strik. Wie op de Heer vertrouwt, staat veilig. Daarom bidden de eerste christenen niet om rust, maar om vrijmoedigheid om het Woord te spreken, en houdt Petrus ons voor dat wij altijd bereid moeten zijn om verantwoording af te leggen.


“De siddering des mensen legt een strik; maar die op den HEERE vertrouwt, zal in een hoog vertrek gesteld worden.” Spreuken 29:25


“En nu dan, Heere, zie op hun dreigingen, en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken;” Handelingen 4:29


“Openbare bestraffing is beter dan verborgene liefde.” Spreuken 27:5


Wie dus een mening heeft over de prediking, mag die ook gewoon recht in het gezicht zeggen, en wij zullen met de Bijbel antwoorden.


Kerken die op de wereld lijken

Veel kerken lijken tegenwoordig meer op de wereld dan op God. Dat is een harde zin, maar kijk naar wat Jezus Christus zelf zegt: wie niet opnieuw geboren wordt, kan het Koninkrijk van God niet zien. En tegen de farizeeën zei Hij: gij zijt uit uw vader, de duivel, en de begeerten van uw vader wilt gij doen.


“Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.” Johannes 3:3


“Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.” Johannes 8:44


Daarom zitten er in kerken ook mensen die nog nooit echt opnieuw geboren zijn. Dat is geen belediging, maar een waarschuwing van de Heer zelf. Niet ieder die “Heer, Heer” zegt, zal binnengaan, en Paulus beschrijft mensen met een vorm van godsvrucht, maar zonder de kracht ervan.


“Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.” Mattheüs 7:21


“Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben. Heb ook een afkeer van dezen.” 2 Timotheüs 3:5


En de man die op de kansel hoort te staan en zich uitspreekt tegen het kwaad, durft dat vaak niet meer. De gemakkelijke uitweg is dan: “God is liefde.” We hebben al gezien dat dit maar de helft van de Bijbel is.


Er wordt ook een Jezus gepresenteerd die bijna uit een filmverhaal lijkt te komen. Kijk eens naar alle afbeeldingen van Jezus: schilderijen, tekeningen, beelden aan het kruis. Op bijna geen enkele zie je een Jezus die sterk of vastberaden is. Altijd is Hij verlegen en zacht afgebeeld. Dat is niet het beeld uit de Bijbel.


Dezelfde Jezus maakte een gesel van touwen en dreef de handelaren uit de tempel. In het laatste boek van de Bijbel wordt Hij beschreven op een wit paard, met ogen als een vuurvlam en een scherp zwaard uit Zijn mond. Hij is ook de goede herder die Zijn leven geeft voor de schapen. Het is dus niet het een of het ander. Hij is zachtmoedig voor wie zich bekeert en vol kracht tegenover alles wat de schapen kapotmaakt.


“En ik zag den hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord Gods. En de heirlegers in den hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad. En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt den wijnpersbak van den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods. En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren.” Openbaring 19:11-16


Er is een aanval op God gaande, en dat is geen toeval. Lucifer werd uit de hemel gezet, samen met een derde deel van de engelen. Hij kon de hemel niet regeren en zijn karakter paste er niet. Maar zijn strijd was daarmee niet voorbij. Johannes zag het in Openbaring: de duivel is op de aarde neergekomen en heeft grote toorn, omdat hij weet dat hij nog maar een korte tijd heeft.


“En er werd krijg in den hemel; Michael en zijn engelen krijgden tegen den draak, en de draak krijgde ook en zijn engelen. En zij hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in den hemel. En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.” Openbaring 12:7-9


“Hierom bedrijft vreugde, gij hemelen, en gij, die daarin woont! Wee dengenen, die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft groten toorn, wetende, dat hij een kleinen tijd heeft.” Openbaring 12:12


Wat is zijn plan? Hij kan God zelf niet verslaan, dat probeerde hij al in de hemel. Dus voert hij nu een allesomvattende aanval uit op iedereen die zegt bij God te horen. Daarom is het in kerken zo vaak een rommeltje.


Wie de wereld vriend wil zijn, maakt zichzelf een vijand van God. Daarom roept Paulus op om niet aan deze wereld gelijkvormig te worden. En de Heer zegt dat zout dat smakeloos is geworden nergens meer toe deugt dan om weggegooid en vertreden te worden. Een kerk die niet meer anders is dan de wereld, wordt door de wereld ook niet meer serieus genomen.


“Overspelers en overspeleressen, weet gij niet, dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld.” Jakobus 4:4


“En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.” Romeinen 12:2


“Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buiten geworpen, en van de mensen vertreden te worden.” Mattheüs 5:13


Ook de zondaar zegt vaak: “Dat noem je een kerk?” En dan krijgt hij nog gelijk ook. Wie vervolgens de Bijbel recht uitspreekt, hoort al snel: “Kan dat niet wat aardiger?” Noem het beestje bij de naam.


Een prediker met gezag: bevelhebber, beschermer en wachter

Stel je voor: een agent rent achter iemand aan en die persoon heeft door dat hij niet meer weg kan komen. Wat roept de agent dan? “Politie, stop!” Hij zegt niet: “Zou je misschien willen stoppen? Alsjeblieft, doe het voor mij!” Zo werkt het niet. Of denk aan een kennis die in het leger heeft gezeten: daar kreeg je een sergeant-instructeur die het bevel voerde. Niemand die dat raar vond.


Welnu, God heeft Zijn prediker op dezelfde manier gemaakt. Lees het in Jesaja: “Ziet, Ik heb hem tot een getuige der volken gegeven, een vorst en gebieder der volken.”


“Ziet, Ik heb hem tot een getuige der volken gegeven, een vorst en gebieder der volken.” Jesaja 55:4


In andere vertalingen staat hier: een leider en bevelhebber. God heeft dus iemand gestuurd om voor Hem te getuigen. Hij maakt geen bange mannen, geen slappe mannen, geen mannen zonder ruggengraat, mannen die klinken alsof ze een lichaam vol suiker hebben. God zei: laat Ons mensen maken naar Ons beeld. De prediker moet dus de gelijkenis met God dragen.


Dat sluit aan bij wat de Bijbel over de goede strijder zegt: Paulus vraagt Timotheüs om verdrukking te lijden als een goed krijgsknecht van Jezus Christus. God wil soldaten die Hem in tijd van oorlog niet in de steek laten.


“Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus. Niemand, die in de krijg dient, wordt ingewikkeld in de handelingen des leeftochts, opdat hij dien moge behagen, die hem tot den krijg aangenomen heeft.” 2 Timotheüs 2:3-4


Daarom is de roep van de profeet geen fluistering: roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding.


“Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden.” Jesaja 58:1


Zo’n man zegt niet: “Ik ben nederig, dus ik hoef dat gedrag niet te hebben.” Nederigheid is geen excuus voor het ontbreken van gedrag dat bij God past. Wie opnieuw geboren is, verandert langzaam van karakter. Hij gaat steeds meer lijken op God.


Mozes was de zachtmoedigste man op aarde en toch stond hij als een bevelhebber voor de machtigste koning van zijn tijd. Zachtmoedigheid en gezag sluiten elkaar dus niet uit.


“Doch de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen, die op den aardbodem waren.” Numeri 12:3


Jezus Christus onderwees als iemand die macht had, en niet als de schriftgeleerden.


“Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden.”

Mattheüs 7:29


Hij had gezag, want Hij vertegenwoordigt Gods gezag. En een prediker die Hem vertegenwoordigt, doet dat ook. Daarom lopen duizenden mensen naar de waarheid toe: zij horen dat God spreekt door een mens. Niemand aanbidt die mens. Maar zij horen de stem van God in de prediker, zoals Jezus Christus tegen Zijn leerlingen zei: u bent het niet die spreekt, maar de Geest van uw Vader die in u spreekt.


“Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.” Mattheüs 10:20


En een echte prediker zou iedere vorm van aanbidding meteen afwijzen. Toen de mensen in Lystra Paulus en Barnabas als goden wilden vereren, scheurden zij hun kleren en riepen: wij zijn ook mensen. Zo hoort het.


“En de scharen, ziende, hetgeen Paulus gedaan had, verhieven hun stemmen, en zeiden in het Lycaonisch: De goden zijn den mensen gelijk geworden, en tot ons nedergekomen. En zij noemden Barnabas Jupiter, en Paulus Mercurius, omdat hij het woord voerde. En de priester van Jupiter, die voor hun stad was, als hij ossen en kransen aan de voorpoorten gebracht had, wilde hij offeren met de scharen. Maar de apostelen, Barnabas en Paulus, dat horende, scheurden hun klederen, en sprongen onder de schare, roepende, En zeggende: Mannen, waarom doet gij deze dingen? Wij zijn ook mensen van gelijke bewegingen als gij, en verkondigen ulieden, dat gij u zoudt van deze ijdele dingen bekeren tot den levenden God, Die gemaakt heeft den hemel, en de aarde, en de zee, en al hetgeen in dezelve is;” Handelingen 14:11-15


Dit evangelie is zo krachtig dat het van het ene einde van de aarde tot het andere schudt. En dat geeft onrust bij wie er liever zelf niets mee zou hoeven. Lees in de psalm: “De stem des HEEREN is met kracht, de stem des HEEREN is met heerlijkheid.”


“De stem des HEEREN is met kracht, de stem des HEEREN is met heerlijkheid.”

Psalmen 29:4


Hoort men dan dat de prediking ruw, onbeleefd of gemeen klinkt? Dan is het antwoord: je bent gewoon te schuchter. Een echte man heeft er geen moeite mee wanneer een andere man stevig klinkt. Wat is er gebeurd met onze mannen? Zij zijn zo lang aan zoetsappige prediking blootgesteld dat ze slap zijn geworden, zonder Bijbelse standvastigheid. Zij preken niet meer zonder vrees. En de Bijbel zegt het precies zo: lijd verdrukkingen als een goed soldaat.


Een tweede beeld. Wanneer een vrouw trouwt, wil ze een echte man, een man op wie ze kan rekenen, die haar beschermt. Na God is hij alles voor haar. Zo is de prediker ook een beschermer van de kudde. Als er wolven komen, jaagt hij ze weg.


Paulus waarschuwt de oudsten dat er na zijn vertrek zware wolven zullen binnenkomen, en Jezus Christus onderscheidt de goede herder van de huurling, die op de vlucht slaat als de wolf komt.


“Zo hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen.” Handelingen 20:28-29


“Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen. Maar de huurling, en die geen herder is, wien de schapen niet eigen zijn, ziet den wolf komen, en verlaat de schapen, en vliedt; en de wolf grijpt ze, en verstrooit de schapen. En de huurling vliedt, overmits hij een huurling is, en heeft geen zorg voor de schapen.”

Johannes 10:11-13


Dus is de vraag aan elke prediker: wat ben jij, een muis of een wolf? Wij doen niet aan kerkje spelen. En omdat God niet met Zijn volk speelt, stuurt Hij een prediker om alarm te slaan. Een alarm trekt de aandacht, en niets trekt zoveel aandacht als het Woord van God.


Die taak komt rechtstreeks uit de Bijbel: God stelde Ezechiël aan als wachter over het huis van Israël. Als de wachter niet waarschuwt, wordt het bloed van de goddeloze van zijn hand geëist. Een wachter die zwijgt omdat hij de mensen niet wil storen, is geen vriend.


“Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen. Als Ik tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven, en gij waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om den goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat gij hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. Doch als gij den goddeloze waarschuwt, en hij zich van zijn goddeloosheid en van zijn goddelozen weg niet bekeert, hij zal in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd.”

Ezechiël 3:17-19


"Sekte": een etiket met een lange geschiedenis

Daarom doet de duivel zijn best om mensen te ontmoedigen: “Kijk er niet naar, luister er niet naar.” Wie met de Bijbel spreekt, krijgt altijd een etiket: hard, gemeen, slecht. Het bekendste etiket is dat van sekte.


Waarom krijgt een kerk als de onze dat etiket? Omdat wij geloven in één God. Omdat vrouwen bij ons niet preken. Omdat wij spreken tegen homoseksualiteit. Omdat wij zeggen dat je gedoopt moet worden in de naam van Jezus Christus. Omdat wij leren dat je de Heilige Geest moet ontvangen en in tongen moet spreken, zoals op de dag van Pinksteren. En omdat wij zeggen dat je moet volgen wat er in de Bijbel staat. En omdat dit krachtig wordt gebracht.


Let eens op wat de Bijbel zelf zegt. Op de dag van Pinksteren werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen. Het gebeurde ook bij Cornelius en zijn huis, en Jezus Christus beloofde het aan degenen die geloven.


“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” Handelingen 2:4


“Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden. En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zovelen als met Petrus gekomen waren, ontzetten zich, dat de gave des Heiligen Geestes ook op de heidenen uitgestort werd. Want zij hoorden hen spreken met vreemde talen, en God groot maken. Toen antwoordde Petrus:” Handelingen 10:44-46


“En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken,” Markus 16:17


Dat het etiket “sekte” bij christenen hoort, is niets nieuws. Paulus zei voor de rechter: ik dien de God van de vaderen naar de weg die zij sekte noemen. En de Joden in Rome zeiden: wat deze sekte betreft, die wordt overal tegengesproken. Jezus Christus zelf werd Beëlzebul genoemd, en Hij zei dat Zijn huisgenoten niet beter zullen worden behandeld.


“Maar dit beken ik u, dat ik naar dien weg, welken zij sekte noemen, den God der vaderen alzo diene, gelovende alles, wat in de wet en in de profeten geschreven is;”

Handelingen 24:14


“Maar wij begeren wel van u te horen, wat gij gevoelt; want wat deze sekte aangaat, ons is bekend, dat zij overal tegengesproken wordt.” Handelingen 28:22


“Het zij den discipel genoeg, dat hij worde gelijk zijn meester, en de dienstknecht gelijk zijn heer. Indien zij den Heere des huizes Beelzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten!” Mattheüs 10:25


In Nederland heeft het woord sekte een zware lading. Daarom is het eerlijk om de enige vraag te stellen die telt: komt er iemand met een eigen mening of staat er wat er geschreven staat? Jezus Christus zei dat we gelukkig zijn wanneer de mensen ons smaden en kwaad van ons spreken om Zijn naam. En Hij waarschuwde: wee u, wanneer alle mensen goed over u spreken. De wereld haat degene die niet van de wereld is, en wie Hem vervolgde, vervolgt ook ons.


“Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.” Mattheüs 5:11-12


“Wee u, wanneer al de mensen wel van u spreken, want hun vaders deden desgelijks den valsen profeten.” Lukas 6:26


“Indien u de wereld haat, zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. Indien gij van de wereld waart, zo zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld. Gedenk des woords, dat Ik u gezegd heb: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.” Johannes 15:18-20


De kracht van rechte woorden

Er is een tekst die veel mensen nog nooit hebben gelezen. Wij verzinnen die niet. In het boek Job staat: “O, hoe krachtig zijn de rechte redenen! Maar wat bestraft het bestraffen, dat van ulieden is?”


“O, hoe krachtig zijn de rechte redenen! Maar wat bestraft het bestraffen, dat van ulieden is?” Job 6:25


Rechte woorden zijn krachtig. Wat wij prediken, prediken wij met de kracht van de hemel, want het is het Woord van God, en dat Woord is recht. Het is de kracht van de hemel die ons laat roepen naar de hele wereld: bekeer u, laat u dopen in de naam van Jezus Christus. Wie dat verwerpt, gaat voor eeuwig verloren.


Dat laatste is hard, maar het is wat Jezus Christus zelf zegt: de goddelozen gaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven.


“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.” Mattheüs 25:46


Is de stem van de Heer dan schuchter? Of onzeker? Nee, zijn stem is krachtig. Mensen vragen soms: “Hoe klinkt zijn stem zo?” Nee. Zij hebben de stem van God in de stem van een prediker nog nooit gehoord. Dat is wat jullie aandacht trekt, en wat sommigen boos maakt. Gelukkig maar, want wij brengen niets dan de pure Bijbel.


Pure Bijbel, zout in plaats van zoetsappige prediking

Wij voegen niets toe. Geen ketchup, geen mosterd, geen mayonaise. Gewoon de pure Bijbel. Denk aan een gezonde maaltijd uit de moestuin: je moet het geheel opeten. En je moet blijven kauwen tot het verteerd is en deel van je wordt. Zo is het ook met het Woord. Je kunt niet alleen de lekkere stukken uitzoeken.


Jeremia zegt: Uw woorden zijn gevonden en ik heb ze opgegeten, en ze zijn mij tot vreugde. In Openbaring krijgt Johannes een boekje en hij moet het opeten: in de mond zoet als honing, maar in de buik bitter. Zo gaat het met het Woord. En Jezus Christus zegt dat de mens leeft bij elk woord dat uit de mond van God uitgaat, niet bij een paar gekozen woorden. En er mag niets bij en er mag niets af.


“Als Uw woorden gevonden zijn, zo heb ik ze opgegeten, en Uw woord is mij geweest tot vreugde en tot blijdschap mijns harten; want ik ben naar Uw Naam genoemd, o HEERE, God der heirscharen!” Jeremia 15:16


“En ik ging henen tot den engel, zeggende tot hem: Geef mij dat boeksken. En hij zeide tot mij: Neem dat en eet het op; en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honig. En ik nam dat boeksken uit de hand des engels, en ik at dat op; en het was in mijn mond zoet als honig, en als ik het gegeten had, werd mijn buik bitter.”

Openbaring 10:9-10


“Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.” Mattheüs 4:4


“Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn. En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.” Openbaring 22:18-19


Het zout is goed, staat er in Markus. Maar als het zout smakeloos wordt, waarmee zult u het smakelijk maken?


“Het zout is goed; maar indien het zout onzout wordt, waarmede zult gij dat smakelijk maken? Hebt zout in uzelven, en houdt vrede onder elkander.” Markus 9:50


Wat zijn wij voor u, als wij geen zoute predikers zijn? Moge God u verlossen van die zoetsappige prediking en u brengen bij zout. De wereld is een suikerwereld, want die is zoet voor de mond. Maar God zet u aan de tafel met zout, en maakt van de prediker een zoute prediker die u Zijn goed gekruide waarheid brengt. Wij zijn geen zoetsappige predikers. Wij geloven in de Zoon van God, en dat maakt u vast, geworteld en gegrond in Gods eeuwige Woord.


Ook Paulus zegt dat ons spreken altijd vriendelijk mag zijn, maar met zout besprengd, zodat we weten wat we aan iedereen moeten antwoorden.


“Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk moet antwoorden.” Kolossenzen 4:6


Het opstandige volk

Nu is het goed om te kijken wat de mensen eigenlijk willen. Lees Jesaja 30. Het gaat over een wederspannig volk. Dat is de wereld, tot en met de regeringsgebouwen, en politici aan alle kanten. En wanneer het over God gaat, ontstaat opstand: bij predikers, bij kerkmensen, overal.


“Want het is een wederspannig volk; het zijn leugenachtige kinderen; kinderen, die des HEEREN wet niet horen willen.” Jesaja 30:9


Je merkt het in je eigen familie. Praat met hen over God, en je krijgt ruzie. Praat met hen over auto’s of kleding, en ze lopen met je mee. Maar begin over Jezus Christus en ze zeggen: “Daar wil ik niets van horen,” en ze wuiven je weg. Mensen die roken en drinken tot ze nauwelijks meer kunnen lopen zijn nog nuchter genoeg om God te vervloeken. Ze zeggen dat God niets voor hen heeft gedaan. Sommigen kijken elke keer naar de boodschap en zeggen dan: er is geen God, jouw God is niet echt.


Stel dat iemand een muntstuk omhoog houdt en zegt: dit is mijn god, er is geen macht hoger dan de sterkste mens. Dan is het antwoord eenvoudig: wie is sterker dan de sterkste mens? God zelf. Er is geen macht die zich met Hem meten kan. Hij heeft de aarde gemaakt door Zijn kracht, de wereld bereid door Zijn wijsheid en de hemel uitgebreid door Zijn verstand.


“Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.” Jeremia 10:12


Bij wie zult u Mij vergelijken, vraagt Hij zelf. En over wie zegt dat er geen God is, zegt de psalm dat hij een dwaas is.


“Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige. Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist.” Jesaja 40:25-26


“Een psalm van David, voor den opperzangmeester. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk met hun werk; er is niemand, die goed doet.” Psalmen 14:1


Dit zijn leugenachtige kinderen, kinderen die de wet van de Heer niet horen willen. Zij hebben het oor weggedraaid. Waarom? Omdat de wet van de Heer tegen ons vlees ingaat.


Dat zegt de Bijbel zelf: het bedenken van het vlees is vijandschap tegen God, want het onderwerpt zich niet aan de wet van God.


“Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.” Romeinen 8:7


Dus ja, de Bijbel is tegen mij. Maar ik wil niet tegen de Bijbel zijn. Laat de Bijbel tegen mij zijn en mij maken tot wat God wil. Ben ik tegen de Bijbel, dan houdt dat mij tegen om te worden wat God wil. Wees tegen alles wat je maar wilt, behalve tegen de Bijbel. Laat de Bijbel tegen je manier van denken zijn, tegen je gevoel, tegen hoe je eruitziet en tegen hoe je bent. Maar wees nooit tegen de Bijbel.


God is hier niet om de mens te accepteren zoals hij in zijn slechtheid is. Hij heeft de mens gemaakt naar Zijn beeld, en Zijn Woord is er om de mens te veranderen zodat hij de eigenschappen van de Allerhoogste aanneemt.


Dat is het hele doel: wij worden naar het beeld van Zijn Zoon veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, en God gebiedt nu alle mensen overal zich te bekeren.


“Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.” Romeinen 8:29


“En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.” 2 Korinthe 3:18


“God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren.” Handelingen 17:30


Mannen en vrouwen, zichtbaar en herkenbaar

Let op wat het volk tegen de zieners zegt: zie niet. De ziener is de prediker met het toezicht. En tegen de profeten: profeteer ons niet wat recht is, spreek tot ons zachte dingen.


“Die daar zeggen tot de zieners: Ziet niet; en tot de schouwers: Schouwt ons niet, wat recht is; spreekt tot ons zachte dingen, schouwt ons bedriegerijen.” Jesaja 30:10


Het is een bekende lijst. Zeg ons niet dat we van die tweede partner af moeten. Zeg ons niet dat we niet kunnen samenwonen zonder getrouwd te zijn. Zeg ons niet dat onze rokken langer moeten. Zeg ons niet dat we geen diep decolleté mogen dragen. Zeg ons niet dat we ons sieraden moeten afdoen, of dat een man geen te strakke kleding hoort te dragen. Spreek tot ons zachte dingen.


Wat leert de Bijbel hier? Het kleed van een man mag niet op een vrouw zijn, en een vrouw hoort geen mannenkleed te dragen. Paulus laat zien dat de natuur zelf leert dat lang haar bij een man een oneer is, maar bij een vrouw een eer. En de vrouwen worden opgeroepen zich niet te versieren met vlechten, goud of kostbare kleding, maar met goede werken en een zachtmoedige geest.


“Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel.”

Deuteronomium 22:5


“Of leert u ook de natuur zelve niet, dat zo een man lang haar draagt, het hem een oneer is? Maar zo een vrouw lang haar draagt, dat het haar een eer is; omdat het lange haar voor een deksel haar is gegeven?” 1 Korinthe 11:14-15


“Desgelijks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen des haars, of goud, of paarlen, of kostelijke kleding; Maar (hetwelk de vrouwen betaamt, die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.” 1 Timotheüs 2:9-10


“Welker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is, bestaande in het vlechten des haars, en omhangen van goud, of van klederen aan te trekken; Maar de verborgen mens des harten, in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God.” 1 Petrus 3:3-4


En toen Jakob zijn huis wilde reinigen, liet hij allen de vreemde goden afdoen, samen met de oorringen die zij droegen. Zo maakte hij zich klaar om God te dienen.


“Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen; En laat ons ons opmaken, en optrekken naar Beth-El; en ik zal daar een altaar maken dien God, Die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid, en met mij geweest is op den weg, die ik gewandeld heb. Toen gaven zij Jakob al die vreemde goden, die in hun hand waren, en de oorsierselen, die aan hun oren waren, en Jakob verborg ze onder den eikeboom, die bij Sichem is.” Genesis 35:2-4


Satan is als de lucht: hij komt uit alle richtingen. Een van de grootste dingen die hij de mensheid heeft aangedaan is dat hij het mannelijke van de man heeft weggenomen en op de vrouw gelegd, en het vrouwelijke van de vrouw op de man. Mannen worden steeds vrouwelijker en vrouwen steeds mannelijker. Als een man en een vrouw naast elkaar lopen, moet je het verschil kunnen zien.


De Bijbel noemt hem de overste van de macht der lucht, de geest die werkt in de kinderen van de ongehoorzaamheid. Daarom spreken wij erover, niet uit haat, maar uit liefde. Wij willen niet dat iemand wordt meegesleept.


“In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid;”

Efeze 2:2


In het apocriefe boek Jezus Sirach (hoofdstuk 19, vers 29-30) staat dat je een man kunt kennen aan zijn uiterlijk, en wie verstandig is, aan zijn gezicht. Zijn kleding, zijn manier van lachen en zijn manier van lopen laten zien wat hij is. Misschien zegt iemand: ik herken dat boek niet. Maar de Bijbel heeft jouw erkenning niet nodig. Het Woord van God is waar van Genesis 1:1 tot het laatste vers van Openbaring.


Let wel: veel kerken rekenen dit boek niet tot de Bijbel. Daarom staat het standpunt niet of valt niet met dit ene boek. Het staat al in Deuteronomium 22:5 en in 1 Korinthe 11, zoals hierboven.


Mannelijkheid hoort niet alleen in je karakter te zitten, maar ook in je uiterlijk, en vrouwelijkheid ook. Een vrouw die een roze jurk draagt, is prachtig. Maar een man in een volledig roze of lila pak is een stap te ver. Een man mag best een lila stropdas dragen, maar niet een geheel lila pak met lila schoenen en lila sokken. Dat is te veel. En laat een man ook zijn knotje of lange haren niet verbergen achter “het is mijn stijl”. Er staat dat een man herkend wordt aan zijn uiterlijk.


Dat is een standpunt van onze kerkgemeente, en het hoort bij wat we met Deuteronomium en Korinthe bedoelen. Het gaat niet om kleuren op zichzelf. Het gaat erom dat een man herkenbaar man is en een vrouw herkenbaar vrouw, zoals God het schiep.


Een voorbeeld. Stel dat de prediker op de preekstoel verscheen met een damestas aan zijn arm. Zou dat passen? Mensen zouden meteen denken: wat is dit? En als iemand zou zeggen: “hij is gewoon nederig,” dan klopt dat niet. Het heeft niets met nederigheid te maken.


Dat blijkt ook uit het feit dat de Bijbel altijd man en vrouw naast elkaar noemt, apart van elkaar, zoals God ze gemaakt heeft.


Dit is waar het om gaat: wij zijn gemaakt naar het beeld van God, en we mogen dat zonder schaamte uitdragen. Het maakt niet uit of je er nog mee worstelt. Wij zullen het toch blijven zeggen.


Wie betaalt, bepaalt

Nu naar een lastiger punt. Predikers worden vaak beheerst door hun kerkgemeente, en dat gaat via het geld. Zodra je iets zegt wat mensen niet bevalt, kun je het schudden. De prediker begint dan te letten op de bedragen op de bankrekening en wordt een mensenbehager. Maar God heeft geen prediker gestuurd om mensen te behagen. Hij is gestuurd om het volk te leren, te onderwijzen en recht te leiden met Gods eeuwige Woord.


Bij ons zegt men: wie betaalt, bepaalt. Dat is precies wat de profeet Jeremia beschrijft: de profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen, en Mijn volk heeft het gaarne alzo. Petrus zegt het tegenovergestelde: weid de kudde niet om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed. Over de herders die alleen aan hun gewin denken zegt Jesaja dat ze stomme honden zijn die niet kunnen blaffen.


“Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land. De profeten profeteren valselijk, en de priesters heersen door hun handen; en Mijn volk heeft het gaarne alzo; maar wat zult gij ten einde van dien maken?” Jeremia 5:30-31


“Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.”

1 Petrus 5:2-3


“Hun wachters zijn allen blind, zij weten niet; zij allen zijn stomme honden, zij kunnen niet bassen; zij zijn slaperig, zij liggen neder, zij hebben het sluimeren lief. En deze honden zijn sterk van begeerte, zij kunnen niet verzadigd worden, ja, het zijn herders, die niet verstaan kunnen; zij allen keren zich naar hun weg, elkeen naar zijn gewin, elk uit zijn einde.”

Jesaja 56:10-11


En Paulus zegt over valse leraren: die men de mond moet stoppen, omdat zij gehele huizen verkeren, lerende wat niet behoort, om vuil gewin.


“Welken men moet den mond stoppen, die gehele huizen verkeren, lerende wat niet behoort, om vuil gewins wil.” Titus 1:11


Daarom is er vaak niemand die echt zegt wat er gezegd moet worden. Een prediker die zich laat kopen, is een huurling. Daarom moet God de prediker maken, want dan is hij niet te huur. Als de leider schuchter is, volgt de gemeente hem, want de Bijbel zegt: gelijk het volk, alzo zal de priester zijn. Wie een bange leider heeft, krijgt een bange gemeente, die schrikt zodra de waarheid wordt gezegd.


“Daarom, gelijk het volk, alzo zal de priester zijn; en Ik zal zijn wegen over hem bezoeken, en zijn handelingen hem vergelden.” Hosea 4:9


Soms spreken mensen die wij in hun geloof niet volgen toch openhartiger dan veel predikers. Dat zou ons te denken moeten geven. Zij voelen dat een eerlijk woord meer waard is dan een mooi woord.


Want wie een mens bestraft, vindt achteraf meer gunst dan wie met de tong vleit.

“Die een mens bestraft, zal achterna gunst vinden, meer dan die met de tong vleit.” Spreuken 28:23


Gladde preken, gladde opvoeding

Wat doet een gladde prediking met een kerkgemeente? Het is net als een huis zonder discipline, zonder regels, zonder structuur en zonder orde. Je kunt aan de kinderen zien dat ze zo zijn opgegroeid: ongetemd, respectloos. Op hun derde, vierde en vijfde al. Veel kinderen nemen hun eerste sigaret thuis, hun eerste glas drank thuis, en worden op een verkeerde manier thuis aan de volwassen wereld blootgesteld. Zo ver is de wereld verdorven.


De Bijbel zegt het eenvoudig: een kind dat aan zichzelf is overgelaten, beschaamt zijn moeder. Wie zijn roede inhoudt, haat zijn zoon, maar wie hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging. En: leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg, en als hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken. Maar vaders moeten hun kinderen niet tot toorn verwekken, maar ze opvoeden in de lering en vermaning van de Heer.


“De roede, en de bestraffing geeft wijsheid; maar een kind, dat aan zichzelf gelaten is, beschaamt zijn moeder.” Spreuken 29:15


“Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging.” Spreuken 13:24


“Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.” Spreuken 22:6


“En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.” Efeze 6:4


Zo ook in een kerkgemeente: laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden. Orde is niet het tegenovergestelde van liefde. Het is er een uiting van.


“Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.” 1 Korinthe 14:40


Daarom zeggen sommigen: “Er zijn dingen die u beter niet kunt zeggen.” Waarom bent u zo bang voor de waarheid? Er zijn niet veel mensen die de waarheid zonder filter durven zeggen.


Maar God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht, van liefde en van gematigdheid. En tegen Titus zegt Paulus: spreek dit, vermaan en bestraf met alle ernst, en laat niemand u verachten.


“Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht, en der liefde, en der gematigdheid.” 2 Timotheüs 1:7


“Spreek dit, en vermaan, en bestraf met allen ernst. Dat niemand u verachte.”

Titus 2:15


Houd vast aan de leer

Er zijn predikers die iemand uitnodigen om te komen spreken, met de woorden: “Spreek vooral niet over leerstelling.” Dan is het antwoord: dan wil je mij er niet bij hebben. Want wat is de Bijbel zonder leerstelling? Leerstelling zijn de regels en voorschriften die Gods volk beheersen en ons bij Hem houden. Een kerk zonder Bijbelse leer is geen kerk, maar een feestzaal.


De eerste kerkgemeente begreep dat: zij waren volhardende in de leer der apostelen, in de gemeenschap, in de breking van het brood en in de gebeden.


“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.” Handelingen 2:42


Lees het ook in 1 Timotheüs: “Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen.”


“Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen.” 1 Timotheüs 4:16


Let op de volgorde: eerst op jezelf letten, en dan op de leer. Alles aan onszelf moeten we door de bril van de leer bekijken. Voldoen we daar nog niet aan, dan hoeven we niet te klagen, maar moeten we er naartoe groeien. Wat we zingen, hoe we eruitzien, hoe we ons gedragen, wat we zeggen en wat we online uitzenden: alles moet volgens de leer zijn. En wie dat doet, redt zichzelf en wie naar hem luistert.


Paulus zegt hetzelfde aan Titus: spreek hetgeen der gezonde leer betaamt.


“Doch gij, spreek hetgeen der gezonde leer betaamt.” Titus 2:1


Dat is het wat kerken zijn kwijtgeraakt. Zij hebben de leer van de apostelen buiten de deur gezet en nu geldt de leer van de predikers. En als de regels van een kerkelijke organisatie in strijd zijn met de leer uit de Bijbel, gooi dan de regels weg en neem de leer als richtlijn voor Gods volk.


Jezus Christus zei het ook tegen de schriftgeleerden: tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen die geboden van mensen zijn. En Petrus en de apostelen antwoordden: men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen.


“Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen; Want, nalatende het gebod Gods, houdt gij de inzettingen der mensen, als namelijk wassingen der kannen en drinkbekers; en andere dergelijke dingen doet gij vele. En Hij zeide tot hen: Gij doet zeker Gods gebod wel te niet, opdat gij uw inzettingen zoudt onderhouden.” Markus 7:7-9


“Maar Petrus en de apostelen antwoordden, en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan den mensen.” Handelingen 5:29


Jezus Christus heeft gezegd dat Hij Zijn gemeente zal bouwen. Dan zijn het ook Zijn regels, Zijn leer, Zijn maatstaf, Zijn wet. Maar dat willen niet alle mensen. Wie wil nou honderd procent Bijbels zijn? Velen zijn tevreden met naar de kerk gaan, met een Bijbel in de hand. Maar een Bijbel dragen is niet hetzelfde als hem geloven. Je moet geloven van Genesis 1:1 tot het laatste vers van Openbaring. Alles.


“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” Mattheüs 16:18


“En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende.” Jakobus 1:22


“En wat noemt gij Mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg?” Lukas 6:46


In het apocriefe boek Jezus Sirach (hoofdstuk 21, vers 19) staat dat leer voor een dwaas is als boeien aan de voeten. Zo ervaart de oude mens het: de leer houdt hem vast en hij wil los. Maar dat is precies de bedoeling. God wil de oude mens aan de ketting leggen en een nieuw schepsel van je maken.


Paulus zegt: leg de oude mens af, laat je vernieuwen in de geest van je gemoed en doe de nieuwe mens aan. En als iemand in Christus is, is hij een nieuw schepsel.


“Te weten dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding; En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds, En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.” Efeze 4:22-24


“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” 2 Korinthe 5:17


"Raak het aan en claim het"

Terug naar Jesaja 30:10: “Spreekt tot ons zachte dingen.” Dat is wat bijna alle predikers doen. Ze zeggen: God heeft een wonder met jouw naam erop. Pak dat huis en claim het. Pak die auto en claim hem. Hebt u gemerkt dat zulke kerken je nooit tot rekenschap roepen? Elke profetie draait om welvaart. Geen enkele gaat over: maak jezelf recht, de Heer komt, zet je huis op orde. Alles draait om bezit. Een nieuw huis? Claim het. Een nieuwe auto? Claim het. Vandaag is jouw wonder, vandaag is jouw dag, steeds opnieuw.


Maar de Bijbel zegt het anders. Wie rijk wil worden, valt in verzoeking en in de strik. De geldzucht is een wortel van alle kwaad. Het leven bestaat niet uit de overvloed van iemands bezit. We moeten geen schatten op aarde verzamelen, maar eerst het Koninkrijk van God zoeken, en we moeten onszelf verloochenen en het kruis opnemen. De Heer komt op een uur dat wij het niet verwachten. Wie een kerk volgt waar alles om bezit draait, heeft de buik als God, zegt Paulus.


“Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben, en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin zij. Wijk af van dezulken. Doch de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging. Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen. Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn. Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en in den strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang. Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken.”

1 Timotheüs 6:5-10


“En Hij zeide tot hen: Ziet toe en wacht u van de gierigheid; want het is niet in den overvloed gelegen, dat iemand leeft uit zijn goederen.” Lukas 12:15


“Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen; Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.” Mattheüs 6:19-21


“Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.” Mattheüs 6:33


“Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij. Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.” Mattheüs 16:24-25


“Gij dan, zijt ook bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.” Lukas 12:40


“Want velen wandelen anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb, en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn; Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid is in hun schande, dewelken aardse dingen bedenken.” Filippenzen 3:18-19


Ik hoorde iemand eens zeggen: “Ik heb je nog niets bemoedigends horen zeggen in je prediking.” Maar er is niets bemoedigender dan loskomen van de zonde. Waarom je dat niet bemoedigend vindt? Omdat je het oude leven liefhebt. Jezus Christus noemt dat zelf: de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht. Het is onze taak om dat te bestrijden, en we doen dat met de Bijbel.


Wie door de Zoon vrijgemaakt wordt, is werkelijk vrij. Dat is het meest bemoedigende dat er bestaat.


“En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.” Johannes 3:19


“Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn.” Johannes 8:36


Vertel ons leugens

Er staat meer in Jesaja 30:10: “schouwt ons bedriegerijen.” Het volk wil zelfs bedrogen worden. Je weet dat er iets mis is met je wanneer je gelogen wilt worden. Je wilt voor de gek gehouden worden. Er zijn mensen die zo vaak liegen dat ze hun eigen leugens gaan geloven.


De Bijbel zegt dat dit gevolgen heeft: omdat zij de liefde der waarheid niet hebben aangenomen, zendt God hun een kracht der dwaling, zodat zij de leugen geloven. En over de valse profeten zegt Jeremia: ze genezen de breuk van mijn volk op het lichtste, zeggende: vrede, vrede, terwijl er geen vrede is.


“En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden. En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.” 2 Thessalonicenzen 2:10-12


“Want van hun kleinste aan tot hun grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid, en van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid. En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.” Jeremia 6:13-14


Ga uit de weg

Vervolgens zegt het volk: “Wijkt af van den weg, maakt u van de baan; laat den Heilige Israëls van ons ophouden!”


“Wijkt af van den weg, maakt u van de baan; laat den Heilige Israels van ons ophouden!” Jesaja 30:11


Wie wordt hier eigenlijk uit de weg gewenst? Jezus Christus, want Jezus Christus zei: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Het volk zegt: houd de Bijbel niet voor onze neus. Laat ons ook eens feesten in de kerk. Een kerkdienst in de grote zaal, en daarna een feest in de zaal ernaast.


Maar Jezus Christus is de Weg, en Jesaja spreekt over een heilige weg, waar de onreine niet doorheen gaat. Zonder heiliging zal niemand de Heer zien. De Heer vraagt: wordt heilig, want Ik ben heilig.


“Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.” Johannes 14:6


“En aldaar zal een verheven baan en een weg zijn, welke de heilige weg zal genaamd worden; de onreine zal er niet doorgaan, maar hij zal voor deze zijn; die dezen weg wandelt, zelfs de dwazen zullen niet dwalen.” Jesaja 35:8


“Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal;” Hebreën 12:14


“Maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gijzelven heilig in al uw wandel; Daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik ben heilig.” 1 Petrus 1:15-16


Daarom is het goed om het woord “feest” niet te gebruiken als je een verjaardag viert. Zodra een zondaar het woord “feest” hoort van iemand die christen is, heeft hij een bepaald beeld bij wat dat betekent. Zeg liever: een verjaardagsbijeenkomst, een etentje of een brunch.


Dat past bij wat de Bijbel zegt over brasserijen en dronkenschappen: wie zulke dingen doet, zal het Koninkrijk van God niet beërven. Laat ons als in de dag eerlijk wandelen.


“De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid, Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen, Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beerven.” Galaten 5:19-21


“Laat ons, als in den dag, eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid;” Romeinen 13:13


Het volk wil ook dat de kerk veranderd wordt in een concertzaal. Je betaalt mensen om te zingen, en kijk naar die zogenaamd christelijke zangers: veel van hen vermaken vooral. Het draait niet om de eer van God. En het wordt steeds gekker. Zelfs volwassen mannen die uitdagend dansen op een podium en dat “voor Jezus Christus” noemen. En toch wil men zich christen blijven noemen. Men wil de heilige leer verouderd en overbodig noemen en laten verdwijnen. Maar wij blijven erbij.


Er is een bekend excuus: “David danste toch ook voor de Heer?” Dat klopt, David huppelde met alle macht voor het aangezicht van de Heer. Maar dat deed hij in vreugde en niet als show. De Heer zegt tegelijk door Amos dat Hij het getier van liederen niet wil horen als gerechtigheid ontbreekt. En God is Geest, en wie Hem aanbidt, moet dat doen in geest en waarheid. De Bijbel noemt als gewone vorm psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Dat zijn geen tegenstrijdigheden: vreugde ja, maar nooit in plaats van heiligheid.


“En David huppelde met alle macht voor het aangezicht des HEEREN; en David was omgord met een linnen lijfrok.” 2 Samuël 6:14


“Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uw luiten spel niet horen. Maar laat het oordeel zich daarhenen wenden als de wateren, en de gerechtigheid als een sterke beek.” Amos 5:23-24


“God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.” Johannes 4:24


“Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart;” Efeze 5:19


Elke generatie wordt erger

Kijk naar de jongere generaties, mensen van twintig, dertig of veertig jaar. Vooral wie nog wil trouwen en kinderen wil krijgen: in wat voor wereld ga je ze opvoeden? Wie al kinderen heeft, ziet de waanzin waaraan zij worden blootgesteld, en dat was vroeger niet zo. En toen onze ouders opgroeiden, was dat weer anders dan bij hen. Elke generatie wordt erger. De Bijbel zegt: boze mensen en bedriegers zullen tot erger voortgaan, verleidende en wordende verleid.


“Doch de boze mensen en bedriegers zullen tot erger voortgaan, verleidende en wordende verleid.” 2 Timotheüs 3:13


Dat past bij wat Paulus schrijft over de laatste dagen: mensen zijn liefhebbers van zichzelf, meer liefhebbers der wellusten dan van God, met een vorm van godsvrucht maar zonder de kracht ervan. En Jezus Christus zegt dat door de toename van de ongerechtigheid de liefde van velen zal verkouden.


“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelven, geldgierig, laatdunkend, hovaardig, lasteraars, den ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig. Zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, achterklappers, onmatig, wreed, zonder liefde tot de goeden, Verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods; Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben. Heb ook een afkeer van dezen.” 2 Timotheüs 3:1-5


“En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden.” Mattheüs 24:12


Deze wereld wordt niet beter. Daarom houden wij van standvastigheid: stevig, stabiel, niet wispelturig. Wij hoeven niet een uur na te denken om iets te beslissen. We weten wat we willen en wat we niet willen. We willen niet naar de hel, daar hoeven we niet over na te denken.


Zo spreekt ook de Bijbel: laat uw woord ja, ja zijn en nee, nee. Een dubbelhartig man is onstandvastig in al zijn wegen. Elia vroeg het volk: hoe lang hinkt u op twee gedachten? En Jozua zei: kies heden wie u dienen zult.


“Maar laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen; wat boven deze is, dat is uit den boze.” Mattheüs 5:37


“Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen.” Jakobus 1:8


“Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.” 1 Koningen 18:21


“Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!” Jozua 24:15


Honderd procent, geen negenennegentig en een half

Een voorbeeld uit een gesprek. Stel dat God je alles zou geven wat een mens maar kan wensen, en je hoeft je hart voor geen enkele vreugde in te houden. Er is maar één eis: je moet één week lang heilig en gereinigd leven. Geen zonde in je gedachten, in je dromen, in je verbeelding, in welke vorm ook. Als je het één keer doet in die week, ga je naar de hel. En de rest van het jaar mag je leven als de duivel. Wat zou je kiezen? Iemand antwoordde eerlijk: ik ga naar de hel, want ik denk niet dat ik het een week volhoud. Zijn argument: als ik het hele jaar kan oefenen in het kwade, is mijn lichaam daaraan gewend, dus dan lukt die ene week niet.


Hier leren we twee dingen. Het eerste: de zonde went. Zonde die je blijft doen, wordt een gewoonte. Het tweede: God neemt geen genoegen met negenennegentig en een half procent. Honderd is het doel.


Paulus vraagt: zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Dat zij verre. En Jakobus zegt: wie de hele wet houdt en op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alles. Jezus Christus zegt: hebt de Heer lief met geheel uw hart. En de gemeente in Laodicea die lauw was, zou Hij uit Zijn mond spuwen.


“Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Dat zij verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven?” Romeinen 6:1-2


“Want wie de gehele wet zal houden, en in een zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.” Jakobus 2:10


“En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.” Mattheüs 22:37


“Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.” Openbaring 3:15-16


Denk aan een stel dat zegt: “Jij brengt vijftig procent in en ik vijftig procent.” Vijftig procent is veel te laag. Als ik alles in het huwelijk breng, waarom zou jij dat dan niet doen? Wie alles inbrengt, verwacht dat de ander dat ook doet. Het enige wat daar niet bij hoort is wat God wil, en dat is ons hele hart. Al ons hart is voor God, en de rest mogen we geven aan elkaar. Daar valt niet over te onderhandelen.


Zo staat het ook in de Bijbel: mijn zoon, geef mij uw hart. In een huwelijk worden twee mensen één vlees, en de man moet zijn vrouw liefhebben zoals Christus de gemeente liefhad. Dat is geen halve inzet.


“Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.” Spreuken 23:26


“Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot een vlees zijn.” Genesis 2:24


“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;” Efeze 5:25


Jeukende oren: de waarheid zonder filter

Het Nieuwe Testament zegt het zo: jeukende oren. Mensen vertellen je wat je graag wilt horen. Dat geeft een prikkeling in je oren die je gevoel in vuur en vlam zet. Maar wat hij zegt, meent hij niet, en wat zij zegt, meent ze niet. Het zijn trucjes om je te bedriegen. Zo doen sommige mannen tegenover vrouwen en sommige vrouwen tegenover mannen.


Luister naar Timotheüs: “Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; en zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen.”


“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen.” 2 Timotheüs 4:3-4


Die tijd is nu. Mensen houden van leugens. Ze willen dat je zegt dat ze mooi zijn terwijl ze dat niet zijn. Ze willen dat je zegt dat ze alles zijn wat je wilt.


Wie zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor zijn gangen. Een gladde mond maakt val.


“Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen.” Spreuken 29:5


“Een valse tong haat degenen, die zij verbrijzelt; en een gladde mond maakt omstoting.” Spreuken 26:28


Zeg dan de waarheid, ook al ben je getrouwd. Als iemand stoutmoedig genoeg is om je de vraag te stellen, wees dan stoutmoedig genoeg om eerlijk te antwoorden. Misschien was hij precies wat je wilde toen je negentien of twintig was. Je bent nu dertig, je bent gegroeid en je weet beter wat je wilt. Als hij vraagt: “Ben ik nog wat jij wilt?” en het antwoord is nee, zeg dan nee. En andersom ook. “Ik denk het wel” is geen antwoord.


Vraag je “Staat dit pak mooi?” en het antwoord is nee, dan is het nee. Vraag je “Staat deze jurk mooi?” en het is een nee, dan is dat het. Is je nieuwe kapsel mooi? Ja. Zijn je schoenen mooi? Ja. Wees eerlijk, aan alle kanten.


Want hier maken wij de fout: we stellen een vraag, maar we zijn op zoek naar het antwoord dat we willen horen. Doe dat niet. Zoek de waarheid. Wie een eerlijk antwoord wil, hoeft niet bang te zijn voor de vraag. Wij zeggen wel eens: u wilt het antwoord niet weten, dus stel de vraag maar niet. We zullen niet onbeleefd zijn, maar we zeggen de waarheid, zonder filter.


De Bijbel zegt: men zal de lippen kussen desgenen die rechte woorden antwoordt. En Paulus zegt dat we de waarheid moeten betrachten in liefde. Dat is het evenwicht: niet liegen om lief te zijn, maar ook niet hard zijn om hard te zijn.


“Men zal de lippen kussen desgenen, die rechte woorden antwoordt.” Spreuken 24:26


“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus;” Efeze 4:15


Wie zijn oren afwendt van de waarheid, belandt bij fabels. Wie wil er nu zijn hele leven sprookjes horen?


Toets alles

Wie dit leest en denkt: dat gaat mij te ver, is welkom om te reageren. Wij vragen niemand om ons blind te geloven. Wij vragen slechts om te onderzoeken wat er geschreven staat.


Beproef alle dingen, behoud het goede. De Waarheid Gods nodigt u uit om dat te doen, kosteloos, met de Bijbel op tafel.


“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” 1 Thessalonicenzen 5:21

 
 
 

Opmerkingen


Anker 1
bottom of page