top of page

Wie is de Oude van dagen? Een Bijbelse ontdekkingstocht door Daniël, Genesis en Openbaring.

2 dagen geleden
26 minuten om te lezen

Wie is de Oude van dagen die de profeet Daniël in een nachtelijk visioen op een troon zag zitten? En wie is die "Zoon des mensen" die met de wolken van de hemel komt, tot Hem genaderd wordt en heerschappij, eer en een koninkrijk ontvangt dat nooit zal vergaan? Zag Daniël twee verschillende wezens, de ene op de troon en de andere die iets van Hem aanneemt? En hoe past dit beeld bij Jezus Christus, bij het boek Openbaring en bij de woorden die Jezus Christus zelf sprak?


Dit zijn geen vragen voor theologen alleen. Het zijn vragen voor iedereen die wil weten wie Jezus Christus werkelijk is. Want wie Jezus Christus verkeerd begrijpt, bouwt zijn geloof op een verkeerd fundament. Daarom gaan we in deze studie niet af op traditie of aannames, maar openen we de Schrift, leggen we de teksten naast elkaar en laten we de Bijbel zichzelf uitleggen. Wie de verzen met elkaar in verband brengt, ziet dat alles als de stukjes van een prachtige puzzel op zijn plaats valt.


Bij De Waarheid Gods willen wij precies zo met de Bijbel omgaan: niet kiezen wat ons goed uitkomt, maar alles samen laten spreken, zodat geen enkel vers een ander vers hoeft tegen te spreken. Alle Bijbelcitaten in deze studie zijn waar mogelijk genomen uit de Statenvertaling; de verwijzingen kunt u in elke vertaling nalezen. Let op: in sommige vertalingen is de nummering van Jesaja 9 een vers later (9:6 in plaats van 9:5).


In Nederland is deze vraag actueler dan we denken. Veel Nederlanders groeiden op met een vaag beeld van "God", "Jezus" en "de Geest" als drie aparte figuren, of ze geloven alleen nog in "iets hogers". Wie zegt dat hij christen is, kan vaak niet uitleggen wie Jezus Christus nu eigenlijk is. Daarom is helderheid hierover geen detail, maar de kern.


Het beeld in Daniël 7: Een troon, een Oude van dagen en een Zoon des mensen

We beginnen bij het visioen zelf. Daniël schrijft in hoofdstuk 7, vers 9 en 10: "Ik zag, totdat de tronen nedergezet werden, en de Oude van dagen Zich zette; Wiens kleding was wit als sneeuw, en het haar Zijns hoofds als zuivere wol; Zijn troon was een vuurvlam, de raderen daarvan een brandend vuur. Een vurige stroom vloeide en ging uit van voor Zijn aangezicht; duizend maal duizend dienden Hem, en tienduizend maal tienduizend stonden voor Hem; het gericht werd gezeten, en de boeken werden geopend."


Let op hoe sterk het beeld is: witte kleding, wit haar, een troon van vuur, een stroom van vuur en ontelbare dienaren. Dit is het beeld van God op Zijn troon, in al Zijn majesteit.


Daarna komt het vers waar alles om draait. Daniël 7:13-14: "Ik zag in de nachtgezichten, en zie, er kwam een met de wolken des hemels, als een Zoon des mensen, en hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden hem voor Dien naderen. En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het koninkrijk, opdat al de volken, natiën en tongen Hem zouden dienen; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal voorbijgaan, en Zijn koninkrijk, dat niet zal verdorven worden."


Er zijn dus drie dingen die we goed moeten zien. Ten eerste: Daniël ziet dit "in de nachtgezichten". Het is een visioen, geen voorstelling van zaken zoals ze op dat moment in de hemel plaatsvinden. Ten tweede: er wordt iemand "tot de Oude van dagen" gebracht. Ten derde: aan Hem wordt "gegeven": heerschappij, eer en een koninkrijk dat nooit eindigt.


Wie zijn "zij" die Hem naderbrengen?

In vers 13 staat: "zij deden hem voor Dien naderen." Sommigen denken hier aan drie goddelijke personen die samen iets besluiten. Maar dat staat er niet. De Bijbel zegt zelf wie dienen en naderbrengen: de engelen. Zij zijn boodschappers van God. Hebreeën 1:14 noemt hen "dienstbare geesten", uitgezonden om te dienen, en in Daniël 7:10 zijn het juist de duizendmaal duizend die God dienen. Dat "zij" Hem naderbrengen betekent dus eenvoudig dat de hemelse dienaren Hem voor Gods troon brengen.


Wat betekent "dienen"?

In Daniël 7:10 staat dat duizend maal duizend Hem "dienden". Dat betekent eenvoudig: zij bewezen Hem dienst. Het zegt niets over preken. Je kunt immers niet preken tot Iemand die al alles weet. Van Jezus Christus staat in Johannes 2:25 dat Hij "wist wat in den mens was", en Petrus zegt in Johannes 21:17: "Heere, Gij weet alle dingen." Ook van Jezus Christus zelf lezen we dat engelen Hem dienden (Matteüs 4:11) en dat vrouwen Hem dienden van hun bezittingen (Lukas 8:2-3). Dienen is dienst bewijzen, geen onderwijs geven.


Een alledaags voorbeeld: wie in een Nederlands restaurant wordt "bediend", wordt niet onderwezen door de ober. De ober dient, de gast wordt gediend. Zo is het ook in Daniëls visioen: de hemelse legers dienen de Oude van dagen.


De sleutel: Openbaring 5 beschrijft hetzelfde tafereel

Wie wil weten wat Daniël zag, moet naar Openbaring 5 gaan. Johannes schrijft daar (vers 1-4): "En ik zag in de rechterhand van Hem, Die op den troon zat, een boek, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegelen. En ik zag een sterken engel, die met een groote stem uitriep: Wie is het waardig het boek te openen, en zijn zegelen te verbreken? En niemand, noch in den hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde, kon het boek openen, noch erin zien. En ik weende zeer, omdat niemand waardig gevonden werd het boek te openen en te lezen, noch om erin te zien."


Let goed op de taal van de Bijbel. Er worden drie gebieden genoemd: de hemel, de aarde en de plaats onder de aarde. "Niemand in de hemel" betekent: geen enkele engel. "Niemand op de aarde" betekent: geen enkel mens uit de menselijke familie. "Niemand onder de aarde" betekent: niemand in het graf. In alle drie de gebieden was er niemand die het boek kon openen. Daarom weende Johannes.


Een voorbeeld uit het dagelijks leven: stel dat een zaak voor de rechter komt en er wordt een verzegeld dossier gepresenteerd dat alleen de rechtmatige eigenaar mag openen. Als niemand in de zaal kan aantonen dat hij dat is, dan blijft het dossier dicht, hoe graag iedereen het ook wil weten. Dat is het gevoel van Johannes op dat moment.


"Ween niet": de Leeuw heeft overwonnen

Dan gebeurt er iets. Vers 5: "En een van de ouderlingen zeide tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw, Die uit den stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen om het boek te openen en zijn zeven zegelen te openen."


Let op de woorden "heeft overwonnen". Dat staat in de voltooide tijd. De overwinning is al behaald. Dit is de eerste belangrijke aanwijzing. Het boek Openbaring is een boek over verleden, heden en toekomst (Openbaring 1:19: "Schrijf de dingen die gij gezien hebt, en die zijn, en die na dezen geschieden zullen"). Wat Johannes hier ziet, is dus voor een groot deel al gebeurd. Hij heeft ook zelf met Jezus Christus gewandeld en met Hem gesproken (Johannes 21:20-24; 1 Johannes 1:1-3). Hij zag in dit visioen de uitkomst van wat hij zelf van nabij had meegemaakt.


Wie is de Leeuw uit de stam van Juda? Het antwoord in Genesis 49

Wie is die Leeuw? Daarvoor gaan we terug naar Genesis 49. Jakob lag op sterven en riep zijn zonen bij zich. Hij sprak over Ruben, Simeon, Levi, Issachar, Dan, Naftali en de anderen. Maar bij Juda zegt hij iets dat bij niemand van de anderen te vinden is. Genesis 49:8-9: "Juda, gij zijt het, dien uw broederen zullen loven; uw hand zal zijn in den nek uwer vijanden; voor u zullen zich buigen uws vaders kinderen. Juda is een leeuwenwelp; gij zijt van den roof opgeklommen, mijn zoon; hij kromt zich, hij legert zich als een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem opwekken?"


De scepter wijkt niet van Juda

Vers 10: "De scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt; en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn."


Wat is een scepter? Een scepter is een staf, en een staf is een roede. Zo spreekt de Bijbel ook over de Messias: een roede die uit de tronk van Isaï voortkomt, een scheut uit zijn wortels, op wie de Geest des HEEREN rust (Jesaja 11:1-2). Jezus Christus kwam uit het zaad van David en uit het stadje Bethlehem waar David was (Johannes 7:42; Micha 5:1). De scepter, het gezag, zou dus niet van Juda wijken, "totdat Silo komt". En dat is geen kerkgenootschap dat Silo heet. Het is een naam voor de Vredebrenger, de Messias zelf: totdat Jezus Christus komt.


Een Nederlands beeld daarbij: denk aan de inhuldiging van een koning, waarbij de scepter, de kroon en de rijksappel worden overhandigd. Wie de scepter heeft, heeft het gezag. Zo wijst Jakob vooruit naar de Koning uit Juda aan wie het gezag werkelijk toekomt.


Alle volken worden tot Hem verzameld

"Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn", of, zoals het ook kan worden weergegeven, "tot Hem zal de vergadering der volken zijn". Alles wijst naar één Persoon. Jezus Christus zei: "Ik, als Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal allen tot Mij trekken" (Johannes 12:32).


Hij bindt zijn veulen aan de wijnstok

Vers 11: "Hij bindt zijn veulen aan den wijnstok, en het jong van zijn ezelin aan den edelen wijnstok; hij wast zijn kleed in wijn, en zijn bekleedsel in druivenbloed."


Dit vers staat vol beelden die we terugvinden in het leven van Jezus Christus.


  • Binden betekent dichtbij brengen. Jezus Christus zei: "Ik heb ook andere schapen, die niet uit deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik leiden" (Johannes 10:16). Hij bindt zijn kudde aan Zich.

  • De wijnstok. "Ik ben de ware wijnstok, en Mijn Vader is de landman" (Johannes 15:1). Een wijnstok groeit om je heen. Zo groeiden de woorden van Jezus Christus om zijn volgelingen heen. Zij moesten zich als het ware wikkelen in zijn leer.

  • Het veulen van de ezelin. Toen Jezus Christus Jeruzalem binnenreed op een ezel, vervulde Hij de profetie (Zacharia 9:9; Matteüs 21:1-7). Hij zei tot zijn leerlingen dat ze het veulen moesten halen, "want de Heere heeft hem nodig".

  • De edele wijnstok. Dat spreekt van uitverkiezing. Hij was uitgekozen, voorgekend vóór de grondlegging der wereld (1 Petrus 1:20; Efeze 1:4). Hij, de Zoon des mensen die komen zou.

  • Zijn kleed in wijn gewassen, zijn bekleedsel in druivenbloed. Toen de soldaat Zijn zijde doorstak, kwam er bloed en water uit (Johannes 19:34). Toen werd dit vers vervuld. Het bloed van de druif kleurde zijn kleed. Daarom lezen we in Openbaring 19:13: "En Hij was bekleed met een kleed in bloed gedoopt, en Zijn naam heet: Het Woord Gods."


Rode ogen en witte tanden

Vers 12: "De ogen zijn rood van wijn, en de tanden wit van melk."


Dat betekent niet dat Hij een mooie glimlach had. Melk staat in de Bijbel voor wijsheid en het Woord (1 Petrus 2:2 spoort aan om als pasgeboren kinderen te verlangen naar de redelijke, onvervalste melk van het Woord). Let op: de melk is niet op de tong te zien, maar op de tanden. De tong dient om te proeven, de tanden dienen om te verkleinen. Als je eet, kauw je het voedsel fijn met je tanden. Zo gebruikt Hij de wijsheid van God om het Woord van God "kleiner te maken", zodat het te verteren is. Daarom openbaarde Hij de dingen aan de profeten en de apostelen, en zij maakten het duidelijk (Efeze 3:3-5; Hebreeën 5:12-14).


Zoals een goede kok of een goede leraar een moeilijk gerecht of onderwerp in hapklare stukken verdeelt, zo verdeelt de Heer de diepe waarheden zodat gewone mensen ze kunnen begrijpen. Een kind in een Nederlandse klas leert ook niet in één dag het hele rekenboek, maar stap voor stap.


De vierentwintig oudsten en het Lam dat "als geslacht" staat

Terug naar Openbaring 5. Een van de oudsten spreekt tot Johannes. Wie zijn die oudsten? Openbaring 4:4 vertelt dat er rond de troon vierentwintig tronen waren, met vierentwintig oudsten, bekleed met witte kleren en met gouden kronen op hun hoofd. Waarom vierentwintig? Twaalf plus twaalf. In het Oude Testament waren er twaalf stammen van Israël. Toen Jezus op aarde kwam, koos Hij twaalf mannen en maakte hen tot apostelen (Matteüs 10:1-2). Oude Testament: twaalf stammen. Nieuwe Testament: twaalf apostelen. Samen vierentwintig. De oudsten stellen dus de profeten van weleer en de apostelen van de nieuwe tijd voor. Ook de nieuwe stad Jeruzalem draagt de namen van beide: twaalf poorten met de namen van de stammen en twaalf fundamenten met de namen van de apostelen (Openbaring 21:12-14).


Dan vers 6: "En ik zag, en zie, in het midden van den troon en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen stond een Lam, als geslacht zijnde, hebbende zeven hoornen en zeven ogen, welke zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gansche aarde."


Wat wordt hier gezien? Een Lam dat "staat", maar eruitziet "als geslacht". Het leek alsof het gedood was. Dat is een belangrijk detail. Wat Johannes zag, was iets dat al op aarde had plaatsgevonden. Het is geschreven dat het volk een moordenaar vrijliet en de Overste des levens doodde (Handelingen 3:14-15). Die dood vond hier op aarde plaats. Johannes zag dus geen herhaling van die dood, geen nabootsing, maar een terugblik. Hij zag het verleden. Hij zag "wat geweest is".


Hij was, Hij is en Hij zal zijn

Dat sluit aan bij de manier waarop de Bijbel over God en over Jezus Christus spreekt. Hebreeën 13:8: "Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde, en in der eeuwigheid." In Openbaring 1:4 en 1:8 wordt gesproken over Hem "Die is, en Die was, en Die komen zal". Dat geldt niet alleen voor de Persoon, maar ook voor de gebeurtenissen. Wat was, wat is en wat komt, het zit allemaal in dezelfde Bijbel, en als je dat ziet, valt alles op zijn plaats als een prachtige puzzel.


Denk aan een puzzel van duizend stukjes. Zolang je alleen de stukjes van de rand bekijkt, begrijp je het plaatje niet. Pas als je de stukjes uit Daniël, Genesis, Jesaja, het Evangelie en Openbaring naast elkaar legt, verschijnt het hele beeld. Zo is het ook met de Schrift.


De zeven hoornen en zeven ogen

Het Lam heeft "zeven hoornen en zeven ogen, welke zijn de zeven Geesten Gods". Zacharia 4:10 legt dit beeld uit: dit zijn "de ogen des HEEREN, die over de gehele aarde heenlopen". Het is de volheid van Gods Geest, zoals Jesaja 11:2 die zevenvoudig beschrijft: de Geest van wijsheid en verstand, van raad en sterkte, van kennis en vreze des HEEREN. Het Lam is dus niet iemand los van God, maar Degene in wie de volle Geest van God zichtbaar werkt.


Daniël en Johannes zien dezelfde gebeurtenis

Dan komt het vers waar het om draait. Openbaring 5:7: "En Hij kwam, en nam het boek uit de rechterhand van Hem, Die op den troon zat."


Dit is hetzelfde wat Daniël zag: de Messias die tot de Oude van dagen komt. En hier zijn veel mensen op verdwaald. Zij denken dat er twee personen in de hemel zijn: een "kleine Jezus" die naar een "grote God" toe gaat en Hem iets afneemt. Maar zij begrijpen niet wat dit beeld, deze goddelijke beeldtaal, voorstelt: de Messias die aan God ontvangt. Johannes zag dezelfde gebeurtenis als Daniël. Alleen: Daniël zag haar vooraf, Johannes zag haar achteraf.


Wat is het verschil? Daniël kreeg een visioen van een toekomstige gebeurtenis. Johannes kreeg een visioen van een gebeurtenis uit het verleden. Dezelfde gebeurtenis, vanuit twee tijden bekeken.


Lees niet alleen, maar begrijp

Daarom is lezen niet genoeg. In Daniël 9:25 staat: "Weet dan en versta." Het gaat niet om alleen lezen, maar om verstaan. Veel mensen zeggen: er is geen verborgenheid, het staat er toch zoals het er staat? Maar zo werkt het niet. Zelfs de kamerling uit Ethiopië, die Jesaja las, zei tegen Filippus: "Hoe zou ik kunnen, indien mij niet iemand de weg wijst?" (Handelingen 8:30-31). Jezus Christus zelf "opende hun het verstand, opdat zij de Schriften verstonden" (Lukas 24:45). En Hij dankte de Vader dat Hij deze dingen voor wijzen en verstandigen had verborgen en aan kinderkens geopenbaard (Matteüs 11:25).


Een veelgehoord excuus in Nederland is: "Het is toch allemaal maar interpretatie?" Maar wie het contract van zijn hypotheek leest, leest ook niet "gewoon wat er staat". Hij laat het uitleggen en vergelijkt het met de wet. Zo laten wij de Bijbel zichzelf uitleggen, vers met vers (Jesaja 28:10: "gebod op gebod, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig").


Daniël 9: de Messias, de Vorst

In dit verband is Daniël 9 belangrijk. Vers 25-26: "Weet dan en versta, dat van den uitgang des woords om Jeruzalem te herstellen en te bouwen, tot den Gezalfde, den Vorst, zeven weken zullen zijn en twee en zestig weken; de straat zal weder gebouwd worden, en de gracht, ook in benauwdheid der tijden. En na die twee en zestig weken zal de Gezalfde uitgeroeid worden, en niet voor Zichzelven." Let op de toon: "zullen zijn", "zal worden". De Messias was nog niet geboren. Dit zijn dingen die zullen gebeuren. God gaf Daniël een tegenwoordig visioen van een toekomstige gebeurtenis. Toen Johannes het zag, was het een tegenwoordig visioen van een verleden gebeurtenis.


Wie zag Daniël precies? Niet de mens Jezus, maar de belofte

Daniël 7:13 zegt: "als een Zoon des mensen". Dat was niet Jezus Christus in vlees en bloed, in een menselijk lichaam. Dat kan niet, want Maria bestond toen nog niet. Daniël leefde ruim vijfhonderd jaar voor de geboorte van Christus. Het is een klein detail dat men gemakkelijk over het hoofd ziet: het kind uit de maagd (Jesaja 7:14; Lukas 1:26-35) was in Daniëls dagen nog niet geboren. Toen de Zoon des mensen over de aarde liep, leefde deze profeet allang niet meer.


Wat zag Daniël dan? Hij zag wat er komen zou. Hij zag "als een Zoon des mensen" (let op: "als"), het beeld, de belofte van wat God zou doen.


Waarom "met de wolken des hemels"?

Dat Hij met de wolken komt, laat zien waar Hij vandaan komt: van God, uit de hemel. In de Bijbel zijn wolken altijd verbonden met Gods tegenwoordigheid (Exodus 13:21; 19:9; Psalm 104:3; Jesaja 19:1). Het komen met wolken betekent dus dat de belofte van God uit de hemel zou komen. Daniël zag de vervulling van de belofte naderen, langzaam maar zeker, vanuit de hoogte.


Jezus Christus zei het zelf zo: "Ik ben van God uitgegaan" (Johannes 8:42) en "Ik ben van den Vader uitgegaan, en in de wereld gekomen" (Johannes 16:28). Hoe kwam Hij van God? Door de belofte. Het Woord dat uit de hemel kwam (Johannes 6:38: "Ik ben uit den hemel nedergekomen"), is het Woord dat vlees werd. Johannes 1:1 en 14: "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God... En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond." God schiep door de kracht van Zijn Woord (Psalm 33:6), en toen Hij Zijn belofte in een daad omzette, werd het Woord vlees. Een oud geschrift buiten de Bijbel, de Wijsheid van Salomo (18:15), gebruikt hetzelfde beeld wanneer het zegt dat het almachtige Woord uit de hemel neersprong. Wij bouwen onze geloofsleer op het gehele boek, de Schrift zelf zegt in; Johannes 1 en Psalm 107:20 hetzelfde.


Dus als de Zoon des mensen in Daniël met de wolken komt, ziet Daniël Gods Woord dat vorm zal aannemen. De belofte van die gedaante komt uit de hemel. Dat weerspiegelt ook Jesaja 9:5: "Want ons is een Kind geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en Men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raadsman, God, Held, Vader der eeuwigheid, Vredevorst."


Een kind "is geboren", terwijl het nog niet geboren was

Let op de tegenwoordige tijd in Jesaja 9:5: "een Kind is geboren". Maar toen Jesaja dit schreef, was Maria er nog niet en was Jezus Christus niet geboren. Jesaja sprak door de Geest in de tegenwoordige tijd over iets wat nog moest komen. Zo spreekt God. Romeinen 4:17 zegt het zo: God is Hij "Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, gelijk als die er zijn." God spreekt over dingen die nog niet bestaan alsof ze al bestonden, omdat ze in Zijn plan al vaststaan.


Dat is precies wat in Romeinen 4:17 gebeurt met Abraham: "Ik heb u gesteld tot een vader van vele volken" (Genesis 17:5). Abraham had op dat moment nog geen enkel kind van Sara, en toch noemde God hem al vader van vele volken, alsof het al was gebeurd.


Een Nederlands voorbeeld: wie een huis koopt, tekent bij de notaris de akte. Vanaf dat moment is het huis wettelijk van hem, ook al krijgt hij pas over een paar weken de sleutel en woont er nog de oude eigenaar. Zo is het ook met een belofte van God: ze is zo zeker dat God haar als reeds vervuld mag noemen. "Belofte maakt schuld", zeggen wij; bij God is een belofte zelfs een voldongen feit.


Wie dit ziet, begrijpt dat de profeten niet in verwarring waren. Wie denkt dat er meerdere goden in de hemel zijn, omdat Daniël iemand ziet naderen en ontvangen, mist de sleutel: de Schrift spreekt over wat komt alsof het er al is.


"Hem werd gegeven": de volmacht van de Zoon

Daniël 7:14 zegt dat Hem "gegeven werd heerschappij, en eer, en het koninkrijk". Wanneer is dit vervuld? Jezus Christus vertelt het zelf na Zijn opstanding, in Matteüs 28:18: "Mij is gegeven alle macht in den hemel en op de aarde."


Stel nu de vraag: heeft God alle macht? Ja. Hij is de Almachtige. Maar Jezus Christus zegt dat Hem alle macht is gegeven, in hemel en op aarde. Alle macht! Als Hij alle macht heeft en Hij niet God zou zijn, welke macht heeft God dan nog? Volgens de Bijbel is alle macht aan Jezus Christus gegeven. Dat is alles wat God heeft. Dat past bij wat Jezus Christus eerder zei: "Alles wat de Vader heeft, is het Mijne" (Johannes 16:15; 17:10), en bij wat Johannes 13:3 vertelt: dat de Vader Hem alles in de handen had gegeven.


Daarom schrijft Paulus in Filippenzen 2:6 dat Hij, "in de gestalte Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn". Jezus Christus hoefde niet naar die gelijkheid te grijpen, want Hij was die al. Hij is de Almachtige God, geopenbaard in het vlees. Dat is wat 1 Timotheüs 3:16 zegt: "God is geopenbaard in het vlees."


De Zoon geeft zich over aan de wil van de Vader

Dit betekent ook dat de Zoon, de mens Jezus Christus, zich onderwierp aan de wil van de Oude van dagen. Hij zei: "Ik kan van Mijzelven niets doen" (Johannes 5:30) en "Ik ben uit den hemel nedergekomen, niet opdat Ik Mijn wil doe, maar den wil desgenen, Die Mij gezonden heeft" (Johannes 6:38). En Paulus schrijft dat de Zoon aan het einde ook zelf zal worden onderworpen aan Hem die Hem alle dingen heeft onderworpen, "opdat God zij alles in allen" (1 Korinthe 15:24-28).


Veel mensen denken: hier is Jezus Christus, daar is de Oude van dagen. Maar luister goed wat Jezus Christus zegt: "Wie Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien... Gelooft gij niet, dat Ik in den Vader ben, en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, spreek Ik van Mijzelven niet; maar de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken" (Johannes 14:9-10). De Vader, de Oude van dagen, is in Hem. Daarom werd ook het sterfelijke lichaam, het vlees, "Zoon" genoemd, en niet de Geest die het bewoonde.


Een gewoon voorbeeld: dezelfde man kan thuis vader zijn, voor zijn eigen moeder een zoon, en op zijn werk een collega of leidinggevende. Hij is niet drie mensen, maar één persoon met verschillende rollen en verhoudingen. Zo spreekt de Bijbel over de ene God in verschillende hoedanigheden, terwijl Hij steeds dezelfde is.


Komt Hij op eigen houtje tot de Vader?

Nee. Hij kwam niet op eigen gezag. Dat Hij tot de Vader komt, betekent de vervulling van de profetie. Hij zei: "Ik doe niets van Mijzelven" en "de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken" (Johannes 5:19; 14:10). Dat Hij met de wolken komt, betekent dat de Zoon des mensen gezonden is: "Ik ben niet van Mijzelven gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden" (Johannes 8:42). Het lichaam kwam niet van de Vader in de zin dat het al bestond, maar de belofte kwam van de Vader. Wat Daniël zag en wat Johannes zag, was hoe die belofte eruit zou zien.


Wie dan toch denkt dat een "kleine God" naar een "grote God" komt, vergeet dat Maria in de dagen van Daniël geen zoon had. Er is één God (Deuteronomium 6:4: "Hoor, Israël, de HEERE, onze God, de HEERE is één"). Pas als je ziet dat Schrift met Schrift in harmonie is, valt alles op zijn plaats. Dan klopt het geheel prachtig.


Een nieuw lied: Alleen Hij is waardig

Openbaring 5:8-9 gaat verder: "En toen Hij het boek genomen had, vielen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen neder voor het Lam, hebbende een iegelijk citers en gouden schalen vol reukwerks, welke zijn de gebeden der heiligen. En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig het boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht en taal en volk en natie."


Wie is waardig? Alleen Jezus Christus. Hij alleen was waardig om te nemen wat de profeten hadden aangekondigd en wat in de Schrift was beschreven te worden vervuld. Hij kon dat, omdat Hij werkelijk als mens kwam: geslacht, gedood, en Zijn bloed werd vergoten.


Waarom moest God in het vlees komen?

Hier komt een diepe waarheid. God is een Geest (Johannes 4:24). Een geest heeft geen vlees en beenderen (Lukas 24:39). En de Bijbel zegt over God drie dingen die Hem onderscheiden van ons: Hij kan niet liegen (Titus 1:2; Hebreeën 6:18), Hij kan niet sterven (1 Timotheüs 6:16: "Die alleen onsterfelijkheid heeft"), en een Geest heeft geen bloed om te vergieten. Maar zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving (Hebreeën 9:22).


Zeg niet te gemakkelijk: God kan alles. Er zijn dingen die God niet kan: liegen, sterven, bloed vergieten. Daarom moest Hij verschijnen in een lichaam van vlees en bloed. "Dewijl dan de kinderen het vlees en bloed deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelver deelachtig geworden" (Hebreeën 2:14). "Gij hebt Mij een lichaam toebereid" (Hebreeën 10:5). En Paulus zegt in Handelingen 20:28 dat God de gemeente heeft verkregen "door Zijn eigen bloed".


Daarom is er een duidelijk onderscheid in de namen die de Bijbel gebruikt. Alles wat over het vlees wordt gezegd, spreekt over de mens: Zoon, Zoon des mensen, Zoon van God, Verlosser, Zoon van David, Leeuw uit de stam van Juda, Wortel Davids, Lam Gods, offer, Man van God, Middelaar (1 Timotheüs 2:5: "de mens Christus Jezus"). Maar de Geest die in die mens woonde, is de Oude van dagen, de grote "IK BEN" (Exodus 3:14; Johannes 8:58), Jehovah, de Heere God, de Almachtige, de Heere der heirscharen, de Heere, de machtige God, de Vader der eeuwigheid (Jesaja 9:5). Die Vader der eeuwigheid was in de Vredevorst. "Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk" (Kolossenzen 2:9).


Het is als een mens en zijn kleding of woning: je ziet het huis, maar de bewoner is wie er werkelijk toe doet. Zo zag men het lichaam, de mens Jezus, maar in dat lichaam woonde God zelf. Paulus noemt het "een grote verborgenheid" die nu geopenbaard is (1 Timotheüs 3:16; Kolossenzen 1:26-27).


Wie is dan de Oude van dagen?

Als we alles bij elkaar leggen, komen we uit bij één antwoord: de Oude van dagen is de ene, eeuwige God, de Geest die Zich in Jezus Christus heeft geopenbaard. De Zoon des mensen die Daniël zag, was de belofte van het lichaam waarin Hij zou komen. Het lichaam, de mens, werd "Zoon" genoemd; de Geest die in dat lichaam woonde, is de Oude van dagen, de Vader. Zo is er geen tegenstelling tussen Daniël 7 en Openbaring 5, tussen Genesis 49 en het Evangelie, tussen "de Vader" en "de Zoon". Alles komt samen in de ene God die Zijn belofte vervulde en mens werd.


Er is nog een mooi bewijs dat de Bijbel zelf geeft. In Openbaring 1:13-18 ziet Johannes "Een, den Zoon des mensen gelijk", en over Hem staat: "Maar Zijn hoofd en haren waren wit, gelijk witte wol, als sneeuw", precies het beeld van de Oude van dagen uit Daniël 7:9. En die Persoon zegt: "Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste, en Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid" (Openbaring 1:17-18). Jesaja 44:6 zegt dat de HEERE, de Koning van Israël, de Eerste en de Laatste is, en dat er buiten Hem geen God is. Dezelfde titel, dezelfde beschrijving: de Oude van dagen en de Zoon des mensen zijn één en dezelfde God, zichtbaar in het vlees.


Ook de profeet Micha wijst hierheen: de Heerser uit Bethlehem heeft "uitgangen van overlang, van de dagen der eeuwigheid" (Micha 5:1). Hij is dus zowel Kind van Bethlehem als Degene die van oudsher is. Ook Jesaja zag de HEERE op een hoge troon (Jesaja 6:1-5), en Johannes 12:41 zegt: "Dit zeide Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak." De Heere der heirscharen die Jesaja zag, is Jezus Christus.


Alles valt op zijn plaats

Wie de Schrift zo leest, ziet dat de Bijbel zichzelf niet tegenspreekt. Er is één God (Jesaja 45:5; 1 Timotheüs 2:5). Die ene God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende (2 Korinthe 5:19). En wie niet door God gezonden en onderwezen is, kan deze dingen niet uit elkaar halen en de Bijbel niet in harmonie brengen. Maar zodra het in harmonie komt, valt het mooi op zijn plaats. Wie zo leest, ziet dat de theorieën over twee goden, drie goden of vijf goden niet standhouden, want de Schrift zelf maakt het duidelijk: "Hoor, Israël, de HEERE, onze God, de HEERE is één" (Deuteronomium 6:4). Jezus zelf citeerde dat vers als het grootste gebod (Markus 12:29).


Veelgehoorde bezwaren, en wat de Bijbel erop antwoordt

Bij gesprekken over dit onderwerp, op het werk, in de kerk of aan de keukentafel, komen steeds dezelfde bezwaren terug. Hieronder staan de belangrijkste, met een antwoord dat de Bijbel zelf geeft. Wie deze verzen naast elkaar legt, ziet dat er geen enkel echt conflict is.


"Daniël ziet toch twee personen: iemand op de troon en iemand die komt. Dus zijn er twee."

Een visioen laat dingen zien in beelden. In Openbaring 1 ziet Johannes de Zoon des mensen met witte haren, zoals de Oude van dagen, en Hij zegt: "Ik ben de Eerste en de Laatste". Wie het beeld van Daniël 7 als twee naast elkaar bestaande goden leest, moet Jesaja 44:6, 44:8 en 45:5 schrappen: "Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God." God spreekt daar zelf. Beide zijn waar als de Zoon des mensen het zichtbare lichaam is waarin de ene God verschijnt.


"Jezus Christus bad toch tot de Vader? Dan zijn het toch twee?"

Jezus Christus was volledig mens. Hij nam "de gestalte eens dienstknechts aan" (Filippenzen 2:7) en leefde in "de dagen Zijns vleesches" "in de dagen Zijns vleses" gebeden en smekingen opdroeg (Hebreeën 5:7). In Gethsemane bad Hij: "Niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij" (Matteüs 26:39). Een mens bidt tot God; dat bewijst Zijn werkelijke menselijkheid. Maar dezelfde Jezus Christus zei ook: "Ik en de Vader zijn één" (Johannes 10:30) en "Wie Mij gezien heeft, heeft den Vader gezien" (Johannes 14:9). Beide zijn waar: Hij is mens én God.


"Maar Jezus Christus zit toch aan de rechterhand van God? Dan zijn er twee."

Psalm 110:1 zegt: "De HEERE heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand." Jezus Christus gebruikte juist dit vers om de Farizeeën een vraag te stellen: als David Hem "Heere" noemt, hoe is Hij dan zijn Zoon? (Matteüs 22:41-46). Het antwoord: Hij is beide, de Zoon van David naar het vlees en de Heere naar de Geest (Romeinen 1:3-4). De rechterhand is in de Bijbel het beeld van macht en kracht (Exodus 15:6; Lukas 22:69: "de rechterhand der kracht Gods"). Zitten aan de rechterhand betekent: alle macht ontvangen, precies wat Matteüs 28:18 zegt.


"De Vader is meerder dan Ik, zei Jezus Christus zelf (Johannes 14:28)."

Dat zei de Zoon als mens. Hebreeën 2:7 zegt dat Hij "een weinig minder dan de engelen" is gemaakt, en Filippenzen 2:7-8 dat Hij Zichzelf vernederde. In Zijn menselijke gestalte was Hij minder; naar Zijn Godheid was Hij één met de Vader (Johannes 10:30). Dezelfde Jezus Christus kon zeggen: "Voor Abraham was, ben Ik" (Johannes 8:58), woorden waarom de Joden stenen opnamen.


"Maar Jezus Christus wist de dag en het uur niet (Matteüs 24:36)."

Als mens had Hij beperkingen; Hij werd moe (Johannes 4:6), had honger (Matteüs 4:2) en sliep in de boot (Matteüs 8:24). Maar dezelfde Jezus Christus zei dat Hij de gedachten van mensen kende (Matteüs 9:4), en Petrus beleed: "Heere, Gij weet alle dingen" (Johannes 21:17). Menselijke beperking en goddelijke kennis staan niet tegenover elkaar, maar wijzen op twee kanten van één Persoon.


"Er staat in Genesis 1:26: 'Laat Ons maken'. Dus is God meer dan één."

Vers 27 vervolgt direct: "En God schiep den mens naar Zijn beeld", in het enkelvoud. En Jesaja 44:24 zegt: "Ik ben de HEERE, Die alle dingen doet, Die de hemelen alleen uitbreidt, Die de aarde uitspreidt, wie is met Mij?" God sprak over wat Hij in Zijn eigen raad en Woord had besloten (Efeze 1:11; Johannes 1:3). Ook wij kennen het gebruik van "wij" voor één persoon, zoals de majesteitelijke meervoudsvorm van een vorst of bestuurder.


"Maar Mattheüs 28:19 noemt toch de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?"

Let op het enkelvoud: "in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes". Niet "namen", maar één Naam. Welke is die Naam? Jezus Christus zegt: "Ik ben gekomen in den Naam Mijns Vaders" (Johannes 5:43) en: "de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam" (Johannes 14:26). Die Naam is Jezus Christus. En Petrus, die dit bevel direct hoorde, deed wat het zei: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus" (Handelingen 2:38). Zo spreekt de Bijbel zichzelf niet tegen: Vader, Zoon en Heilige Geest zijn titels van de ene God, en Zijn Naam is Jezus (Handelingen 4:12; Kolossenzen 3:17).


"Bij de doop van Jezus Christus waren toch alle drie aanwezig? (Matteüs 3:16-17)"

Dat God op meerdere manieren tegelijk werkzaam is, is geen probleem voor de ene God die hemel en aarde vervult (Jeremia 23:24). De stem uit de hemel, de duif en de mens in het water laten zien dat God groot genoeg is om zich op meerdere manieren kenbaar te maken. Johannes 3:13 laat zien dat de Zoon des mensen op aarde sprak en tegelijk "in den hemel was". De Zoon des mensen is dus niet beperkt tot één plaats: wat Hij is naar de Geest, vervult hemel en aarde.


"Wie bestuurde dan het heelal toen Jezus Christus een baby in de kribbe was?"

De Geest van God is overal tegelijk (Psalm 139:7-10; Jeremia 23:24). Hij kon zich in een mens openbaren zonder op te houden God te zijn. Kolossenzen 1:16-17 zegt dat in Hem alles bestaat. In de kribbe lag de mens; "Immanuël, God met ons" (Matteüs 1:23). Daar valt het vaak in de Nederlandse kersttijd stil, met kerststallen en kerstmarkten, maar de boodschap is veel groter dan een gezellig tafereel: God zelf kwam bij ons wonen.


"Een mens kan toch geen God zijn?"

Numeri 23:19 zegt: "God is geen man, dat Hij liegen zou." Dat is waar: God is niet een mens. Maar niets weerhoudt Hem ervan zich in een mens te openbaren. "Zou den HEERE enig ding te wonderlijk zijn?" (Genesis 18:14). "Voor God is geen ding onmogelijk" (Lukas 1:37). God was in Christus (2 Korinthe 5:19). Het gaat niet om een mens die God wordt, maar om God die in de mens Jezus Christus kwam.


"Het is allemaal een mysterie, daar moet je niet over nadenken."

Er is wel een "verborgenheid", maar die is "geopenbaard" (Kolossenzen 1:26; 1 Timotheüs 3:16). De Bijbel roept ons juist op om te onderzoeken. De Bereeërs "onderzochten dagelijks de Schriften, of die dingen alzo waren" en werden "edeler" genoemd (Handelingen 17:11). "Open mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen uit Uw wet" bidt de psalmist (Psalm 119:18).


"Zoveel kerken en zoveel mensen geloven al eeuwen in drie personen. Zoveel mensen kunnen toch niet fout zijn?"

De Bijbel leert dat de meerderheid geen maatstaf is: "Gij zult der menigte niet navolgen ten kwade" (Exodus 23:2). Jezus Christus zegt dat de poort naar het leven eng is en weinigen haar vinden (Matteüs 7:13-14), en Hij waarschuwt voor mensen die door hun overlevering Gods gebod krachteloos maken (Markus 7:7-9). In Nederland kennen wij de neiging om te zeggen "doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg" en vooral mee te bewegen met de groep. Maar de waarheid wordt niet bepaald door een meerderheid. De Bereeërs gingen terug naar de Schrift. Dat is ons voorbeeld.


"Het maakt niet uit hoe je over Jezus Christus denkt, als je maar een goed mens bent."

Dat klinkt tolerant, en in de Nederlandse maatschappij, waar "ieder zijn eigen waarheid" vaak gezien wordt als het hoogste goed, klinkt het zelfs vanzelfsprekend. Maar Jezus Christus zegt: "Indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, gij zult in uw zonden sterven" (Johannes 8:24). "Ik ben de weg, en de waarheid, en het leven; niemand komt tot den Vader dan door Mij" (Johannes 14:6), en: "Er is onder den hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welken wij moeten behouden worden" (Handelingen 4:12). Wie Jezus Chrsitus waarlijk kent, kent God (Johannes 17:3).


"Is dit niet gewoon te streng en te ingewikkeld?"

Het is juist eenvoudig: er is één God. "Want er is één God, en één Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus" (1 Timotheüs 2:5). Het wordt pas ingewikkeld als je moet verklaren waarom er drie zouden zijn. Efeze 4:4-6 zet het op een rij: "Eén lichaam en één Geest... één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen."


Wat betekent dit voor u? Het nieuwe leven volgens de Schrift

Wie ziet wie Jezus Christus is, kan niet blijven staan bij kennis alleen. Veel mensen hebben Christus aangenomen als hun "persoonlijke Heiland", hebben een belijdenis uitgesproken en zijn lid geworden van een kerk, in de overtuiging dat daarmee alles geregeld is. Maar de Bijbel wijst een concretere weg. Wie zich daar niet aan heeft onderworpen, kan zich afvragen of de weg van de Schrift wel is gevolgd.


Jezus Christus zei tegen Nicodemus: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij dat iemand geboren worde uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan" (Johannes 3:5). Dat is het nieuwe geboorte-principe. Geboren worden uit water: berouw hebben over je zonden en je laten dopen in water in de naam van Jezus Christus (Handelingen 2:38: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden"). Geboren worden uit de Geest: vervuld worden met de Heilige Geest, zoals op de Pinksterdag in Jeruzalem, toen zij allen vervuld werden met den Heiligen Geest en met andere talen begonnen te spreken, "gelijk de Geest hun gaf uit te spreken" (Handelingen 2:1-4; zie ook 10:44-48 en 19:1-6).


Die Geest is het die u in de gemeente plaatst: "Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt" (1 Korinthe 12:13). En er is één gemeente. Jezus Christus zei: "Op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen" (Matteüs 16:18). Toets daarom uw eigen nieuwe geboorte aan het Woord van God. Als wat u hebt meegemaakt niet overeenkomt met wat de Schrift hier beschrijft, dan is het goed om dat eerlijk onder ogen te zien en het alsnog te doen zoals het Woord het zegt.


In Nederland worden de meeste mensen als baby gedoopt, waarbij de ouders de beslissing nemen. Maar in de Bijbel gaat het om mensen die zelf berouw hebben en zelf besluiten gedoopt te worden (Handelingen 2:38, 41; 8:36-38). Dat maakt de doop een persoonlijke daad van gehoorzaamheid, geen familiebijeenkomst.


Één God, één Naam, één Weg

Wie is de Oude van dagen? Het is de ene, eeuwige God, de Vader, die in de volheid van de tijd mens werd in Jezus Christus. De Zoon des mensen die Daniël zag, was de belofte van het lichaam waarin Hij zou komen; Johannes zag dezelfde belofte in vervulling, bij het Lam dat geslacht was en dat alleen waardig is het boek te openen. Er is geen tegenspraak tussen Daniël, Genesis, Jesaja, de Evangeliën en Openbaring. Samen vormen ze één geheel: één God die Zich openbaarde, verlost en voor altijd regeert.


Bij De Waarheid Gods nodigen wij u uit om dit zelf in uw eigen Bijbel na te slaan. Neem de verzen in deze studie, leg ze naast elkaar en vraag God om inzicht. Hebt u vragen, of wilt u meer weten over de weg die Handelingen 2:38 beschrijft? Neem gerust contact met ons op of bezoek een samenkomst. Zoek de waarheid, want Jezus Christus zegt: "Gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken" (Johannes 8:32).

 
 
 

Opmerkingen


Anker 1
bottom of page