Wat Jezus Christus wist, en wat wij niet kunnen verbergen.
- 6 mrt
- 11 minuten om te lezen
Stel je voor: je staat voor iemand die al precies weet wat je in je hart draagt. Niet omdat hij het geraden heeft, of omdat iemand hem heeft verteld, maar omdat hij het altijd al wist. Voordat je er zelf over had nagedacht. Voordat je geboren was.
Dat is de positie waarin ieder mens zich bevindt tegenover Jezus Christus.
Het is een gedachte die troost kan geven, maar ook tot nadenken stemt. Want als Jezus Christus alles wist van tevoren, ook wie Hem zou verlaten, wie Hem zou verloochenen, wie Hem zou bedriegen, wat zegt dat dan over ons, en over hoe wij omgaan met het geloof dat ons is gegeven?
Jezus Christus wist het, van het begin af aan
In het evangelie van Johannes lezen we iets opmerkelijks:
"Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou." Johannes 6:64
Dit vers staat niet op zichzelf. Het is het hoogtepunt van een gesprek waarin Jezus Christus net had gezegd dat Zijn vlees eten en Zijn bloed drinken het eeuwige leven geeft, woorden die veel van Zijn volgelingen te zwaar vonden. "Dit is een harde rede," zeiden ze. "Wie kan die horen?" (Johannes 6:60).
En ze liepen weg.
Johannes 6:66 is misschien wel een van de meest pijnlijke verzen in het Nieuwe Testament:
"Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem."
Merk op: het waren discipelen. Geen vijanden. Geen buitenstaanders. Mensen die hadden meegelopen, die de wonderen hadden gezien, die bij de voeding van de vijfduizend aanwezig waren geweest. En toch: zij gingen terug.
Dit patroon is niet veranderd. In onze samenleving zien we hetzelfde. Mensen beginnen enthousiast aan een geloofsweg, raken betrokken bij een gemeente, leren de Bijbel kennen, en op een gegeven moment stuit het geloof op iets wat te zwaar voelt, te veeleisend, te anders dan wat de wereld om hen heen hen voorhoudt. En dan keren zij terug.
"Er is niets nieuws onder de zon." Prediker 1:9
De Heilige Geest: een geschenk, geen verdienste
Een van de meest indringende waarheden die uit Johannes 6 spreekt, is dit: de Heilige Geest is geen beloning voor prestaties. Het is een geschenk.
"En niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke." Johannes 6:44
We leven in een tijd waarin prestatie centraal staat. Je verdient je salaris, je spaart voor je huis, je bouwt aan je carriĆØre. Die mentaliteit sijpelt gemakkelijk door in het geloof: de gedachte dat je de Heilige Geest verdiend hebt als je lang genoeg je best doet, als je trouw genoeg naar de kerk gaat, als je goed genoeg leeft.
Maar de Bijbel spreekt dit duidelijk tegen.
"Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme." Efeziƫrs 2:8-9
Het feit dat mensen die de Heilige Geest ontvangen hadden, die in tongen spraken, die gedoopt waren in de naam van Jezus Christus, Hem alsnog konden verlaten en lasteren, maakt duidelijk: het geschenk zegt niets over de ontvanger, het zegt alles over de Gever.
Dit is een waarheid die ons nederig moet houden. Niet hoogmoedig omdat we de Geest hebben ontvangen. Niet neerbuigend naar anderen. Maar dankbaar, en waakzaam.
Twee geesten, en je kunt maar bij ƩƩn zijn
De apostel Johannes schrijft:
"Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn." 1 Johannes 4:1
Er zijn twee geesten werkzaam in deze wereld: de Geest van de waarheid, en de geest van de dwaling. Dat is geen poƫtische omschrijving, het is een Bijbelse realiteit.
"Wij zijn uit God; die God kent, hoort ons; die uit God niet is, hoort ons niet. Hieruit kennen wij den geest der waarheid en den geest der dwaling." 1 Johannes 4:6
In het dagelijkse leven in Nederland merk je dit onderscheid overal. Er zijn stemmen die je vertellen dat geloof iets is voor zwakke mensen, dat de Bijbel verouderd is, dat je zelf kunt bepalen wat goed en kwaad is. Dat is de geest van de dwaling, niet altijd luid en schreeuwerig, maar dikwijls sluipend en overtuigend.
En er is de stem van de waarheid, die je oproept tot berouw, tot bekering, tot een leven volgens het Woord van God. Jezus Christus zei:
"Ik ben de weg, en de waarheid, en het leven." Johannes 14:6
Wie de geest van de waarheid volgt, volgt uiteindelijk Christus zelf.
De strijd tussen vlees en geest
Paulus beschrijft in zijn brief aan de Galaten een strijd die elk mens kent die oprecht wil leven naar Gods Woord:
"Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wilt." Galaten 5:17
Dit is geen theorie. Dit is de dagelijkse werkelijkheid van iedereen die kiest voor het geloof.
Het vlees wil gemak, comfort, goedkeuring van de mensen om je heen. Het vlees wil niet uitleggen waarom je bepaalde dingen niet meer doet, waarom je anders gekleed gaat, waarom je op zondag naar de kerk gaat in plaats van naar de markt of op de bank voor de televisie.
De Geest vraagt iets anders. De Geest vraagt gehoorzaamheid, niet aan gevoel, maar aan het geschreven Woord:
"De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven." Johannes 6:63
In de geest wandelen betekent niet dat je altijd een goed gevoel hebt. Het betekent dat je leeft naar wat geschreven staat, ook als dat ingaat tegen wat de wereld als normaal beschouwt.
"Maar wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet." Galaten 5:16
Veelgemaakte excuses, en wat de Bijbel daarop zegt
In onze samenleving horen we regelmatig redenen waarom mensen niet (meer) willen leven naar de Bijbelse leer. Laten we die eerlijk onder ogen zien, en er het Woord van God naast leggen.
"Ik geloof wel in God, maar ik heb de kerk niet nodig."
Dit klinkt redelijk, maar botst met de Bijbel. God heeft de kerkgemeente, de samenkomst van gelovigen, niet bedacht als optie, maar als noodzaak.
"En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken; En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben." Hebreeƫn 10:24-25
Een geloof dat zich isoleert, wordt geen sterker geloof, het wordt een mening.
"Ik ben niet slecht genoeg om mij te laten dopen."
Dopen in de naam van Jezus Christus is niet bedoeld voor mensen die slecht genoeg zijn. Het is bedoeld voor mensen die begrijpen dat zij zondaars zijn, allemaal.
"Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods." Romeinen 3:23
En Petrus is duidelijk over wat wij moeten doen:
"Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen." Handelingen 2:38
"De Bijbel is geschreven door mensen, het kan fouten bevatten."
Dit is een argument dat veel mensen gebruiken om het gezag van de Schrift ter discussie te stellen. Maar de Bijbel zelf spreekt hierover:
"Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is." 2 Timotheüs 3:16
"Want de profetie is niet voortijds voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, door den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken." 2 Petrus 1:21
De vraag is niet of mensen de letters neerschreven. De vraag is wie de boodschap gaf.
"Ik doe niemand kwaad, dus het is goed genoeg."
Deze redenering stelt de eigen moraal boven Gods geboden. Maar de maatstaf van het koninkrijk van God is niet "niemand kwaad doen", het is heiligheid.
"Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal." Hebreeƫn 12:14
Goed gedrag tegenover mensen is mooi, maar het is niet hetzelfde als een rechte verhouding met God.
"God begrijpt het wel, Hij weet hoe ik ben."
Dit klopt: God weet precies hoe je bent. En juist daarom heeft Hij een weg van verlossing geopend. Maar genade is geen vrijbrief om in zonde te blijven.
"Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Dat zij verre." Romeinen 6:1-2
"Ik ben al gedoopt als baby, dat is toch genoeg?"
De doop in de Bijbel is altijd een bewuste keuze, voorafgegaan door geloof en bekering. Een baby kan niet geloven in de Bijbelse betekenis van het woord.
"Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden." Markus 16:16
Geloof gaat vooraf aan de doop, altijd. Een kinderdoop voldoet niet aan dit patroon.
"Ik geloof in mijn hart, uiterlijkheden doen er niet toe."
Het hart is het startpunt, maar niet het eindpunt. Geloof dat enkel innerlijk is en geen vruchten draagt, wordt in de Bijbel in twijfel getrokken.
"Zo is ook het geloof, indien het de werken niet heeft, dood in zichzelven." Jakobus 2:17
Gehoorzaamheid is geen toevoeging aan het geloof, het is het bewijs ervan.
Wat wij soms vergeten: de ernst van terugkeren
Er is nog een punt dat weinig besproken wordt, maar dat de Bijbel duidelijk aanraakt: wat betekent het als iemand het geloof heeft gekend, de waarheid heeft ontvangen, en er dan bewust van afkeert?
Petrus schrijft:
"Want indien zij, nadat zij door de kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus, de besmettingen der wereld ontvloden zijn, en in dezelve weder ingewikkeld zijnde, van dezelve overwonnen worden, zo is hun het laatste erger geworden dan het eerste." 2 Petrus 2:20
Dit is geen tekst om mensen mee te slaan, maar een waarschuwing om serieus te nemen. De genade die we ontvangen hebben, verplicht ons ook. Niet uit angst, maar uit liefde en dankbaarheid tegenover Hem die alles gaf.
In Nederland is er een cultuur van "het zelf weten". Autonomie, eigen keuzes, niemand vertelt jou wat je moet doen. Dat is begrijpelijk als menselijk verlangen. Maar het Koninkrijk van God werkt anders. Daar is niet de eigen wil het vertrekpunt, maar de wil van de Vader.
"Want niet wie tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is." Mattheüs 7:21
De duivel: meer macht dan we denken, maar minder macht dan God
Een van de redenen waarom mensen struikelen in het geloof, is dat ze de tegenstander onderschatten, of juist overschatten. De Bijbel geeft een helder beeld.
De duivel is reƫel. Hij heeft invloed. En hij werkt niet altijd in het openbaar:
"Want ook de satan zelf verandert zich in een engel des lichts." 2 Korinthiƫrs 11:14
Maar zijn macht heeft grenzen. Dat zien we in het boek Job. God stond toe dat de duivel Job beproefde, maar God bepaalde de grenzen. De duivel moest zich aan die grenzen houden.
"En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand; doch verschoon zijn leven." Job 2:6
Wat een troost: hoe zwaar de beproeving ook is, de duivel kan niet verder gaan dan God toestaat. En de God die grenzen stelt, is dezelfde God die ons kent, voor ons zorgt, en ons bewaart.
"Gij zijt uit God, kinderkens, en hebt hen overwonnen; want Hij, Die in u is, is meerder, dan die in de wereld is." 1 Johannes 4:4
Zonde: meer dan een slechte gewoonte
We leven in een maatschappij die zonde steeds meer heeft omgedoopt tot "een keuze", "een persoonlijkheid", "een levensstijl". Maar de Bijbel heeft een andere definitie.
Zonde begon niet bij Adam. Vóór Adam was er Satan. Vóór de daad was er bedrog. De volgorde is belangrijk: eerst de geest van dwaling, dan verleiding, dan de daad.
"Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven." Johannes 8:44
En Paulus schrijft:
"Daarom gelijk door ƩƩn mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood." Romeinen 5:12
We zijn allemaal met die erfenis van zonde geboren. Dat is geen reden voor wanhoop, het is de reden voor het evangelie. God wist dit. En Hij stuurde Zijn Zoon.
Wat doet kennis zonder gehoorzaamheid?
Er is iets gevaarlijks aan veel Bijbelkennis hebben zonder dat het je leven verandert. In Nederland zijn er veel mensen die de Bijbel kennen, die zijn opgegroeid in christelijke gezinnen, die de verhalen kennen, die kunnen debatteren over theologie. Maar kennis alleen redt niet.
Jezus Christus zei:
"Die dan dit Mijn gebod hoort, en hetzelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft." Mattheüs 7:24
Het gaat om doen. Horen Ʃn doen. Een geloof dat alleen in het hoofd zit en niet in de handen, de voeten, de keuzes van alledag, dat geloof is gebouwd op zand.
En er is nóg iets. Wie langer weet en niet gehoorzaamt, draagt meer verantwoordelijkheid dan wie het nooit heeft geweten:
"Die dienstknecht nu, die den wil zijns heeren geweten heeft, en zich niet bereid, noch naar zijn wil gedaan heeft, die zal met vele slagen geslagen worden." Lukas 12:47
Dit is geen theologie voor in de kerk, dit is een dagelijkse realiteit. Hoe langer wij de waarheid kennen, hoe groter de verantwoordelijkheid om ernaar te leven.
Lust: een woord met twee kanten
Het woord "lust" heeft in het Nederlands een slechte klank gekregen. We associƫren het met verkeerde begeerten. Maar in de Bijbel heeft het woord een bredere betekenis: het betekent gewoon verlangen, willen.
En verlangen kan twee kanten op:
"Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld." 1 Johannes 2:16
Maar er is ook verlangen dat goed is, het verlangen naar waarheid, naar God, naar rechtvaardigheid. Jezus sprak er woorden van zegen over:
"Maar uw ogen zijn zalig, omdat zij zien; en uw oren, omdat zij horen." Mattheüs 13:16
Wie verlangt om God te kennen, wie zijn oren opent voor de waarheid, wie zijn ogen richt op wat heilig is, die verlangen worden door God Zelf beloond.
Een eerlijke spiegel
De centrale boodschap van dit alles is niet er ƩƩn van veroordeling. Het is een uitnodiging tot eerlijkheid.
Jezus Christus weet wie je bent. Hij wist het al voor je geboren werd. Die kennis is niet bedreigend voor wie oprecht is, die kennis is bevrijdend. Want je hoeft niets te verbergen. Je hoeft geen indruk te maken. Je kunt komen zoals je bent, en vragen om wat je nodig hebt.
"Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven." Mattheüs 11:28
Bij De Waarheid Gods geloven wij dat die uitnodiging vandaag nog van kracht is. Niet voor mensen die het al perfect hebben. Maar voor mensen die eerlijk zijn over wie ze zijn, en bereid zijn te groeien in wie God hen heeft bedoeld te zijn.
Een persoonlijk woord aan wie twijfelt
Misschien lees je dit terwijl je twijfelt. Misschien ben je ooit begonnen met geloven en ben je ergens afgehaakt. Misschien ken je de Bijbel goed, maar voelt het geloof als een last in plaats van een bron van kracht.
Dan is er ƩƩn vers dat ik je mee wil geven:
"En laat ons niet moede worden in het goeddoen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen." Galaten 6:9
De twijfel is geen eindstation. Vermoeidheid is geen falen. Het is een signaal dat je aandacht en zorg nodig hebt, niet van mensen die oordelen, maar van een God die herstelt.
Petrus verloochende Jezus Christus drie keer. En toch riep Jezus Christus hem terug, niet om hem te beschamen, maar om hem te herstellen (Johannes 21:15-17). Die God is er nog steeds. En die uitnodiging is er nog steeds.
Tot slot: niets is nieuws onder de zon, maar genade ook niet
De mensen die Jezus Christus verlieten in Johannes 6, zijn er altijd geweest. En ze zijn er nu nog. Maar ook de mensen die bleven, Petrus, die zei: "Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens" (Johannes 6:68), die zijn er ook altijd geweest.
En die zijn er nu nog.
De vraag is niet of Jezus Christus weet wie je bent. Hij weet het. De vraag is: wat doe jij met wat je weet?
Dit artikel is een uitnodiging tot nadenken en tot gesprek. Heb je vragen over wat je hebt gelezen, of wil je meer weten over het geloof en de leer die hier beschreven wordt? Neem dan contact op met De Waarheid Gods.

Opmerkingen