Wanneer waarheid plaatsmaakt voor gemak.
Een ernstige Bijbelse waarschuwing aan iedereen die Gods Woord serieus wil nemen
De Bijbel leert ons dat het niet genoeg is om over God te spreken. Het gaat erom dat wij spreken wat God heeft gezegd. Er is een groot verschil tussen een eigen gedachte, een gevoel, een vermoeden en het Woord van God.
Wanneer iemand zegt: "God heeft gezegd…", wordt daarmee een zeer zware verantwoordelijkheid genomen. Wie Gods Naam gebruikt om zijn eigen mening kracht bij te zetten, doet iets wat volgens de Schrift zeer ernstig is.
Daarom moeten wij leren om niet alles wat religieus klinkt zomaar te geloven. Niet iedere uitspraak die met Gods Naam wordt uitgesproken, komt van God. Niet iedere profetie is een profetie van God. Niet iedereen die zich geestelijk voordoet, spreekt daarom automatisch de waarheid.
De Bijbel geeft ons een eenvoudige maar krachtige regel:
“Beproeft de geesten, of zij uit God zijn.” 1 Johannes 4:1
Het gaat dus niet om wie iets zegt, hoe overtuigend iemand spreekt, hoeveel mensen luisteren of hoeveel indruk een boodschap maakt. De vraag moet zijn:
Komt dit overeen met het Woord van God?
God is geen speelgoed
Er bestaat een gevaarlijke houding waarbij mensen heel gemakkelijk zeggen dat God iets heeft gezegd, terwijl daar geen Bijbelse grond voor bestaat.
Soms wordt een gevoel onmiddellijk een openbaring genoemd. Een gedachte wordt een boodschap van God. Een droom wordt een profetie. Een persoonlijke verwachting wordt voorgesteld alsof God die heeft uitgesproken.
Maar de Bijbel waarschuwt hiervoor.
Spreuken 6:16-19 noemt verschillende dingen die God haat. Daaronder staan een trotse blik, een leugenachtige tong, een hart dat verkeerde plannen bedenkt, voeten die naar het kwaad snellen en een valse getuige die leugens spreekt.
Dat betekent dat waarheid voor God geen klein onderwerp is.
Wie liegt tegen een mens, liegt tegen een mens. Maar wie zijn eigen woorden aan God toeschrijft, maakt de zaak nog ernstiger, omdat hij daarmee Gods Naam gebruikt voor iets wat God niet heeft gezegd.
De Schrift zegt:
“Gij zult den Naam van den HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken.” Exodus 20:7
Daarom moet iedere gelovige voorzichtig zijn met uitspraken als:
“God heeft mij verteld dat…”
“De Heer heeft tegen mij gezegd dat…”
“God heeft laten zien dat…”
“Dit gaat zeker gebeuren, want God heeft het mij geopenbaard.”
Als God iets niet heeft gesproken, mag een mens het niet namens God spreken.
De Bijbel waarschuwt daar uitdrukkelijk voor in Deuteronomium 18:20-22. Een profeet die spreekt namens God zonder dat God hem dat heeft opgedragen, spreekt volgens de Schrift aanmatigend. Ook wordt daar een toets gegeven waarmee men kan onderscheiden of iets werkelijk van God komt.
Een eenvoudige toepassing voor vandaag: wanneer iemand zegt dat God iets heeft gezegd, hoeft een gelovige niet onmiddellijk onder de indruk te raken. Het is juist verstandig om de Bijbel erbij te pakken en te onderzoeken of die uitspraak werkelijk met Gods Woord overeenkomt. Handelingen 17:11 prijst de mensen die dagelijks onderzochten of hetgeen hun werd geleerd inderdaad overeenkwam met de Schrift.
"Ik voelde het gewoon" is geen Bijbelse toets
Een veelgehoord excuus is:
“Maar ik voelde het heel sterk.”
Een ander zegt:
“Ik had er gewoon een gevoel bij.”
Of:
“Ik wist het gewoon in mijn hart.”
Gevoelens kunnen echt zijn, maar gevoelens zijn niet hetzelfde als Gods Woord.
De Bijbel zegt:
“Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het.” Jeremia 17:9
Daarom kunnen wij onszelf niet als hoogste autoriteit gebruiken.
Een mens kan iets heel sterk voelen en toch verkeerd zitten.
Petrus dacht bijvoorbeeld dat hij nooit afstand van Jezus Christus zou nemen. Zijn overtuiging was op dat moment oprecht. Toch ontkende hij Jezus Christus later driemaal (Mattheüs 26:33-35, 69-75).
Het probleem was niet dat Petrus niet serieus was. Het probleem was dat zijn menselijke overtuiging niet overeenkwam met wat er werkelijk zou gebeuren.
Dit is belangrijk in een tijd waarin mensen gemakkelijk spreken over “wat God in mijn hart heeft gelegd”. Een gevoel kan aanleiding zijn om te bidden, te onderzoeken en voorzichtig te zijn, maar het mag niet automatisch de plaats van de Schrift innemen. Gods Woord moet de maatstaf blijven.
Een profetie moet worden getoetst
De Bijbel verbiedt ons niet om geestelijke zaken serieus te nemen. De Bijbel leert ons juist hoe wij ze moeten toetsen.
Jezus Christus zei:
“Wacht u voor de valse profeten.” Mattheüs 7:15
Hij zei niet dat valse profeten niet zouden bestaan.
Hij zei juist dat wij voor hen moeten oppassen.
Vervolgens gaf Jezus Christus de toets:
“Aan hun vruchten zult gij hen kennen.” Mattheüs 7:16
Dat is belangrijk.
Een persoon kan indrukwekkend spreken en toch verkeerd leven.
Een persoon kan veel Bijbelteksten kennen en toch bedriegen.
Een persoon kan grote geestelijke woorden gebruiken en toch verkeerde motieven hebben.
Een persoon kan zelfs bijzondere werken verrichten en toch niet werkelijk in gehoorzaamheid aan God leven.
Jezus Christus waarschuwde zelfs dat mensen op de dag van het oordeel zullen zeggen dat zij in Zijn Naam hebben geprofeteerd, duivelen hebben uitgeworpen en vele wonderen hebben gedaan. Toch zal Hij tegen sommigen zeggen:
“Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der ongerechtigheid.” Mattheüs 7:22-23
Dat is een buitengewoon ernstige waarschuwing.
Het betekent dat uiterlijke geestelijke activiteiten op zichzelf geen bewijs zijn dat iemand door God wordt geleid.
"Maar hij gebruikt zoveel Bijbelteksten"
Ook dit is een veelgebruikt argument:
“Maar hij gebruikt de Bijbel. Dus het moet wel goed zijn.”
Dat klinkt logisch, maar het is niet voldoende.
De duivel citeerde zelf de Schrift toen hij Jezus Christus verzocht (Mattheüs 4:1-11).
Het probleem is dus niet alleen óf iemand Bijbelteksten gebruikt.
De vraag is:
Gebruikt hij de Schrift op de juiste manier?
Wordt een tekst in zijn verband gelezen?
Wordt een gedeelte niet tegen een ander gedeelte uitgespeeld?
Wordt een tekst gebruikt om een eigen gedachte te bewijzen?
Wordt het hele getuigenis van de Schrift meegenomen?
Paulus schreef:
“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven hetgeen ik ook ontvangen heb.” 1 Korinthe 15:3
Daarna wijst hij steeds opnieuw naar de Schriften.
Christus stierf volgens de Schriften.
Hij werd begraven volgens de Schriften.
Hij stond op volgens de Schriften.
Het geloof van de gemeente stond dus niet op menselijke ideeën, maar op wat God had geopenbaard. Het mag niet de nadruk hebeen op: persoonlijke theorie, veronderstelling of mening, maar hetgeen overeenkomt met de Schrift.
Daarom is Bijbelkennis niet alleen het verzamelen van losse verzen. Bijbelkennis betekent ook leren begrijpen hoe teksten met elkaar samenhangen. Een vers mag niet worden gebruikt om een ander duidelijk Bijbels onderwijs weg te drukken. “Schrift met Schrift vergelijken” helpt ons om Gods Woord als één geheel te blijven zien. Zie hiervoor onder andere Jesaja 28:10 en 1 Korinthe 2:13.
"God kent mijn hart" is geen excuus om ongehoorzaam te blijven
Sommige mensen zeggen:
“God kent mijn hart.”
Dat is waar.
God kent het hart.
Maar die waarheid kan op twee manieren worden gebruikt.
De eerste manier is nederig:
“God kent mijn hart, daarom weet Hij ook dat ik moet veranderen.”
De tweede manier is als excuus:
“God kent mijn hart, dus Hij begrijpt wel waarom ik niet doe wat Zijn Woord zegt.”
Dat laatste is gevaarlijk.
Saul gebruikte ook excuses toen hij niet volledig deed wat God had bevolen. In 1 Samuël 15 wilde hij zijn ongehoorzaamheid rechtvaardigen met een religieuze reden. Maar Samuël antwoordde:
“Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer.” 1 Samuël 15:22
God kent het hart, maar dat betekent niet dat ongehoorzaamheid daardoor gehoorzaamheid wordt.
Een kind kan tegen zijn ouder zeggen: “Maar u weet toch dat ik van u houd?” Toch blijft een duidelijke opdracht een opdracht. Liefde wordt niet bewezen door woorden alleen, maar ook door gehoorzaamheid. Jezus Christus zei: “Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden” (Johannes 14:15).
"Niemand is perfect" betekent niet dat zonde goedgekeurd wordt
Een ander veelgebruikt excuus is:
“Niemand is perfect.”
Dat is op zichzelf waar.
Iedere mens heeft tekortkomingen.
Romeinen 3:23 zegt:
“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
Maar dit vers betekent niet dat wij onze zonden daarom maar moeten accepteren.
Genade is geen toestemming om in zonde te blijven leven.
Paulus stelt daarom de vraag:
“Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde?”
Zijn antwoord:
“Dat zij verre.” Romeinen 6:1-2
Dat is de juiste balans.
Wij redden onszelf niet door eigen werken.
Maar de genade van God is ook geen vrijbrief om bewust ongehoorzaam te blijven.
Genade is niet tevergeefs ontvangen
Een belangrijk gedeelte is 1 Korinthe 15:10:
“Maar door de genade Gods ben ik wat ik ben.”
Paulus geeft God alle eer voor de genade die hij ontvangen heeft.
Maar hij zegt vervolgens ook dat die genade niet tevergeefs was.
Dat is belangrijk.
Genade verandert niet alleen onze positie; genade moet ook zichtbaar worden in ons leven.
Paulus zegt dat hij arbeidde, maar erkent tegelijk dat het uiteindelijk Gods genade was die met hem werkte.
Gods genade mag niet als iets vanzelfsprekends worden behandeld.
Genade is te vergelijken met iemand die uit een diepe kuil wordt gehaald. Wie werkelijk beseft dat hij gered is, gaat niet bewust terug naar dezelfde kuil om er opnieuw in te springen. De redding is genade, maar de reactie op die genade hoort dankbaarheid, geloof en gehoorzaamheid te zijn. Titus 2:11-12 leert dat de genade van God ons juist leert om goddeloosheid en wereldse begeerten te verloochenen.
"Ik ben nu eenmaal zo" is geen Bijbelse eindconclusie
In de Nederlandse maatschappij horen we regelmatig:
“Zo ben ik nu eenmaal.”
“Ik kan er niets aan doen.”
“Iedereen doet het.”
“Dit hoort gewoon bij deze tijd.”
“God begrijpt dat wel.”
Maar het evangelie zegt dat mensen kunnen veranderen.
Zacheüs was een tollenaar die verkeerd met geld omging. Nadat hij Jezus Christus had ontmoet, veranderde zijn houding tegenover geld en onrecht (Lukas 19:1-10).
Paulus zelf had de gemeente vervolgd. Hij keek terug op zijn verleden en erkende hoe onwaardig hij was geweest om apostel genoemd te worden (1 Korinthe 15:9).
Toch eindigt zijn verhaal niet bij zijn verleden.
Hij zegt:
“Maar door de genade Gods ben ik wat ik ben.”
Dat is hoop.
Je verleden hoeft niet je toekomst te bepalen wanneer iemand zich tot God keert.
"Ik ben christen, dus het komt wel goed"
Ook dit is onvoldoende.
Jezus Christus waarschuwde:
“Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen; maar die daar doet den wil Mijns Vaders.” Mattheüs 7:21
Het gaat dus niet alleen om woorden.
Niet alleen om kerkbezoek.
Niet alleen om zingen.
Niet alleen om handen opsteken.
Niet alleen om “Heere, Heere” zeggen.
Het geloof moet zichtbaar worden in gehoorzaamheid.
Jakobus schrijft:
“Zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders.” Jakobus 1:22
De kerk mag niet zwijgen om mensen tevreden te houden
Een van de belangrijkste handelingen is het gevaar van het aanpassen van de boodschap om mensen niet kwijt te raken.
Wanneer een kerkgemeente bang wordt voor ledenverlies, geldverlies, kritiek of slechte reacties, ontstaat de verleiding om bepaalde onderwerpen niet meer te behandelen.
Maar Gods Woord mag niet worden aangepast aan de voorkeur van mensen.
Paulus schrijft:
“Want zoek ik nu de mensen te behagen, of God?” Galaten 1:10
En 2 Timotheüs 4:2 zegt:
“Predik het Woord; houd aan tijdiglijk, ontijdiglijk; wederleg, bestraf, vermaan, in alle lankmoedigheid en leer.”
De taak van een kerkgemeente is daarom niet om iedereen altijd een prettig gevoel te geven.
De taak is om Gods Woord getrouw te verkondigen.
Dat betekent niet dat iedere boodschap hard, boos of vernederend moet zijn. De Bijbel leert namelijk ook dat wij de waarheid in liefde moeten spreken (Efeze 4:15), zachtmoedig moeten zijn tegenover mensen (2 Timotheüs 2:24-25) en onze woorden met genade moeten laten zijn (Kolossenzen 4:6). Waarheid en liefde horen dus niet tegenover elkaar te staan.
Waarheid zonder liefde wordt hardheid; liefde zonder waarheid wordt misleiding
Dit is een belangrijk evenwicht.
Sommige mensen gebruiken “waarheid” als excuus om mensen te beledigen.
Anderen gebruiken “liefde” als excuus om nooit meer over zonde, bekering of gehoorzaamheid te spreken.
Beide uitersten zijn verkeerd.
Jezus Christus was vol genade én waarheid.
Johannes 1:14 zegt:
“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond... vol van genade en waarheid.”
Daarom behoort een Bijbelse gemeente beide vast te houden.
Waarheid zonder liefde kan mensen verbitteren.
Liefde zonder waarheid kan mensen misleiden.
Maar waarheid gesproken in liefde kan iemand wakker maken en tegelijk hoop geven.
Een kerkgemeente mag geen plaats worden waar geld de maatstaf is
De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen over geld en waarschuwt nadrukkelijk voor mensen die geestelijke zaken gebruiken voor persoonlijk financieel gewin. Een opziener mag niet uit zijn op oneerlijke winst, maar moet de kudde van God dienen met een gewillig hart (Titus 1:7; 1 Petrus 5:2). Ook wordt gewaarschuwd voor mensen die vanwege hun hebzucht anderen uitbuiten (2 Petrus 2:1-3). De Schrift laat daarmee zien dat geld nooit de reden mag zijn waarom iemand Gods volk leidt of onderwijst. Jezus Christus zegt bovendien duidelijk: “Gij kunt niet God dienen en den Mammon” (Mattheüs 6:24).
Paulus schrijft:
“Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad.” 1 Timotheüs 6:10
Daarbij moet goed worden onderscheiden: de Bijbel zegt niet dat geld op zichzelf zondig is.
Abraham had bezit.
Job had bezit.
Lydia had middelen.
De kerkgemeente mag dus geld gebruiken voor goed werk.
Het gevaar ontstaat wanneer geld de reden wordt waarom iemand godsdienst bedrijft.
1 Timotheüs 6 waarschuwt voor mensen die denken dat godsvrucht een middel tot financieel gewin is.
Een dienaar van God hoort daarom niet gedreven te worden door hebzucht.
1 Petrus 5:2 zegt dat leiders moeten dienen:
“niet om vuil gewin, maar met een gewillig gemoed.”
"Maar de gemeente heeft nu eenmaal geld nodig"
Dat is waar.
Een kerkgemeente heeft kosten.
Er kan een gebouw zijn.
Er kunnen Bijbels worden verspreid.
Er kan hulp aan mensen worden gegeven.
Er kunnen reizen en andere noodzakelijke werkzaamheden zijn.
Maar dat rechtvaardigt geen manipulatie.
Een gezonde kerkgemeente zou daarom duidelijkheid moeten geven over het doel van financiële bijdragen en niet moeten spelen met angst, schuldgevoel of beloften van rijkdom. Geven hoort voort te komen uit een gewillig hart. 2 Korinthe 9:7 zegt dat ieder geve zoals hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of uit dwang.
Het verschil is groot.
Een kerkgemeente zegt:
“Wij hebben ondersteuning nodig voor dit werk.”
Dat is iets anders dan:
“Als u niet geeft, zal God u straffen.”
Of:
“Als u een bepaald bedrag geeft, zal God u gegarandeerd rijk maken.”
Dat soort uitspraken moeten altijd aan de Schrift worden getoetst.
"Ik doe dit voor God" is geen bewijs dat het werkelijk voor God is
Een mens kan zichzelf overtuigen dat hij God dient terwijl zijn motieven verkeerd zijn.
Dat is precies waarom de Bijbel zo vaak spreekt over het hart.
Jeremia 17:10 zegt:
“Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren.”
God kijkt verder dan de buitenkant.
Een mens kan vooraan zitten.
Een mens kan zingen.
Een mens kan preken.
Een mens kan geven.
Een mens kan zelfs grote geestelijke activiteiten (wonderen en tekenen) verrichten.
Maar God kent het motief.
Daarom moeten wij niet alleen vragen:
“Wat doe ik?”
maar ook:
“Waarom doe ik het?”
Een valse getuige brengt schade aan anderen
Spreuken 6 noemt een valse getuige.
Dat onderwerp is ook in onze huidige maatschappij zeer belangrijk.
Een beschuldiging via sociale media kan binnen enkele minuten duizenden mensen bereiken.
Een gerucht kan worden doorgestuurd.
Een kort filmpje kan zonder context worden verspreid.
Een verhaal kan worden aangepast.
Een persoon kan worden veroordeeld zonder dat iemand werkelijk weet wat er is gebeurd.
De Bijbel zegt:
“Gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.” Exodus 20:16
En Spreuken 18:13 waarschuwt tegen antwoorden voordat men heeft gehoord.
Daarom zou een christen in Nederland voorzichtig moeten zijn met berichten op sociale media. Niet alles wat veel wordt gedeeld, is waar. Niet alles wat overtuigend klinkt, is onderzocht. Wie iets niet weet, moet niet doen alsof hij het weet. Spreuken 14:15 zegt dat de eenvoudige alles gelooft, maar dat de verstandige op zijn schreden let.
"Ik hoorde het van iemand anders"
Dit is eveneens een veelgehoord excuus:
“Ik heb het alleen maar doorverteld.”
Maar het doorgeven van een leugen maakt iemand niet automatisch onschuldig.
Wanneer iemand niet weet of iets waar is, moet hij het niet als waarheid verspreiden.
Spreuken 17:9 zegt:
“Die de overtreding toedekt, zoekt liefde; maar die de zaak wederhaalt, scheidt den voornaamsten vriend.”
En Spreuken 26:20 laat zien hoe kwaad door het verspreiden van woorden kan blijven doorgaan.
Een praktische regel zou daarom kunnen zijn: als het niet noodzakelijk is om iets te vertellen, als het niet bewezen is en als het een ander kan beschadigen, wees dan voorzichtig met het verspreiden ervan. Soms is zwijgen geen lafheid, maar wijsheid.
Verdeeldheid in de kerkgemeente is geen klein probleem
Spreuken 6 noemt ook iemand die twist tussen broeders veroorzaakt.
Dat is ernstig.
Een kerkgemeente kan worden beschadigd door geroddel, partijvorming, jaloezie en persoonlijke conflicten.
Paulus waarschuwt in 1 Korinthe 1:10 dat gelovigen geen verdeeldheid onder elkaar moeten hebben.
Een kerkgemeente hoort geen plaats te worden waar mensen elkaar voortdurend ondermijnen.
Tegelijkertijd betekent eenheid niet dat iedereen alles maar moet accepteren.
Eenheid moet gebaseerd zijn op waarheid.
Als iemand iets leert wat duidelijk tegen Gods Woord ingaat, is het niet Bijbels om te zeggen:
“Laten we het maar accepteren voor de eenheid.”
De eenheid van de kerkgemeente mag nooit worden gekocht met de prijs van waarheid.
Stel dat er binnen een kerkgemeente een probleem ontstaat. Een gemeentelid doet iets waarvan duidelijk is dat het niet overeenkomt met wat de Bijbel leert. De leiding weet dit, maar die persoon is belangrijk voor de kerkgemeente: hij geeft veel geld, heeft veel invloed en veel mensen luisteren naar hem.
De leiding kan dan denken:
“Als wij hem hierop aanspreken, wordt hij boos. Misschien vertrekt hij en nemen anderen hem mee. Dan ontstaat er verdeeldheid. Laten we er daarom maar niets van zeggen.”
Op dat moment lijkt de kerkgemeente aan de buitenkant eenheid te bewaren. Iedereen blijft bij elkaar en er ontstaat geen ruzie. Maar de prijs daarvan is dat de waarheid wordt verzwegen.
Dat is precies het probleem met de uitspraak:
“De eenheid van de kerkgemeente mag nooit worden gekocht met de prijs van waarheid.”
Echte Bijbelse eenheid betekent niet dat iedereen koste wat kost bij elkaar moet blijven door zonde, dwaling of onrecht goed te keuren. Jezus Christus bad om eenheid onder Zijn volgelingen, maar die eenheid staat niet los van de waarheid. Hij bad: “Heilig hen in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid” (Johannes 17:17).
Een eenvoudige vergelijking is die van een gezin. Stel dat een vader ontdekt dat zijn zoon iets verkeerds heeft gedaan. Hij kan zeggen: “Ik wil geen ruzie in huis, dus we doen alsof er niets is gebeurd.” Dan is er misschien tijdelijk rust, maar het probleem is niet opgelost. De rust is gekocht door de waarheid te verzwijgen.
Zo kan het ook in een kerkgemeente zijn. Stilte is niet automatisch vrede en bij elkaar blijven is niet automatisch Bijbelse eenheid. Soms moet een verkeerde zaak juist eerlijk worden benoemd om de kerkgemeente gezond te houden.
Paulus zegt daarom:
“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus.” Efeziërs 4:15
Dus de juiste houding is niet: “Wij moeten bij elkaar blijven, ongeacht wat er gebeurt.”
Maar:
“Wij willen samen één zijn, maar dan wel rondom de waarheid van Gods Woord.”
"Ik wil geen ruzie maken, daarom zeg ik niets"
Dat klinkt vredelievend.
Maar soms kan zwijgen juist betekenen dat een probleem groter wordt.
Judas 1:3 spreekt over het strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd.
Dat betekent niet dat christenen voortdurend ruzie moeten zoeken.
Het betekent wel dat waarheid verdedigd mag worden.
De Bijbel zegt:
“De dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, en die de kwaden verdragen.” 2 Timotheüs 2:24
Er is dus een Bijbelse manier om voor waarheid te staan.
Niet met haat.
Niet met persoonlijke aanvallen.
Niet met scheldwoorden.
Maar met waarheid, geduld en Schrift.
De kerkgenootschap De Waarheid Gods
Een kerkgemeente die de naam De Waarheid Gods draagt, behoort die naam niet alleen als naam te dragen, maar moet zich steeds opnieuw afvragen of haar leer, leven en handelen werkelijk overeenkomen met Gods Woord.
Jezus Christus zei:
“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17
Daarom is de waarheid uiteindelijk niet gebaseerd op de naam van een kerkgemeente.
Niet op de naam van een prediker.
Niet op een titel.
Niet op traditie.
Niet op populariteit.
Niet op het aantal bezoekers.
De waarheid wordt getoetst aan het Woord van God.
Voor iedere kerkgemeente geldt daarom dezelfde vraag: kunnen wij onze leer, onze gebruiken, onze manier van leidinggeven, onze omgang met geld, onze omgang met elkaar en onze levenswandel vanuit de Schrift verantwoorden? Als het antwoord op een bepaald punt “nee” is, moet niet de Bijbel worden aangepast, maar moet de mens zich bekeren en aanpassen aan Gods Woord.
"Maar iedereen doet het zo"
Dit excuus komt veel voor.
“Alle kerken doen het.”
“Alle christenen doen het.”
“Dit is tegenwoordig normaal.”
“Zo gaat het nu eenmaal in Nederland.”
Maar de meerderheid bepaalt niet wat waarheid is.
In Exodus 23:2 staat:
“Gij zult de menigte niet volgen ten kwade.”
Noach stond tegenover een wereld die God niet gehoorzaamde.
Elia stond tegenover een grote geestelijke crisis.
De apostelen stonden tegenover religieuze en maatschappelijke tegenstand.
Waarheid wordt niet waar doordat veel mensen haar geloven.
En een leugen wordt niet waar doordat miljoenen mensen haar geloven.
"God wil toch dat wij gelukkig zijn?"
God wil dat mensen gezegend worden en leven.
Maar geluk is niet de hoogste maatstaf.
Als geluk de maatstaf wordt, kan iemand zeggen:
“Ik ben gelukkig in mijn ongehoorzaamheid, dus God zal het wel goed vinden.”
Dat volgt nergens uit de Schrift.
Jezus Christus roept mensen op tot bekering.
Mattheüs 4:17 zegt:
“Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”
Het christelijke leven gaat daarom niet primair over:
“Wat voelt prettig?”
maar over:
“Wat wil God?”
"God is liefde, dus Hij veroordeelt niemand"
God is liefde.
Dat staat vast.
Maar Gods liefde betekent niet dat Hij zonde goedkeurt.
Dezelfde Bijbel die zegt dat God liefde is, spreekt ook over oordeel.
Johannes 3:16 spreekt over Gods liefde.
Maar Johannes 3:18 spreekt ook over oordeel voor degene die niet gelooft.
Jezus Christus sprak niet alleen over hemel.
Hij waarschuwde ook voor het oordeel.
Daarom moeten wij nooit een beeld van God maken dat alleen bestaat uit wat wij prettig vinden.
God is liefde.
God is heilig.
God is rechtvaardig.
God is genadig.
God is waarheid.
Deze eigenschappen spreken elkaar niet tegen.
Gods genade en Gods oordeel spreken elkaar niet tegen
Sommige mensen denken:
“Als God genadig is, kan Hij mij toch niet veroordelen?”
Maar juist omdat God rechtvaardig is, moet er een oordeel zijn.
Anders zou goed en kwaad uiteindelijk geen betekenis hebben.
De Bijbel zegt:
“Want wij moeten allen geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus.”
2 Korinthe 5:10
Dat betekent dat ons leven ertoe doet.
Onze woorden doen ertoe.
Onze daden doen ertoe.
Onze motieven doen ertoe.
Onze houding tegenover God doet ertoe.
Maar het evangelie geeft tegelijkertijd hoop:
Jezus Christus is gestorven voor onze zonden en is opgestaan.
Dat is precies de kern die in 1 Korinthe 15 wordt uiteengezet: Christus stierf voor onze zonden volgens de Schriften, werd begraven en stond op de derde dag volgens de Schriften.
De opstanding van Jezus Christus is geen bijzaak
Het geloof van de christen rust niet op een mooi verhaal.
1 Korinthe 15 maakt duidelijk dat de opstanding centraal staat.
Paulus noemt getuigen van de opgestane Christus: Kefas, de twaalf, meer dan vijfhonderd broeders, Jakobus en de apostelen. Uiteindelijk noemt hij ook zijn eigen ontmoeting met Christus.
De kern is:
Christus is opgestaan.
Als Christus niet was opgestaan, zou het geloof tevergeefs zijn.
Maar Christus is opgestaan.
Daarom is er hoop op vergeving, overwinning over de dood en eeuwig leven.
Een verleden maakt iemand niet automatisch onbruikbaar
Paulus had een ernstig verleden.
Hij had de gemeente vervolgd.
Toch werd hij door Gods genade veranderd.
Hij noemt zichzelf de geringste van de apostelen omdat hij de gemeente van God had vervolgd.
Maar hij blijft daar niet in hangen.
Hij zegt:
“Maar door de genade Gods ben ik wat ik ben.”
Dat betekent niet:
“Mijn verleden doet er niet toe.”
Het betekent:
“Mijn verleden bepaalt niet langer wie ik moet blijven.”
Dat is het verschil tussen berouw en zelfrechtvaardiging.
Berouw zegt:
“Ik heb verkeerd gedaan en ik moet veranderen.”
Zelfrechtvaardiging zegt:
“Ik ben nu eenmaal zo en iedereen moet mij maar accepteren.”
"Ik heb het moeilijk, dus ik kan er niets aan doen"
Een mens kan werkelijk worstelen.
Verandering kan moeilijk zijn.
Bekering kan pijn doen.
Gewoonten kunnen sterk zijn.
Verslavingen kunnen iemand gevangenhouden.
Verkeerde relaties kunnen moeilijk worden verbroken.
Maar moeilijk betekent niet onmogelijk.
Filippenzen 4:13 zegt:
“Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.”
En 1 Korinthe 10:13 leert dat God een uitkomst geeft wanneer iemand verzocht wordt.
Dat betekent niet dat iedere verandering onmiddellijk gebeurt. Het betekent wel dat een christen niet mag besluiten dat gehoorzaamheid onmogelijk is. Soms betekent overwinning dat iemand dagelijks opnieuw kiest om God te gehoorzamen, hulp te zoeken, te bidden en oude wegen achter zich te laten.
"Ik ben nog niet zover"
Dit kan een eerlijk excuus lijken.
Iemand zegt:
“Ik weet dat het niet goed is, maar ik ben er nog niet klaar voor.”
Daarin kan een element van eerlijkheid zitten.
Maar het gevaar is dat “nog niet” uiteindelijk “nooit” wordt.
Agrippa zei tegen Paulus:
“Gij beweegt mij bijna een christen te worden.” Handelingen 26:28
Bijna is echter niet hetzelfde als gehoorzaamheid.
Wie weet dat God hem roept om iets recht te zetten, moet voorzichtig zijn met uitstel. Niemand weet hoeveel tijd hem gegeven is. Jakobus 4:14 herinnert ons eraan dat ons leven is als een damp die voor korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt.
Niemand kan zijn rijkdom meenemen
Een ander belangrijk thema is de vergankelijkheid van aardse bezittingen.
1 Timotheüs 6:7 zegt:
“Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar dat wij ook niet iets daaruit kunnen dragen.”
Dat is eenvoudig te begrijpen.
Een mens wordt geboren zonder bezit.
Hij verzamelt gedurende zijn leven geld, huizen, auto's, kleding, bezit en status.
Maar bij het sterven blijft alles achter.
Daarom is het dwaas om je ziel te verkopen voor rijkdom.
Jezus Christus stelde de vraag:
“Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel?”
Markus 8:36
"Maar geld is toch niet zondig?"
Dat klopt.
Geld zelf is niet het probleem.
De liefde tot geld is het probleem.
1 Timotheüs 6:10 spreekt over de liefde tot geld als een wortel van allerlei kwaad.
Een mens kan arm zijn en toch geldgierig.
Een mens kan rijk zijn en toch vrijgevig.
Het gaat dus niet alleen om het bedrag op de bank.
Het gaat om de plaats die geld in het hart heeft.
Dezelfde toets kan op bezit worden toegepast. Een huis, auto, onderneming of goed inkomen hoeft geen probleem te zijn. Maar wanneer bezit belangrijker wordt dan gehoorzaamheid aan God, is het bezit niet langer slechts een middel; het is dan een meester geworden. Jezus Christus zei: “Gij kunt niet God dienen en den Mammon” (Mattheüs 6:24).
De verantwoordelijke taak van geestelijke leiders
Wie anderen onderwijst, draagt een zware verantwoordelijkheid.
Jakobus 3:1 zegt:
“Mijn broeders, wordt niet vele meesters, wetende, dat wij te meerder oordeel zullen ontvangen.”
Dat is een ernstige waarschuwing.
Een geestelijk leider moet dus niet lichtvaardig spreken.
Hij moet niet zomaar beweren dat God iets heeft gezegd.
Hij moet niet bewust verkeerde leer verspreiden.
Hij moet niet mensen manipuleren.
Hij moet niet uit geldzucht handelen.
Hij moet niet bewust verdeeldheid veroorzaken.
Hij moet Gods Woord verkondigen.
1 Petrus 5:2-3 leert leiders om de kudde van God te weiden, niet omwille van vuil gewin en niet als heersers over de erfdeel van God, maar als voorbeelden.
"Maar ik ben geroepen"
Iemand kan zeggen:
“God heeft mij geroepen.”
Dat kan waar zijn.
Maar de bewering dat iemand geroepen is, bewijst op zichzelf nog niet dat alles wat die persoon doet juist is.
Zelfs Paulus waarschuwde dat iemand die een ander evangelie verkondigt, niet zomaar geaccepteerd moet worden.
Galaten 1:8 zegt dat zelfs als een engel uit de hemel een ander evangelie zou verkondigen, dat niet geaccepteerd mag worden.
De boodschap moet dus altijd worden getoetst.
Niet de titel bepaalt de waarheid.
De waarheid bepaalt of de boodschap betrouwbaar is.
"Raak mijn gezalfde niet aan"
Ook deze uitspraak wordt soms gebruikt om kritiek onmogelijk te maken.
Maar de Bijbel leert nergens dat een geestelijke leider daarom nooit onderzocht of gecorrigeerd mag worden.
Paulus weerstond Petrus zelfs openlijk toen Petrus verkeerd handelde tegenover de heidenen (Galaten 2:11-14).
Dat betekent niet dat christenen respectloos moeten worden.
Het betekent wel dat niemand boven Gods Woord staat.
Een gezonde kerkgemeente moet daarom ruimte hebben voor eerlijke Bijbelse toetsing. Wie werkelijk de waarheid verkondigt, hoeft niet bang te zijn voor een open Bijbels onderzoek. Handelingen 17:11 noemt het juist edel wanneer mensen onderzoeken of hetgeen hun wordt geleerd werkelijk overeenkomt met de Schrift.
Niet iedere kritiek is vervolging
Wanneer iemand wordt tegengesproken, kan hij zeggen:
“Ze vervolgen mij.”
Maar kritiek en vervolging zijn niet hetzelfde.
Soms wordt iemand inderdaad onrechtvaardig behandeld.
Maar soms wordt iemand gewoon gecorrigeerd.
Galaten 6:1 leert dat iemand die in een overtreding valt, in de geest van zachtmoedigheid terechtgebracht moet worden.
Daarom moeten wij onszelf afvragen:
Ben ik werkelijk vervolgd omdat ik de waarheid spreek?
Of wijst iemand mij terecht omdat ik iets verkeerd heb gedaan?
Die zelfonderzoekende houding is noodzakelijk.
De waarheid verandert niet omdat mensen haar niet prettig vinden
Het feit dat een Bijbelse waarheid moeilijk is, betekent niet dat die waarheid moet worden verwijderd.
Een medicijn kan bitter smaken en toch genezen.
Een waarschuwing kan onaangenaam zijn en toch iemands leven redden.
Een verkeersbord met “stop” is niet liefdeloos omdat het iemand tegenhoudt.
Het is juist liefdevol omdat het iemand voor gevaar waarschuwt.
Zo werkt ook Gods Woord. Soms zegt de Bijbel “ga”, soms “blijf”, soms “doe”, soms “laat”, soms “bekeer u” en soms “wacht”. Het Woord is niet gegeven om ons altijd comfortabel te maken, maar om ons te leren leven zoals God het wil. Psalm 119:105 noemt Gods Woord een lamp voor de voet en een licht op het pad.
De ernstigste fout: Gods Woord vervangen door menselijke mening
Uiteindelijk komt alles terug op één vraag:
Wat heeft God gezegd?
Niet:
“Wat vind ik?”
Niet:
“Wat vindt mijn familie?”
Niet:
“Wat vindt de maatschappij?”
Niet:
“Wat vindt de meerderheid?”
Niet:
“Wat zegt sociale media?”
Niet:
“Wat zegt een populaire spreker?”
Maar:
Wat zegt de Schrift?
Paulus zei dat hij doorgaf wat hij zelf had ontvangen.
Daarbij wordt benadrukt dat de boodschap niet moet rusten op menselijke theorieën, persoonlijke meningen of veronderstellingen, maar op wat overeenkomt met de Schrift.
Dat moet ook vandaag onze houding zijn.
Een Bijbelse checklist voor iedere gemeente
Om dit praktisch te maken, kan iedere kerkgemeente zichzelf regelmatig de volgende vragen stellen:
Is wat wij leren rechtstreeks vanuit de Schrift te onderbouwen?
Gebruiken wij Bijbelteksten in hun juiste verband?
Maken wij onderscheid tussen Gods Woord en menselijke mening?
Wordt geld op een eerlijke en transparante manier behandeld?
Worden mensen vrij gelaten om de Schrift te onderzoeken?
Wordt kritiek met Bijbelse nederigheid onderzocht?
Wordt waarheid in liefde gesproken?
Worden leiders gezien als dienaren en voorbeelden, of als mensen die boven anderen staan?
Wordt bekering werkelijk gepredikt?
Is het leven van de kerkgemeente in overeenstemming met de boodschap die zij verkondigt?
Worden profetieën en bijzondere geestelijke claims getoetst?
Staat Christus centraal of staat de mens centraal?
Een waarschuwing voor iedere gelovige
Deze boodschap is niet alleen bedoeld voor voorgangers.
Iedere gelovige moet zichzelf onderzoeken.
Want het is gemakkelijk om naar anderen te kijken en te zeggen:
“Die persoon moet veranderen.”
Maar Jezus Christus zei:
“Wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?” Mattheüs 7:3
Daarom begint geestelijke hervorming bij onszelf.
Wij moeten vragen:
Ben ik eerlijk?
Ben ik betrouwbaar?
Spreek ik de waarheid?
Roddel ik?
Verspreid ik dingen die ik niet zeker weet?
Ben ik trots?
Laat ik mij leiden door geld?
Ben ik bereid mij te laten corrigeren?
Gehoorzaam ik Gods Woord wanneer het mij iets kost?
De grootste strijd is niet tegen andere mensen
Efeze 6:12 leert dat onze strijd niet tegen vlees en bloed is.
Daarom mogen wij niet eindigen in een strijd tegen mensen.
Het doel is niet om mensen te vernederen.
Het doel is waarheid.
Het doel is bekering.
Het doel is gehoorzaamheid aan God.
Het doel is dat mensen Jezus Christus leren kennen en Zijn Woord gehoorzamen.
Daarom moet zelfs een ernstige waarschuwing uiteindelijk wijzen naar Christus.
Er is nog steeds genade
De boodschap van waarheid mag nooit eindigen in wanhoop.
Zolang iemand leeft, is er reden om zich tot God te keren.
Paulus was een vervolger van de kerkgemeente.
Toch werd hij gered.
Petrus verloochende Jezus Christus.
Toch werd hij hersteld.
Zacheüs leefde verkeerd.
Toch veranderde zijn leven.
De verloren zoon ging ver weg.
Maar toen hij terugkeerde, wachtte zijn vader hem op (Lukas 15:11-24).
Dat is de kracht van Gods genade.
Maar genade vraagt om een antwoord.
Bekeert u.
Keert terug tot God.
Gelooft het evangelie.
Leeft volgens Gods Woord.
Laat Gods genade niet tevergeefs zijn
1 Korinthe 15:10 bevat een zeer belangrijke gedachte:
“Maar door de genade Gods ben ik wat ik ben.”
Maar dezelfde tekst zegt dat Gods genade niet tevergeefs was.
Dat moet ook vandaag onze houding zijn.
Als God iemand uit zonde haalt, laat die genade dan niet tevergeefs zijn.
Als God iemand de waarheid laat zien, laat die waarheid dan niet tevergeefs zijn.
Als iemand wordt gewaarschuwd, laat die waarschuwing dan niet tevergeefs zijn.
Als iemand wordt gecorrigeerd, laat die correctie dan niet tevergeefs zijn.
Als God iemand tijd geeft om zich te bekeren, laat die tijd dan niet worden verspild.
Een mens hoeft niet perfect te zijn voordat hij naar God komt. Maar hij moet wel bereid zijn om zich door God te laten veranderen. Het verschil tussen iemand die valt en iemand die zich verhardt, is niet dat de eerste nooit zondigt. Het verschil is dat de eerste bereid is op te staan, zich te bekeren en terug te keren naar God. Spreuken 24:16 zegt dat de rechtvaardige zevenmaal valt en weer opstaat.
Sta vast in het evangelie
1 Korinthe 15 begint met een oproep om vast te houden aan het evangelie.
Het gaat niet om telkens een nieuw verhaal.
Niet om steeds een nieuwe sensatie.
Niet om iedere nieuwe geestelijke bewering.
Niet om menselijke theorieën.
Het gaat om het evangelie van Jezus Christus.
Christus stierf voor onze zonden.
Hij werd begraven.
Hij stond op.
Hij leeft.
Hij is Heer.
Daarom moet de kerkgemeente blijven staan in het evangelie.
Paulus schrijft dat men anders tevergeefs zou hebben geloofd.
Een laatste oproep aan de gemeente
De gemeente van Jezus Christus moet wakker blijven.
Laat niemand Gods Naam gebruiken voor een eigen boodschap.
Laat niemand de Schrift verdraaien om zichzelf gelijk te geven.
Laat niemand geld belangrijker maken dan waarheid.
Laat niemand mensen manipuleren.
Laat niemand verdeeldheid zaaien.
Laat niemand de genade gebruiken als excuus voor zonde.
Laat niemand menselijke traditie boven Gods Woord plaatsen.
Laat niemand bang zijn om de Bijbel te onderzoeken.
En laat niemand denken dat uiterlijke godsdienst automatisch betekent dat het hart goed staat tegenover God.
Jezus Christus zei:
“Aan hun vruchten zult gij hen kennen.”
De vraag is daarom niet alleen:
Wat zegt iemand?
Maar ook:
Wat brengt zijn leer voort?
Brengt het waarheid?
Brengt het bekering?
Brengt het heiligheid?
Brengt het liefde?
Brengt het nederigheid?
Brengt het gehoorzaamheid?
Brengt het Christus dichterbij?
Of brengt het trots, geldzucht, manipulatie, verdeeldheid en verwarring?
De waarheid hoeft niet te worden beschermd door leugens
Wanneer wij werkelijk geloven dat Gods Woord waarheid is, hoeven wij de waarheid niet te verdedigen met leugens.
Wij hoeven geen verhalen te verzinnen.
Wij hoeven geen mensen zwart te maken.
Wij hoeven geen valse beschuldigingen te verspreiden.
Wij hoeven geen wonderen te verzinnen.
Wij hoeven geen profetieën te verzinnen.
Wij hoeven niemand te manipuleren.
De waarheid kan worden onderzocht.
De waarheid kan worden getoetst.
De waarheid kan worden verkondigd.
Jezus Christus zei:
“En gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.” Johannes 8:32
De uiteindelijke maatstaf
Er is uiteindelijk maar één betrouwbare maatstaf:
Gods Woord.
Niet gevoelens.
Niet populariteit.
Niet traditie.
Niet geld.
Niet aantallen.
Niet titels.
Niet sociale media.
Niet menselijke reputatie.
Niet wat vandaag maatschappelijk geaccepteerd is.
Maar Gods Woord.
Daarom is de juiste houding:
“Onderzoek mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.” Psalm 139:23
Dat gebed begint niet bij:
“Heer, onderzoek die ander.”
Het begint bij:
“Onderzoek mij.”
Kies voor waarheid
De Bijbel geeft ons geen reden om lichtvaardig met God om te gaan.
God is geen speelgoed.
Zijn Naam is heilig.
Zijn Woord is waarheid.
Zijn genade is kostbaar.
Zijn waarschuwingen zijn ernstig.
Zijn oordeel is werkelijk.
Maar Zijn barmhartigheid is ook werkelijk.
Daarom is er vandaag hoop.
Wie verkeerd heeft gesproken, kan zich bekeren.
Wie verkeerd heeft geleerd, kan zich laten corrigeren.
Wie heeft gezondigd, kan vergeving zoeken.
Wie is afgedwaald, kan terugkeren.
Wie Gods Woord nog niet kent, kan het onderzoeken.
En wie de waarheid heeft ontvangen, moet daarin blijven staan.
Niet uit trots.
Niet om zichzelf groot te maken.
Niet om anderen te veroordelen.
Maar omdat God waarachtig is.
De kerkgemeente moet daarom blijven bij het eenvoudige fundament:
Jezus Christus.
Zijn evangelie.
Zijn Woord.
Bekering.
Geloof.
Gehoorzaamheid.
Heiligheid.
Liefde.
Waarheid.
En boven alles:
God alleen de eer.
Laat daarom iedere gelovige, iedere dienaar en iedere kerkgemeente zichzelf steeds opnieuw voor Gods Woord plaatsen. Niet met de vraag: “Hoe kan ik bewijzen dat ik gelijk heb?”, maar met de vraag: “Heer, wat wilt U dat ik verander?” Dat is geen teken van zwakte. Dat is nederigheid. En Spreuken 3:5-7 leert ons niet op ons eigen verstand te vertrouwen, maar de HEERE te kennen op al onze wegen.
“Onderzoekt alle dingen; behoudt het goede.” 1 Thessalonicenzen 5:21
“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17
“Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.”
Hebreeën 13:8
Daarom:
Blijf in het Woord.
Toets alles aan de Schrift.
Verwerp de leugen.
Houd vast aan de waarheid.
En laat Gods genade niet tevergeefs zijn.

Opmerkingen