top of page

Natte dromen: Gewoon, of toch niet?

7 okt
13 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 8 okt

Wat de Bijbel zegt over seks en klaarkomen in je slaap

Bijna iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad: je wordt wakker en merkt dat je in je slaap bent klaargekomen, na een droom over seks. In Nederland wordt dat meestal weggewuifd. Op school, in voorlichtingsmateriaal en op internet wordt een natte droom gepresenteerd als een normaal onderdeel van het leven, iets waar je je niet druk over hoeft te maken. “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg,” zeggen wij hier.


Maar wat is “gewoon” eigenlijk? Wie bepaalt dat? Als wij als gemeente De Waarheid Gods iets willen weten, vragen wij niet wat de meeste mensen vinden. Wij vragen wat God zegt. In deze blog kijken we daarom stap voor stap naar wat de Bijbel zegt over natte dromen. Het gaat om een onderwerp waar weinig over gesproken wordt, maar waar veel mensen stilletjes mee worstelen. (Hosea 4:6: Mijn volk komt om door gebrek aan kennis.)


Eerlijk zijn tegenover jezelf

Tegenwoordig zeggen veel mensen: “Ik ben gewoon trouw aan mezelf.” Sommigen voegen eraan toe: “Ik heb geen behoefte aan een partner en ik doe niemand kwaad. Ik doe immers niets met een ander.” Prima, zeggen we dan: wees trouw aan jezelf. Maar laat dan ook God waarachtig zijn over jou. (Romeinen 3:4: God moet waar zijn, ook al is ieder mens een leugenaar.)


Denk je dat seksueel bezig zijn alleen met je lichaam gebeurt? Jezus Christus zegt dat iemand die naar een ander kijkt en die persoon begeert, de daad al in zijn hart heeft gepleegd (Mattheüs 5:28). Dat geldt voor iedereen, wie je ook voor je geest haalt. Zit je alleen, is er niemand in de buurt en speel je met jezelf, laat je zaad lopen en denk je daarbij aan een ander? Dan is dat in Gods ogen geen onschuldig tijdverdrijf. Het is hetzelfde als de daad zelf: je hebt hem in je hart gedaan.


Het is zelfs beschamend om erover te praten. Paulus schrijft dat het een schande is om ook maar te spreken over wat sommigen in het verborgen doen (Efeziërs 5:12). Maar alles wat bestraft wordt, wordt door het licht zichtbaar gemaakt (Efeziërs 5:13). Met dat licht bedoelen we het Boek, de handleiding die God ons heeft gegeven (Psalm 119:105: Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad). Daarom praten we er hier toch over: niet om te beschamen, maar om aan het licht te brengen.


Eerst de spiegel, dan het oordeel

Voordat we verder gaan, een waarschuwing. De Bijbel is een spiegel, en je moet accepteren wat je erin ziet (Jakobus 1:23-25: wie het woord hoort maar er niet naar handelt, lijkt op iemand die zijn gezicht in de spiegel bekijkt en daarna vergeet hoe hij eruitzag). Dat vraagt zelfeerlijkheid. Je moet de dingen bij hun naam noemen, ook als het jouw karakter raakt en pijn doet.


Een vrouw kwam eens na een samenkomst naar een voorganger toe. Ze zei dat het een harde boodschap was. Ze had de teksten in haar eigen Bijbel meegelezen en elke tekst raakte haar. Op een gegeven moment had ze haar Bijbel dichtgeslagen en neergelegd. Toen haar werd gevraagd waarom, zette ze haar handen in haar zij en zei: “Ik was bang dat ik nóg meer van mezelf in dat Boek zou zien.” Dat is precies wat een spiegel doet. Wie bang is voor wat de spiegel laat zien, kan zich niet laten reinigen. (Spreuken 28:13: wie zijn overtredingen bedekt, zal geen voorspoed hebben; wie ze belijdt en laat varen, vindt barmhartigheid. En 2 Korintiërs 13:5: onderzoek uzelf.)


Wees daarom eerlijk voordat je verder leest. Het hart bedriegt ons graag: het is arglistiger dan alles, zegt Jeremia 17:9. En een weg die goed lijkt, kan eindigen in de dood (Spreuken 14:12). “Het is toch normaal” is zo’n weg die goed lijkt.


"De duivel heeft geen macht": Echt niet?

Sommige predikers beweren dat Satan helemaal geen macht heeft, of alleen macht als jij erin gelooft. Dan ben je de weg kwijt. Als hij geen macht had, hoe kon hij dan oorlog veroorzaken in de hemel? Een derde deel van de engelen koos zijn kant, viel van God af en sloot zich bij hem aan. Satan heeft heel veel macht. (Openbaring 12:4 en 12:7-9; Judas 6)


Stel dat jouw huis in brand staat en je zegt: “Ik geloof niet dat het brandt.” Zolang je dat volhoudt, kun je blijven zitten. Maar wanneer je moet hoesten en geen lucht meer krijgt, ren je naar buiten en geef je toe dat het huis in brand staat. Je hoort het ook aan de rookmelder: die vraagt niet of jij gelooft dat er brand is. Hij waarschuwt gewoon, omdat het gevaar er is of je het gelooft of niet. Zo is het ook met de duivel. Voel je hem niet? Valt hij je niet lastig? Natuurlijk wel. (1 Petrus 5:8: wees nuchter en waakzaam, want uw tegenstander, de duivel, loopt rond als een brullende leeuw en zoekt wie hij kan verslinden.)


Hier moeten we eerlijk en evenwichtig zijn, zodat de Bijbel zichzelf niet tegenspreekt. Satan heeft echt macht, maar zijn macht is begrensd. In het boek Job kan hij alleen doen wat God toestaat (Job 1:12; 2:6). En Jezus Christus heeft zijn leerlingen gezag gegeven over alle kracht van de vijand (Lukas 10:19). De Zoon van God is verschenen om de werken van de duivel te verbreken (1 Johannes 3:8). Wie zegt “de duivel heeft geen macht”, onderschat de vijand. Wie zegt “ik kan niets doen tegen hem”, vergeet wat Christus heeft gegeven. Beide waarheden horen bij elkaar.


Waar de vijand het meest aanvalt: Je gedachten, ook als je slaapt

Welk deel van de mens wordt het meest door Satan lastiggevallen? Niet je lichaam, maar je gedachten. Je lichaam neemt pauze en rust uit, maar Satan duikt soms in je onderbewustzijn, ook als je slaapt. Voor je het weet pleeg je overspel in je slaap. Je ontmoet een man of vrouw die je nog nooit in je leven hebt gezien. (Efeziërs 6:12: onze strijd is niet tegen vlees en bloed, maar tegen de machten van de duisternis. En 2 Korintiërs 11:14: Satan vermomt zich als een engel van het licht.)


Een jonge vrouw die probeert zuiver te leven en zich onthoudt, krijgt ineens bezoek in haar droom. Ze denkt dat het een Griekse god is. Zijn haar waait in de wind. Hij komt naar haar toe en voor ze het weet, pleegt ze hoererij in haar droom. De volgende ochtend vraagt ze zich vertwijfeld af: “Moet ik hier nu mee zitten? Wat doet dit met mij?” Dat is precies wat de vijand wil: iets heel aantrekkelijks laten zien, op een moment dat je geen wacht houdt. (Matteüs 26:41: waak en bid, opdat u niet in verzoeking komt; de geest is gewillig, maar het vlees is zwak.)


Daarom roept Jezus Christus ons niet alleen op om overdag te waken. Hij leert ons bidden: “Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze” (Mattheüs 6:13). Dat gebed gaat ook over de nacht.


"Vuile dromers": Wat Judas 8 zegt

De vraag die dan opkomt: moet ik van zo’n droom nu zondigen? Wat doet hij met mij? De Bijbel geeft daar antwoord op in Judas 1:8. Daar staat dat deze dromers op dezelfde manier het vlees bevlekken, gezag verachten en kwaad spreken over heerlijkheden. De dromers bevlekken. Het vlees wordt dus bevlekt door wat er in de droom gebeurt.


Als iets bevlekt is, betekent dat dat het in zonde is. Daarom noemen we een vuile, smerige droom niet “gewoon een droom”.


De droom die je niet wilt laten gaan

Heb je ooit een droom gehad en werd je door iemand wakker gemaakt, waarna je boos werd? Omdat ze je droom te vroeg hebben afgekapt? Je ging misschien zelfs weer liggen om je droom terug te halen, alsof het een film was die je opnieuw wilde starten. Je baalde dat de zon opkwam, hield een kussen voor je ogen en kneep ze dicht. Al die tijd had je kunnen zitten hoereren, overspel kunnen plegen of dingen kunnen doen die je in het echte leven niet meer doet. Zoals blowen, gokken of cocaïne snuiven. (Jakobus 1:14-15: ieder wordt verleid door zijn eigen begeerte; de begeerte baart zonde, en de zonde baart, als ze volbracht is, de dood.)


Ook al is het een droom: als het Boek zegt dat het loon van de zonde de dood is (Romeinen 6:23), dan is een droom gevaarlijk. Je kunt er namelijk door worden meegetrokken naar de echte, lichamelijke daad. Een droom is soms een uitnodiging om iets te doen wat je nooit eerder deed, om terug te gaan naar wat God je heeft laten verlaten, of om vast te houden aan wat je probeert los te laten en waar je nu mee worstelt. Wie ’s ochtends terugverlangt naar de droom, laat zien dat de droom een haak in zijn hart heeft geslagen. Zoek de oorzaak daarvan niet bij je slaap, maar bij wat er overdag in je leven is binnengelaten. (Mattheüs 6:22-23: het oog is de lamp van het lichaam.)


Een droom komt ergens vandaan

De Bijbel zegt dat een droom komt door veel drukte en bezigheden (Prediker 5:2, in sommige vertalingen vers 3). Wat je overdag bezighoudt, komt ’s nachts terug.


Je hebt ruzie met iemand en je gaat boos naar bed. Je droomt dat je langs zijn huis reed en een bom gooide, of dat je naar hem toe liep en pang, pang, pang, pang. Hoeveel mensen kunnen dat bevestigen? De volgende ochtend lach je erom, alsof het niets voorstelt. Toch is je vlees bevlekt, want wie in zijn gedachten bevlekt is, trekt zijn vlees mee in de zonde, zelfs onbewust. (Efeziërs 4:26-27: laat de zon niet ondergaan over uw toorn en geef de duivel geen plaats. Mattheüs 5:21-22 en 1 Johannes 3:15: haat is in Gods ogen verwant aan doodslag.)


Zo gaat het ook met seksuele dromen. Je droomt dat je met een vrouw bent, je wordt wakker en je hebt je zaad verloren in je bed. Dat is dezelfde keten: eerst de gedachte, dan de droom, dan het lichaam. Daarom zijn het vuile dromers: dromers die het vlees bevlekken.


Illustratie uit de Bijbel zelf: In Mattheüs 13:24-30 vertelt Jezus Christus over een man die goed zaad zaaide in zijn akker. “Terwijl de mensen sliepen,” kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen de tarwe. Dat is een beeld van onze nachten. De vijand wacht niet tot jij wakker bent. Hij zaait wat hij kan, en hij gebruikt het zaad dat overdag al in je hart is gevallen.


Veelgehoorde excuses, en wat de Bijbel erop zegt

Bij dit onderwerp worden veel excuses gemaakt. Meestal zijn het geen slechte mensen die ze maken, maar mensen die zich schamen of zich niet willen laten corrigeren. Hieronder staan de meest gehoorde, met telkens het antwoord uit de Schrift.


"Het is natuurlijk. Je lichaam doet dat gewoon."

Dit hoor je op school, bij de huisarts en op internet. Maar “natuurlijk” is niet hetzelfde als “goed”. Van nature waren wij kinderen van de toorn (Efeziërs 2:3), en de gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God (Romeinen 8:7). Zelfs in de wet van Mozes werd dit nooit behandeld als iets onbelangrijks (zie volgende punt hieronder). Dat iets vaak voorkomt, maakt het niet normaal in Gods ogen. Dat zien we ook bij leugens, nijd en woede: allemaal “heel menselijk”, en toch werken van het vlees (Galaten 5:19-21).


"Ik lag te slapen. Ik had er geen controle over."

Het is waar dat je in je slaap geen keuzes maakt. Maar de Bijbel zegt dat wat er in je slaap gebeurt, voortkomt uit wat er overdag in je zit. Uit het hart komen kwade gedachten, overspel en hoererij (Mattheüs 15:19). Bewaak daarom je hart boven alles, want daaruit komt het leven voort (Spreuken 4:23). Job sloot een verbond met zijn ogen (Job 31:1) en David zette niets onreins voor zijn ogen (Psalm 101:3). In Nederland, met telefoons, series, sociale media en reclame die ons de hele dag door beelden voorschotelen, is dat een dagelijkse strijd. Wie overdag naar alles kijkt, mag zich niet verbazen over zijn nachten.


"Het is maar een droom. Het is niet echt."

Judas 8 maakt dit onderscheid niet: de dromers bevlekken het vlees. En Jezus Christus zegt dat de zonde in het hart begint (Mattheüs 5:28). Een droom is geen toneelstuk waar je buiten staat. Jakobus laat zien hoe het werkt: begeerte wordt zwanger van zonde, en de zonde baart de dood (Jakobus 1:15). Een droom kan het begin van dat proces zijn.


"Satan heeft geen macht, dit is gewoon mijn brein."

Zie voorgaande punt. Satan heeft wel macht, ook in het denken (2 Korintiërs 10:5: wij nemen elke gedachte gevangen onder de gehoorzaamheid aan Christus). Als het alleen “mijn brein” was, hoefde Paulus nooit te spreken over het gedachteleven als slagveld. Natuurlijk speelt ons lichaam een rol, maar de Bijbel leert dat er ook een geestelijke kant is (Efeziërs 6:12).


"Ik ben getrouwd, dus het is geen probleem."

Het huwelijk is Gods gave: het bed is rein (Hebreeën 13:4) en Spreuken 5:18-19 roept op om je te verheugen in de vrouw van je jeugd. Een droom over je eigen echtgenoot of echtgenote valt daar niet onder de veroordeling van Judas 8. Maar let op: de dromen waar het hier over gaat, gaan bijna altijd over een ander. Dezelfde Hebreeën 13:4 zegt dat God hoereerders en overspelers oordeelt. Getrouwd zijn maakt het dus niet vanzelf “goed”.


"God kent mijn zwakheid. Hij is genadig."

Dat is waar: God is genadig. Maar genade is geen vrijbrief. “Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade groter wordt? Volstrekt niet!” (Romeinen 6:1-2). De genade van God leert ons juist om goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken (Titus 2:11-12). Genade is dus geen reden om het te laten zoals het is, maar kracht om het te laten veranderen. En die kracht is er: God laat niet toe dat je meer wordt verzocht dan je kunt dragen, maar maakt met de verzoeking ook een uitweg (1 Korintiërs 10:13).


"Het is een natuurlijke reiniging. Als je het niet doet, wordt het erger."

De Bijbel zegt: “Ik tucht mijn lichaam en breng het tot slaaf” (1 Korintiërs 9:27). Paulus noemt een lichaam dat uit zichzelf bepaalt wat er gebeurt niet normaal. Ons lichaam is de tempel van de Heilige Geest (1 Korintiërs 6:19-20) en het is Gods wil dat ieder zijn lichaam in heiligheid en eer bezit, niet in hartstochtelijke begeerte (1 Tessalonicenzen 4:3-5). Jozef is het mooiste bewijs dat het kan: hij leefde zonder vrouw, in een vreemd land, en toen de vrouw van Potifar hem verleidde, vluchtte hij (Genesis 39:7-12). Wat God vraagt, is mogelijk.


"Iedereen heeft het, en het is een taboe, daar praat je niet over."

Nederlanders zijn nuchter en direct, maar over dit onderwerp zwijgen we liever. Efeziërs 5:12 zegt dat het beschamend is om erover te spreken, maar dat betekent niet dat we het moeten verbergen. Vers 13 zegt dat het juist door het licht wordt blootgelegd. Zwijgen helpt niemand. En “iedereen doet het” is nooit een goed argument: “Volg de menigte niet in het kwaad” (Exodus 23:2). Wees niet gelijkvormig aan deze wereld, maar word veranderd door de vernieuwing van uw denken (Romeinen 12:2). Jezus Christus zegt dat de brede weg naar het verderf leidt en dat velen die weg bewandelen (Mattheüs 7:13-14).


"Ik doe niemand kwaad. Dit gaat alleen mij aan."

Wat in het verborgen gebeurt, is niet verborgen voor God. “Voor Hem zijn alle dingen naakt en geopend” (Hebreeën 4:13). Ons lichaam is een tempel van de Geest (1 Korintiërs 6:19), dus ook wat niemand ziet, doen we in Zijn tegenwoordigheid. Bovendien blijft het zelden bij jezelf: wie zijn gedachten niet bewaakt, neemt die vroeg of laat mee in hoe hij naar anderen kijkt en met hen omgaat (Mattheüs 12:34).


"Alle dromen komen van God", of: "Dromen betekenen niets."

Beide kanten zijn te simpel. De Bijbel kent dromen die van God komen: Hij waarschuwde mensen in dromen om hen van een verkeerde daad af te houden (Job 33:14-18; Mattheüs 1:20). Maar de Bijbel kent ook valse dromen, en profeten die met leugendromen mensen misleidden (Jeremia 23:25-32). En in de veelheid van dromen zit ook ijdelheid (Prediker 5:6, in sommige vertalingen vers 7). Wat ons helpt, is Johannes’ raad: geloof niet elke geest, maar beproef ze (1 Johannes 4:1). Een droom die ons naar de zonde trekt, komt niet van God (Jakobus 1:13).


Wat God in de wet zei over een "nachtelijk voorval"

Het is opvallend dat God hier al in de wet van Mozes aandacht aan besteedde. Als een man zijn zaad verloor, moest hij zich wassen met water en was hij onrein tot de avond (Leviticus 15:16-17). In het legerkamp moest een man die onrein was geworden door “wat er in de nacht gebeurd was”, het kamp uit, zich bij het vallen van de avond wassen en pas daarna terugkomen (Deuteronomium 23:10-11).


We moeten hier eerlijk zijn: onreinheid in de wet betekent niet altijd dat er persoonlijke schuld is. Ook het huwelijksleven maakte iemand onrein (Leviticus 15:18). Maar één ding is duidelijk: God behandelde het nooit als niets. Er hoorde reiniging bij. Het sluit mooi aan bij Judas 8, waar het vlees “bevlekt” wordt. Wet en evangelie spreken elkaar niet tegen, ze lopen in elkaars verlengde: de wet laat zien dat er reiniging nodig is, en Christus geeft die reiniging werkelijk (Hebreeën 9:13-14).


Wat kun je er praktisch aan doen?

De Bijbel geeft ons geen reden om moedeloos te worden, maar wel handvatten om te vechten:


  • Houd je hart schoon overdag. Denk aan wat waar, eerbaar, rein en lieflijk is (Filippenzen 4:8) en zet niets onreins voor je ogen (Psalm 101:3). Praktisch: kijk kritisch naar wat er op je telefoon, in je series en op sociale media langskomt.

  • Sluit je dag af met God. Spreek in je hart op je bed (Psalm 4:5, in sommige vertalingen vers 4) en denk aan Hem op je legerstede (Psalm 63:7). Laat het laatste wat je in je hoofd hebt niet een scherm zijn, maar gebed en een stuk uit het Boek.

  • Ga niet boos naar bed. Maak het goed voordat de zon ondergaat (Efeziërs 4:26-27).

  • Bewaar Gods woord in je hart. “Uw woord heb ik in mijn hart verborgen, opdat ik niet tegen U zondig” (Psalm 119:11).

  • Trek de wapenrusting van God aan (Efeziërs 6:11-18) en onderwerp je aan God. Weersta de duivel, dan zal hij van je vluchten (Jakobus 4:7).

  • Vlucht voor de verleiding, zoals Jozef deed (1 Korintiërs 6:18; Genesis 39:12). Soms zijn drastische maatregelen nodig (Mattheüs 5:29-30). Haal je telefoon uit je slaapkamer, gebruik een filter en wees streng voor jezelf.

  • Sta er niet alleen voor. Belijd elkaar uw zonden en bid voor elkaar (Jakobus 5:16). Twee zijn beter dan één (Prediker 4:9-10). Zoek een gelovige broeder of zuster of een voorganger bij wie je eerlijk kunt zijn en laat elkaar niet los (Hebreeën 10:24-25).


Er is hoop

Dit alles is niet bedoeld om je te laten wanhopen. Wie wakker wordt na zo’n droom, hoeft niet te denken dat alles voorbij is. Als wij onze zonden belijden, is God getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid (1 Johannes 1:9). Er is geen veroordeling voor wie in Christus Jezus is (Romeinen 8:1). Al waren je zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw (Jesaja 1:18). Een rechtvaardige valt zevenmaal en staat weer op (Spreuken 24:16). Bid zoals David: “Schep mij, God, een rein hart” (Psalm 51:12, in sommige vertalingen vers 10).


Een natte droom is dus geen onschuldig of “normaal” verschijnsel waar we zonder meer overheen mogen stappen. Het is een signaal. Het wijst op wat er in onze gedachten, onze ogen en ons hart leeft, en het laat zien dat de vijand ook ’s nachts probeert binnen te komen. Tegelijk is er een God die reinigt, vergeeft en kracht geeft om anders te leven.


Een droom is gevaarlijk, omdat je door de droom kunt worden meegetrokken naar de daad zelf. Maar de Schrift is het licht dat ons laat zien waar we staan. Wie eerlijk naar de spiegel kijkt, kan veranderen. Wil je hier verder over praten, of wil je met anderen bidden en de Bijbel openen? Je bent van harte welkom bij ons, gemeente De Waarheid Gods.

 
 
 

Opmerkingen


Anker 1
bottom of page